Ongemotiveerde bankhanger presteert goed PDF Print E-mail

De onderwijsinspectie wijst in haar jaarverslagen regelmatig op de lage motivatie van de Nederlandse leerling. Maar uit de rapportage blijkt vooral dat motivatie een moeilijk woord is.

 

Het Onderwijsblad  Nummer 11  2015

In het onderwijsverslag van de inspectie staat dat de motivatie van leerlingen niet goed is. Buitenlandse kinderen hebben meer zin in leren op school. Of dat echt zo is, valt nog te bezien. De luie donders met hun zesjesmentaliteit presteren namelijk wel uitstekend. 

De inspectie constateert in de onderwijsverslagen van de laatste jaren een gebrek aan motivatie onder Nederlandse scholieren. Leerlingen zijn in de les vaak met andere zaken bezig, ervaren het recht op onderwijs als een plicht en leren alleen voor het punt. Belangstelling, laat staan verwondering, het komt in de klassen amper voor. Anette Roeters, de inspecteur generaal van de onderwijsinspectie, sprak leerlingen en zei daarover tegen NRC/Handelsblad; ‘Zij vertellen ons dat de motivatie wegzakt als ze weten dat ze voor een opdracht geen cijfer krijgen. En als het wel voor een cijfer is, gaan ze niet tot het uiterste. Een zes vinden ze genoeg’. Ook leraren ervaren het probleem. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zegt veertig procent niet in staat te zijn een klas te enthousiasmeren. Nu horen gebrek aan motivatie en school over de gehele wereld bij elkaar, maar volgens de inspectie zijn Nederlandse leerlingen minder gemotiveerd dan hun buitenlandse leeftijdgenoten.

De inspectie zet hiermee een dramatisch beeld uit. Maar datzelfde beeld is ook een beetje vaag. Want motivatie is een containerbegrip. Daar past veel in. Puberale weltschmerz, slechte lessen, een weinig eisende schoolcultuur. Kortom, waar gaat dit over? En vooral, welke gegevens liggen ten grondslag aan deze treurigheid?

De vergelijking met het buitenland rust op een PISA onderzoek[i]. Daarin kijkt de OECD naar betrokkenheid op school en motivatie voor wiskunde. Nederlandse leerlingen scoren slecht op openess to problem solving en mathematics self efficacy. Een internationaal onderzoek naar reken- en leesplezier in groep zes van de basisschool wijst in een zelfde richting[ii]. Daaruit volgt de conclusie dat de Nederlandse leerling zowel op intrinsieke motivatie (interesse en plezier in de leerstof) als op instrumentale motivatie (leren voor een bepaald doel) laag scoort in vergelijking met andere landen[iii]. De lage betrokkenheid bij de lessen is een observatie van inspecteurs, gedaan tijdens lesbezoeken.

Luie donders

De bewijslast voor een internationaal lage motivatie van de Nederlandse leerling oogt met twee onderzoeken, bij verschillende populaties, wat mager. Vooral omdat uit ander onderzoek blijkt dat die luie donders met hun zesjesmentaliteit uitstekend presteren. Dezelfde OECD testte in 76 landen het niveau van wiskunde en natuurkunde. Nederland staat op de negende plaats. De toppers zijn vooral Aziatisch. Om ons heen doet iedereen het slechter.  

Niks aan de hand dus? Misschien toch wel. Vanwege de observaties van de inspecteurs. De geconstateerde lage betrokkenheid bij de lessen. De activiteit van leerlingen, met plezier hard werken, kan inderdaad beter. Ook ik zie tijdens lesobservaties een erg ontspannen stemming met een fixatie op het goede antwoord op vragen in het leerboek. De zin van de taak, waarom het antwoord goed is, komt minder aan de orde. De aandacht bij klassikale uitleg is redelijk, maar het zelf werken oogt ongericht en onrustig. Zaken die motivatie bevorderen als directe feedback, georganiseerde succeservaringen en geacteerd enthousiasme over een lesonderwerp ontbreken nog wel eens.

We weten wat werkt in een klas, dat is ook beschreven, maar de zichtbaarheid daarvan in de praktijk mag best wat meer. Lessen zijn te vaak methodegebonden en saai. En zo raar is dat niet. Het beroep leraar is de laatste decennia gedesintegreerd. De verschillen in opleidingsniveau, ervaring en opvattingen zijn groter dan ooit. Daardoor ontbreekt een breed gedragen beeld van een goede les. Opgelegde veranderingen van buitenaf trekken het beroep verder uit elkaar. Eind jaren negentig adviseerde de overheid om maar te stoppen met lesgeven. Begeleiden was het toverwoord. Toen dat studiehuis niet bleek te werken, gingen we terug naar, ja, naar wat eigenlijk? En als de inspectie vindt dat de discrepanties tussen school- en eindexamenresultaten te groot zijn, volgt de inrichting van een testcultuur met toelatingseisen, strenge overgangsnormen en proefwerkweken. Omdat leraren volgens hun leiding niet valide en betrouwbaar toetsen, koopt de school het programma RTTI in. Dat pakket zal ze leren; toetsvragen op verschillende kennisniveaus formuleren.

Rommelig

Visualiseer een denkbeeldige vijftienjarige. Na de zomer begint hij op vier havo. De Amerikaanse onderzoeker Brophy stelt dat zijn motivatie voor leren op school gelijk is aan het product van value en expectancy. Het geleerde heeft betekenis. Hij verwacht de leertaak te kunnen uitvoeren. De vijftienjarige krijgt vanaf de eerste dag na de zomervakantie les in veel vakken met heel veel begrippen die hij maar moeilijk herkent in zijn leefwereld. Hij moet ook het een en ander zelf doen. In een rommelige leeromgeving. Tussentijdse evaluatie en feedback zijn zeldzaam. Na acht weken volgen de eerste schoolexamens. De opgaven zien er heel anders uit dan wat hij geoefend heeft. Daar scoort hij gegarandeerd een aantal onvoldoendes. Hij heeft geen idee waar de leerstof over gaat. Ervaart geen succes. Value x expectancy = 0. Vanaf oktober hangt hij als een vuilniszak in de banken. 

Inspanning

Leraren kunnen beter presteren met simpele ambachtelijke interventies op urgentie van leerstof, intensiviteit van lessen, betekenis van vakbegrippen en controle op het geleerde. Dat zal de motivatie van leerlingen verhogen. Want het leren ervaren, doet leren. Maar dat vereist wel ruimte. In de vorm van zeggenschap over leeromgeving, lesmateriaal en toetsing.  Want ook voor de motivatie van leraren geldt; de inspanning moet van waarde zijn en een kans van slagen hebben.

 

 

Met dank aan Lindy Wijsman, onderwijsonderzoeker bij het ICLON, Universiteit Leiden

 



[i] Zie PISA 2012 Results: Ready to Learn: Students’ Engagement, Drive and Self-Beliefs. Paris: OECD

[ii] Zie Netten, A., Droop. M., Verhoeven, L. Meeuwissen, M.R.M., Drent, M., & Punter, R.A. (2012). Trends in leerprestaties in lezen, rekenen en natuurkundeonderwijs. PIRLS TIMSS 2011. Nijmegen: Radboud Universiteit

[iii] Zie Onderwijsverslag 2012/2013 bladzijde 14