Bobby is dood PDF Print E-mail

 

 

Weet jij het nog, de jaren zeventig, midden in de nacht stiekem het bed uit om Joe Frazier tegen Muhammed Ali te zien boksen. Even legendarisch was de schaaktweekamp tussen Bobby Fisher en Boris Spaski, op IJsland. Dagelijkse kost, in 1972. En die Fisher maar gek doen. Het licht beviel niet, de stoel stond scheef, de KGB zat hem op de hielen... en zo ging hij dus echt niet spelen. Heerlijk. In die tijd ontwikkelde ik een lichte belangstelling voor het schaken. Ik was echter te onrustig om het spel uitgebreid te bestuderen en ben dus nooit goed geworden. Ook het bekijken van de partijen van Fisher en ze op het gemak analyseren; het is me niet gegeven. Maar toch, Bobby Fisher overleed in 2008, te jong, bitter en eenzaam... geplaagd door paranoia. Daarvoor haalde hij het nieuws met een arrestatie in Japan. Hij woonde ook even op de Filipijnen. Een tweekamp met Spaski in Servië in de jaren negentig mocht niet van de VS en sindsdien was het hommeles; Fisher werd opgejaagd. Vlak na zijn dood in IJsland heb ik het allemaal weer eens bekeken. Sindsdien speel ik op online schaken regelmatig een partij. Daag Bob Dylan uit en ik ben je tegenstander.

 
One man come in the name of... PDF Print E-mail

Eredevisie live zendt voetbalwedstrijden integraal uit en dat is een succes. Een aantal voetbalmanagers heeft het in de Volkskrant zelfs over de uitvinding van de eeuw. Helemaal begrijpen doe ik dat niet. Want ruim tien jaar geleden, PSV moest tegen Feyenoord, het stadion is vlakbij, de kaartjes waren onbereikbaar... en dus haalde ik zo'n decoder, met daarachter de films en sport van Canal Plus. Een prachtige zender, maar die voetbalwedstrijden op de zondagmiddag, met een praatje vooraf, een interviewtje in de rust en een gedegen analyse als afsluiting, het waren regelrechte weekendkillers. Nederlandse voetbalwedstrijden zijn aardig in de samenvatting of in het stadion, maar op zo'n televisie, thuis... tergend langzaam, het duurt en het duurt maar... niet doen.

Toch heb ik de betaalzender sport 1 nog steeds, want die heeft namelijk de NBA rechten. Elk weekend kijk ik drie wedstrijden. En dat is wel spectaculair. Waarom? Om te beginnen heb ik zelf gebasketbald. Niet bijzonder, ik had een redelijk schot, pakte mijn rebounds, maar passte slecht, dribbelde beroerd en had veel turnovers. Op de veldjes, buiten, in twee tegen twee potjes kwam ik beter tot mijn recht. Het is deze achtergrond die het plezier geeft bij het bekijken van een wedstrijd. De behendigheid, de strijd, de fysieke kracht, de snelheid, de beheersing... wow. Ook tactisch zit het slim in elkaar. Coach en analyst Jeff van Gundy brengt in New York Times in zijn rubriek enkele spitsvondigheden in beeld en voorziet ze van commentaar. Er komt nogal wat bij kijken, bij teambasketball. En geen misverstand, het spel wordt nergens zo goed gespeeld als in de NBA. 

In het jaar dat ik het abonnement op de betaalzender nam, maakte net Michael Jordan zijn comeback. Hij had de Chicago Bulls eind jaren tachtig, begin jaren negentig een paar maal kampioen gemaakt, maar geheel onverwacht werd zijn vader vermoord, die had altijd meer een honkballer in zijn zoon gezien en dat ging de inmiddels stinkend rijke Jordan dan maar eens proberen. God zag het even aan, zei dat MJ toch echt een basketballer is en dus keerde hij terug naar the game I love, zoals Jordan het zelf zei. En wat was hij goed! Niet alleen omdat sterk was, lang in de lucht bleef hangen, denderend kon dunken en feilloos schoot... nee, hij heerste, dankzij een combinatie van skills, vastberadenheid, wilskracht en intelligentie. Er zijn meer exceptionele basketballers, maar in hem komt al het goede samen. Neem de finals, 1998 meen ik, de Bulls tegen Utah, met het dynamische duo Stockton en Malone, Jordan heeft 39 graden koorts, oogt dodelijk vermoeid... en beslist op wilskracht in de laatste seconden de wedstrijd. Na dat kamioenschap stopte hij, om in 2001 nog een keer terug te keren bij de Washington Wizzards. En weer kwam ik midden in de nacht mijn bed uit om hem te zien spelen. Deze keer werkte het helaas niet. Terwijl Jordan achteloos veertig punten maakte, keken zijn medespelers bewonderend toe. Zijn inspanning was voor hen het signaal om het rustig aan te toen. Het was een roemloos einde. Later kwam hij nog in het nieuws met een echtscheiding en excessief gokgedrag. Jordan is een normaal mens, maar een betere basketballer heeft nooit bestaan en die komt ook nooit meer. One man come in the name of... ja... the name of what... eigenlijk?    

 
Hand in hand kameraden PDF Print E-mail

Oom Cees was tijdens mijn jeugd een held. Hij reed BMW, was vrijgezel, ging nog wel eens naar het café, maar woonde ook nog bij mijn oma. Zijn levensstijl was anders en dat maakte interessant. Alleen kon ik dat als kind toen nog niet zo verwoorden. Maar goed, op de zondagen ging hij naar het voetbal en Feyenoord was zijn club. Op zijn slaapkamer hing de elfstalfoto. Toen Feyenoord de Europa Cup I won was hij er bij, in Milaan... overdag in de auto heen en na de wedstrijd terug, in 1970. Dat hij er bij was, weet ik, omdat op het dressoir van mijn oma de ansichtkaart stond van het type 'groeten uit San Siro'. Door mijn oom Cees ben ik mijn hele leven Feyenoord fan. Vroeger, als we op straat voetbalden, wilden iedereen Cruyff, Keizer of Neeskens zijn. Mijn idolen waren echter Van Hanegem, Moulijn, Israël, Kindvall, Wery, Schoenmaker en later Kiprich, Fräser, Cruz en Van Hooydonk. Toen ik klein was, keek mijn moeder de eerste helft van alle internationale wedstrijden met me mee. Daarna ging ik naar bed en volgde zij de wedstrijd tot het einde. Dankzij haar informatie kon ik dan de volgende dag op het schoolplein een beetje meekomen.

Het klopt, het gaat nu even niet zo goed met Feyenoord. Het laatste aansprekend resultaat was de Europa Cup, in 2002. Maar dat is van alle tijden. Feyenoord is nooit zo goed geweest als bijvoorbeeld Ajax. En ach, met Feyenoord komt het weer een keer goed, want ook nu heeft de ploeg een aantal bijzondere voetballers, zoals Wijnaldem en De Guzman... bel toch even Van Hanegem, die kent de energie van de omgeving, krijgt de jongens aan de gang. Want er is iets, met die sfeer, dat publiek, de kuip... als het loopt is het geweldig en bij tegenslag blijft het publiek ook loyaal. Toch schijnt menig topvoetballer het veld met bibberende benen te betreden. Onbegrijpelijk, neem dat shirt, dat geblokte maakt breed en onoverwinnelijk. En angst, daar houden we bij Feyenoord niet van.