Skip to content

Roofdier

In 2014 sloten de minister en de VO-raad een sectorakkoord. Vier jaar later ondertekenen minister Slob en werkgeversvoorzitter Rosenmoller een geactualiseerde versie. Weet jij wat dit betekent? Vast niet. En jij denkt ook, laat gaan. Begrijpelijk, want er staat niks nieuws in en precies dat maakt zo’n sectorakkoord levensgevaarlijk.

Dit akkoord staat namelijk voor het nieuwe besturen. Geen politiek debat meer, maar eerst voorzichtig draagvlak aftasten, van daaruit risicomijdend richtinggevende convenanten formuleren, om vervolgens in de uitvoering heftige inrichtingsbeslissingen te nemen. Dit nieuwe besturen is op alle niveaus aanwezig. Zo hebben scholen een beleidsplan, geaccordeerd door bestuur en medezeggenschapsraad. Daarin staat bijvoorbeeld dat leerlingen meer verantwoordelijkheid voor hun leerproces moeten nemen. En ja, het onderliggende beeld van de consumerende puber, de leraar die zich het zweet op de rug werkt en steeds meer gaat lijken op een ober tijdens happy hour, dat beeld kennen we, van het studiehuisdebat, eind jaren negentig. Precies op basis van dat makkelijke beeld rammen aannemers vandaag de dag muren uit klaslokalen, om vervolgens een inrichting met krappe instructiehokken en weidse leerpleinen neer te zetten. 

Dat sectorakkoord werkt precies zo. Eerst de streefrichting. Uitdagend onderwijs. Op maat. ICT. Lerende organisatie. Brede vorming. Niks om tegen te zijn. Niemand wil saai onderwijs, voor de middelmaat, met verouderde leermiddelen, in een organisatie die stinkt naar stilstaand water. Ziehier het draagvlak. Maar welke kant gaat het echt op? Het belang van de leraar en de daarbij horende kwaliteitseisen staan nergens genoemd. Begrijpelijk, want werkgevers hebben twee fundamentele problemen: personeelstekorten en een stagnerende arbeidsproductiviteit. En dit sectorakkoord legitimeert de oplossing. Op maat betekent gepersonaliseerd leren. De computer is uitdaging en motivatie. ICT staat voor learning analytics; algoritmen die feedback organiseren voor grote groepen. De leraar leert hiermee in zijn organisatie meer leerlingen te verwerken. Brede vorming is dan minder vakkennis. En vooral, lagere exameneisen.

Deze kant gaat het op. En dat is een slecht idee, want kinderen leren van meesters die doorgronden, begrijpen en plezier ontlenen aan de inhoud die zij onderwijzen. Zij gaan van daaruit op zoek naar wat kinderen weten en beweegt. Verbinding daarmee stuurt het leren. Deze werkrelatie tussen leraar en leerlingen ontwikkelt leerbaarheid, vormt de persoon, voedt op tot burger, als vanzelf. Maar precies het gesprek hierover gaat dit sectorakkoord uit de weg. Bewust. Om de te voorspellen oppositie te smoren.

Zet het op een rijtje. Die aardig ogende minister sluit een akkoord met werkgevers. Zonder de handtekening van leraren. In dat akkoord is minder vakkennis het equivalent van flexibiliteit. Dat lost de organisatieproblemen van werkgevers op. En dat is dan weer roof van onze arbeidssatisfactie. Vergeet nooit wie hiervoor verantwoordelijk is. Aardige Arie is net zo’n roofdier als zijn voorgangers. 

Published inColumns

One Comment

  1. “Kinderen leren van meesters die doorgronden etc.”. Prachtig verwoord, maar in hoeverre is er nog sprake van bewustzijn onder docenten t.a.v. dit beginsel? Zij die met ICT zijn opgegroeid en nu voor de klas staan zullen minder besef hebben van de waarde van persoonlijke overdracht van kennis, zo schat ik in. Dat faciliteert mede het sluiten van deals op bestuurlijk niveau waarbij wordt gespeculeerd op een verminderde inzet van docenten. Net zolang tot de laatste docent die nog werkelijk lesgeeft afzwaait. Volgens mij is dat al jarenlang de inzet van ministerie en onderwijsmanagers.

Leave a Reply to Martin Boere Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *