Skip to content

Hipo’s in het onderwijs

In het boek Relentless Pursuit[1] volgt de journalist Donna Foote excellente universitaire studenten, die aan het begin van hun veelbelovende carrière als leraar werken op kansloze scholen in de VS. Dit programma heet Teach for America en bestaat sinds 1990.
Foote schrijft over vijftienjarigen die amper kunnen spellen en lezen. Twintig procent van de Amerikanen schijnt functioneel analfabeet te zijn. Gewone leraren doen hun best deze leerlingenpopulatie te mijden, maar de high potentials van Teach for America kiezen er juist voor. Na een opleiding van vijf weken krijgen ze een dienstverband van maximaal twee jaar op een moeilijke school. Dit initiatief slaat aan, omdat het idealisme koppelt aan een waardevolle levenservaring, die goed staat op het CV.

Het was op een warme dag in de zomer dat ik Relentless Pursuit las, maar ik herinner me nog mijn reactie; een baan voor de klas als maatschappelijke stage voor hoog opgeleiden, gelukkig is leraar hier een beroep. Maar de VS zijn dichter bij dan gedacht, want in 2010 starten negentien excellente academici met het project Eerst de Klas. Dit initiatief van overheid en bedrijfsleven biedt een lerarenopleiding en een leiderschapscursus, uitgesmeerd over een periode van twee jaar. Daarna kiezen de deelnemers voor onderwijs of bedrijfsleven. Er is slechts één verschil met Teachers for America; de Nederlandse variant is gericht op het eerstegraads veld. Eerst de klas is niet bedacht om de kansarme jeugd te verheffen, maar om het lerarentekort te bestrijden. De staatssecretaris wil meer academici voor de klas.

Negentien deelnemers is dan inderdaad wat weinig. Vooral omdat de kans op blijvertjes toch al minimaal is. Het aantal uitstromende hoog opgeleide leraren overtreft de instroom, omdat academici in het onderwijs gemiddeld 25% minder verdienen dan hun studiegenoten, zich verbazen over de onhandige schoolorganisatie. Maar naast dit praktijkcynisme, is er ook een fundamenteel bezwaar. Uitblinken op de universiteit helpt, maar is niet genoeg om goed te worden in het werk voor de klas. De ontwikkeling van ambachtelijkheid vereist namelijk eindeloze oefening: leraar is niet voor even, maar voor het leven.
De neurowetenschapper Daniel Levitin legt de overgang tussen normaal en excellent functioneren bij 10.000 uur. Vrij vertaald: ‘of het nu om componisten, basketballers, auteurs, schakers of meesteroplichters gaat, telkens opnieuw komt dit cijfer tevoorschijn.'[2] De deelnemers van Eerst de klas hebben aan het einde van hun dienstverband een paar honderd uur met leerlingen gewerkt, zijn hooguit op weg een aardige leraar te worden en krijgen dan de keuze; laag betaald doorploeteren voor de klas of die leiderschapscursus cashen middels een baan in het bedrijfsleven. De uitkomst ligt voor de hand en precies dat gegeven maakt ook van Eerst de klas niet meer dan een maatschappelijke stage voor hoogopgeleiden. Hoe anders zijn de faciliteiten voor de docenten die intrinsiek gemotiveerd de keuze maken voor excellentie. Na hun 10.000 uren ontvangen zij de weinig vlijende titel lesboer en blijft het salaris zoals het was.

[1] Relentless Pursuit is verkrijgbaar via bol of amazon. Het bijschrift luidt: Journalist Foote offers a revealing look inside a national phenomenon, Teach for America, which has pursued one of the most daring–and controversial–strategies for closing the educational achievement gap between the richest and poorest students in the country.
[2] Uit This is your brain on music – Daniel Levitin. Het letterlijke citaat: The emerging picture is that 10,000 hours of practice is required to achieve the level of mastery associated with being a world-class expert — in anything. In study after study, of composers, basketball players, fiction writers, ice skaters, concert pianists, chess players, master criminals, and what have you, this number comes up again and again.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *