Minister Slob, slaap zacht PDF Print E-mail

Minister Slob praat met onderwijzers. Respectvol wisselen ze informatie uit in een praatprogramma. Het is allemaal goed bedoeld. Aardig ook. Maar het lost geen probleem op. Het Nederlands onderwijs is totaal onbestuurbaar.

 

Het onderwijsblad december 2017

Arie Slob(CU) is onze nieuwe minister. Hij gaat met ons praten. Dat zegt hij althans. Ik zal hem niet te spreken te krijgen. Jij ook niet. Terwijl, jij en ik hebben hem best wat te vertellen. Maar dat interesseert Slob niet. Hij stond zelf voor de klas. Kent de lerarenkamer, kent het stelselfalen. En gaat daar de komende vier jaar lekker niks aan doen.

Waarom zegt hij dat dan? Omdat hij zich gecommitteerd heeft aan een regeerakkoord. Daarin gaat een groot bedrag naar leraren. In het basisonderwijs. Meer verdovend medicijn in de patiënt pompen kan niet. De stuff raakt ook bij groeiende welvaart ooit op. Die boodschap moet hij verkopen aan het door de traditionele en sociale media rondreizende meningencircus. De wind uit de zeilen van PO in actie, daarna kan het ventiel open en kijk, daar gaat de actiebereidheid, als een scheet in een balzaal, je ruikt hem even, bent hem snel weer vergeten. Dat ventiel draai je open door als eindbaas een afspraak te maken in een gouvernementeel zaaltje. Daar zeg je oog te hebben voor de noden. Einde verhaal.

Maar daarmee is Slob er niet. Want dit overleg bereikt jou en mij niet. Zoals vroeger. Ten tijde van de pacificatiedemocratie. Vertegenwoordigende elites overlegden. Vanuit hun belang. De minister coördineerde. Vanuit het door de regering gedefinieerde algemeen belang. Met een legitieme uitkomst als resultaat. Zo maakten begin jaren zestig de Toxopeusrondes een einde aan de armoede van de leraar. Gevolg? Tot eind jaren zeventig zaten de lerarenopleidingen overvol. En toen Van Kemenade (PvdA) de middenschool wilde, zei Frans Roefs, namens het Nederlands Genootschap van Leraren, mijn leraar Frans, de vakbondsleider stond gewoon voor de klas; dat gaan we niet doen. Einde verhaal. Ziehier de laatste keer dat de participatiedemocratie werkte.

Want wat gebeurde? Technocraten namen het heft in handen. Zij hadden bij Haagse beleidsvorming last van praktijkargumenten. En vertegenwoordigende elites zeiden niet ‘rot op, dat zijn onze leden’, maar ‘ja klopt’. Daarmee traden de elites toe tot de beleidsklont. Vakbondsleider Jacques Tichelaar vond de lumpsum, de bedrijfsmatige aanpak met leraren als kosten, leerlingen als opbrengsten, de moordenaar van het ambacht, een strak plan. Tichelaar gaf daarmee het startschot van de race naar het ultieme lerarentekort. Vakbondsleider Walter Dresscher wilde een register, waardoor ik me niet alleen bij mijn baas, maar ook bij een rare club bureaucraten moet verantwoorden voor mijn professionalisering.

En ja, wij leraren weten hier wel raad mee. Als we niet vertegenwoordigd worden in de besluitvorming, zeggen we ja en doen nee. Leidinggevenden willen geen guerrilla op de werkvloer. Pleit beslecht. De implosie van de participatiedemocratie, het structureel negeren van praktijkargumenten, het Nederlands onderwijs is totaal onbestuurbaar. Minister Slob, slaap zacht!