Diefstal op klaarlichte dag PDF Print E-mail


De Nederlandse leraar deelt onvoldoende in de welvaartsgroei. Waar zijn toch die politici, als je ze nodig hebt?

 

Het onderwijsblad Maart 2018

 

Ik zit 24 januari in een restaurant en kijk op mijn telefoon. Of mijn salaris binnen is. Dat zou wel fijn zijn, want ik ga betalen. En ja, het is er. Ik kijk even naar het nettobedrag. Het is minder dan het vorig jaar. Sterker, het is zelfs minder dan het jaar daarvoor. Maar op dat moment denk ik. Nou en? Er staat geld op de rekening. We maken er een leuke avond van.

De volgende ochtend vraag ik aan mijn vriendin hoe hoog haar nettosalaris is. Ook zij heeft een paar tientjes minder. En dat is raar. Het gaat economisch fantastisch. Nederland is conjunctureel hypersensitief, structureel beresterk en dus groeit het bruto binnenlands product snel in tijden van voorspoed. Het belastinggeld klots bij de minister van Financiën tegen de plinten omhoog. Maar dat gaat niet naar leraren. Want dan steken verplegers, militairen en politieagenten ook de vinger op. Deze regering geeft daar nooit aan toe, want dat staat voor een uitgaventoename, niet vermeld in het regeerakkoord. Bij deze broze coalitie betekent dat nieuwe verkiezingen.

En dus krijgt het basisonderwijs geen loonsverhoging, maar wel na budgettair gegoochel 250 miljoen voor werkdrukverlaging. Voor anderhalf miljoen leerlingen. Dat is gratis geld. Een schijntje van de toename van de belastinginkomsten uit economische groei. En scholen mogen zelf weten hoe ze dat doen. De werkdruk verlagen. Maar we weten al even. Deze manier van besturen is diefstal bij klaarlichte dag. Werkdruk verlaag je met minder leerlingen in een klaslokaal, minder lessen voor de leraar. En daar gaat het geld niet naartoe. 4200 euro per jaar, per klas van gemiddeld 25 leerlingen, 300 euro per maand. Dat wordt brainstormen. Over slimme aanwending. Waarna een wervings- en selectiebureau een coördinator werkdrukverlaging scout. En nee, dit is niet cynisch. Kijk naar de functiemix. Eén miljard per jaar. Vanaf 2009. De tijd dat het geld even op was. Stoer beleid dus. Er is niemand die daardoor dacht; ja, nu wil ik leraar worden.

Laat dat nu net wel de bedoeling zijn. Het beroep aantrekkelijk maken. Maar kijk naar het verleden. Leer je lessen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw. De wederopbouw. Op de lagere school was vijftig kinderen tegenover één onderwijzer normaal. Eerstejaars studenten aan de universiteit gaven les op de middelbare school. Begin jaren zestig brak de zon door. Er werd weer verdiend. En dus verhoogde minister Toxopeus de lerarensalarissen trapsgewijs en generiek met tientallen procenten. Weg was het lerarentekort. Tot aan de jaren tachtig. Onderwijsministers verbrassen vanaf dan de erfenis van Toxopeus. Jij en ik gaan back to the future. Zitten in de jaren vijftig. De rest van Nederland deelt in de welvaart. Waar is de woede? Doen we hier nog wat aan?