Defaitisme kleeft niet alleen aan leraren PDF Print E-mail

De opinieredactie van het Brabants Dagblad vroeg me te reageren op een mooie column van Nynke de Jong. Over leraren. Naar aanleiding van de nieuwsuuruitzending over het lerarentekort.

 

Het Brabants Dagblad zaterdag 27 augustus 2016

De columniste Nynke de Jong schrijft in deze krant dat ze nooit enthousiaste leraren tegenkomt. Dat is de reden dat ze na een studie Nederlands niet voor de klas kiest. De  Jong ontmoet daarentegen wel gepassioneerde maandverbandverkopers en aardappelverwerkers. Zij praten op feesten en partijen met vuur over hun werk. Dat moet dat bij leraren ook mogelijk zijn. Of staatssecretaris Dekker het even wil regelen.

De Jong sluit aan bij een heersende opvatting. Leraren klagen, zeuren, zien er slecht uit, het defaitisme spat er vanaf. In trui met herfstmotief en met rollende ogen klagen over de werkdruk, dat beeld. En ach, misschien heeft langer ontkennen ook geen zin. Er gaat hier inderdaad iets niet goed. Maar dat geldt niet alleen voor leraren. De hele sector is getroffen door defaitisme. Neem het parlement. Een ambitieus Kamerlid heeft geen zin in de portefeuille onderwijs. Terwijl deze beroepspoliticus toch de grootste post op de Rijksbegroting controleert.

Termieten

Schoolleiders en bestuurders maken evenmin een vrolijke indruk. Zij klagen over leraren die veel ja zeggen en nee doen. En dan de ouders. Prima hoor, hun kinderen op werkdagen in zo’n schoolgebouw, maar wat ze daar leren en waarom dat zin heeft, het boeit zelden. Kortom, dat defaitisme kleeft niet alleen aan leraren, het is overal. Als termieten die het fundament wegvreten. Hoe komt dat? En, is dat altijd zo geweest?

Nee, natuurlijk niet. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zitten de lerarenopleidingen vol. Kinderen opvoeden tot burger, via leren in een schoolvak, is in die tijd betekenisvol en goed betaald werk. De eerstegraads leraar die het vak gestudeerd heeft, verdient in die tijd hetzelfde als een Kamerlid en woont in de villawijk. De schoolleider,  geen manager, maar de beste leraar, een eerste onder zijn gelijken,  declareert de kosten bij de overheid. Maar dan gaat het mis. Eind jaren zeventig komen de overheidsfinanciën in zwaar weer. Daarop volgen twee fundamentele besluiten. Eerst gaan de lonen omlaag door het niveau los te koppelen van de opleiding. Niet wat je gestudeerd hebt, maar het werk dat je doet, bepaalt wat je verdient.

Verantwoordelijkheid

Vanaf half jaren negentig schuift de overheid bovendien de verantwoordelijkheid voor leraren en hun beloning door naar besturen. Zij krijgen een zak geld en runnen daarmee de onderwijsorganisatie bedrijfsmatig. Vanaf dan is de leraar een kostenpost, de leerling een opbrengst. Bij lagere kosten en hogere opbrengsten ontstaat budget voor profilerend beleid van de bestuurder, die zich maatschappelijk ondernemer gaat noemen.

Politiek, bestuurders en leraren hebben vanaf dan een onmogelijke relatie. De politiek wil resultaat van belastinggeld, maar heeft geen zeggenschap. De maatschappelijke ondernemers worden doodziek van de politieke bemoeizucht, zetten de hakken in het zand en verschuilen zich achter hun autonomie. Leraren liggen onder een spervuur van opdrachten van beide partijen en merken dat hun praktijkargumenten,  zoals kleinere klassen, in deze guerrilla geen enkele indruk maken. Het onderling wantrouwen groeit. Een voorbeeld. Als bestuurders zuinig zijn met het aantal te verzorgen lesuren, reageert de politiek met een strenge 1000 uren les per jaar. De dreiging met boetes leidt tot meer lesuren voor leraren en langere schooldagen. Leraren, bestuurders en politici, allemaal zijn ze boos en verdrietig. En zo gaat het eigenlijk altijd. In het onderwijs scheldt iedereen op iedereen. De sector is gedesintegreerd. Dat maakt samenwerking onmogelijk. Succeservaringen van het Nederlands onderwijs? Die zijn er niet.

En dus heeft Nynke de Jong gelijk. De sloop van een eeuwenoud beroep is een direct gevolg van beleid. Alleen de nationale politiek kan dat veranderen. Maar de staatssecretaris heeft zich inmiddels aardig aangepast aan zijn omgeving. Ook Sander Dekker kan na jaren regeren geen succeservaring overleggen. De grote ingreep is aan zijn opvolger. Hoop doet leven.