Skip to content

Inspectie, ga eens inspecteren

Eerder gepubliceerd op www.volkskrant.nl

De Nederlandse onderwijsinspectie grijpt hard in bij onregelmatigheden rond het centraal schriftelijk examen. Wat er verder in de klassen gebeurt, heeft niet de belangstelling van deze overheidsdienst. Een omkering van deze prioriteiten lijkt echter verstandiger.

Afgelopen zaterdag had ik een familiediner. Mijn lang geleden overleden vader zou jarig zijn geweest en dat vieren we tot we zelf dood zijn. Het was een leuke avond, we dachten aan hem en mijn nicht was geslaagd. Ze krijgt binnenkort haar havodiploma. Mijn broer had dat niet verwacht, heeft zich een jaar geërgerd aan haar matige arbeidsethos en incasseert de meevaller met cynisch beleden vreugde. Mijn nicht is daarentegen dolgelukkig. Ze viert haar triomf met een heerlijke glimlach.

Maar daarmee is het verhaal niet af. Want ik vraag door. Bij mijn nicht op school is meer dan de helft gezakt. Op mijn school ligt dat percentage rond de vijftien en daar schrikken we van. Ik vraag naar haar score voor economie, mijn vak. Een 4,2. ‘Zo slecht was dat niet’, zegt ze lachend. Maar dit is niet om te lachen. Ik heb op een vergelijkbare school twee overvolle klassen, daarvan scoort een jongen zijn gebruikelijke vier en een meisje met een black-out komt op een vijf. De rest is voldoende. En zo hoort het. Wat we in het algemeen vormend onderwijs doen is niet ingewikkeld. Op de middelbare school breid je je basiskennis uit, ontdek je wat je leuk vindt en waar je goed in bent. De complexe vraagstukken en de diepe vakkennis zijn voor het vervolgonderwijs.

Met die constatering roepen de verschillen in examenresultaten een fundamentele vraag op; wie is voor dit falen verantwoordelijk? De school of de leerling? Het antwoord is paradoxaal. Schoolbeleid stuurt steeds vaker op de ‘zelfverantwoordelijke leerling’ als eigenaar van zijn leerproces. Maar bij slechte resultaten spreken ouders niet hun kinderen, maar de school aan: het werk is niet goed gedaan. De ouders hebben een punt.

Hypersensitief

Maar wat is dat werk dan precies? Wie werkt waaraan en is waarop aanspreekbaar? Kinderen op de middelbare school bewegen hypersensitief tussen het langetermijnresultaat van een diploma en de kortetermijnwinst rond status, roes, snelheid, plezier, aandacht, liefde en seks. De hoofden van de jonge helden krijgen binnen deze wirwar van doelen de belangentegenstellingen onmogelijk opgeheven. Daar hebben ze wijze leiders voor nodig. Leiders die sturen op verstandige keuzes. Wij leraren zijn die leiders. Wij onderwijzen een vak, weten daar veel van, zowel inhoudelijk als hoe je dat vak leert. We leven bovendien plezier in de omgang met kennis voor, want plezier en dingen kunnen die je eerst niet kon, daar zit de motivatie voor leren op school. Kortom, de sterke werkrelatie tussen een gezaghebbende leraar en zijn leerlingen heft de tegenstelling tussen lange- en kortetermijnwinst op. Deze kunst van het lesgeven is het ticket naar schoolsucces.

Hoe die kunst van het lesgeven eruitziet is ook uitgezocht en beschreven. Maar niet iedereen trekt zich daar wat van aan. De school van mijn nicht experimenteert liever met het leggen van de verantwoordelijkheid bij leerlingen. Veel scholen in basis- en voortgezet onderwijs begaan momenteel dezelfde vergissing. Het twintig jaar geleden mislukte studiehuis heet nu gepersonaliseerd leren en is volgens schoolbestuurders het antwoord op motivatieproblemen. Het kind kiest als eigenaar van zijn leerproces wat en met wie hij leert. Vaak in grote en drukke ruimtes. De leraar coacht op afstand. Bij mij zitten leerlingen in een klaslokaal. Daar leren ze vanuit de werkrelatie met mij het vak economie.

De minister tolereert de verschillen in onderwijspraktijk vanwege de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. De weg naar het examen is aan de school. De overheid checkt haar aanhoudende zorg omtrent de geleverde kwaliteit met een centraal schriftelijk examen. Omdat de weg naar het eindexamen vrij is, mag de inspectie niet sturen op de manier van lesgeven. Het jaarverslag van diezelfde inspectie toont echter aan dat kinderen steeds minder leren op school, het leren bovendien niet leuk vinden en systematisch onderpresteren. De havo van mijn nicht is daar een voorbeeld van.

Op mijn school waren dit jaar na de eerste correctie van het centraal schriftelijk examen postzakken met gemaakt werk gestolen. De inspectie was er als de kippen bij om de behaalde scores ongeldig te verklaren. Zo daadkrachtig als de overheidsdienst hier optreedt, zo laks handelt ze in de dagelijkse lespraktijk. Het ligt voor de hand de prioriteiten om te draaien. Nagekeken en gestolen werk afkeuren heeft geen enkel effect op de onderwijskwaliteit, leerlingen moeten echter wel hun examen overmaken, het nettoresultaat van de interventie is negatief. Slecht en ineffectief onderwijs treft kinderen jaren aan een stuk, allemaal leren ze daardoor te weinig, de echte klappen vallen in de lagere milieus, de kansenongelijkheid groeit, de inspectie verschuilt zich achter de grondwet, het nettoresultaat van deze non-interventie is ook negatief.

De Nederlandse onderwijsinspectie speelt consequent de verlieskaart. Stop daarmee, ga eens aan het werk, maak jezelf nuttig en inspecteer daar waar het zin heeft.

Published inArtikelen

2 Comments

  1. Maar ja, dan gáát de inspectie inspecteren en wat dan? Een voorbeeld.
    Twee jaar geleden publiceerde de onderwijsinspectie het rapport “peiling kunstzinnige oriëntatie” dat betrekking had op de gang van zaken rond het kunstonderwijs op de basisscholen. Het was het zoveelste negatieve verslag over de kwaliteit van o.a. het muziekonderwijs (mijn werkveld) sinds 1982, toen ik aan mijn loopbaan begon. Na lezing heb ik de toenmalige directeur-generaal van de inspectie, dhr. Arnold Jonk (tegenwoordig schoolbestuurder……), die het rapport had geautoriseerd, een lange brief geschreven waarin ik heb uiteengezet waarom het kunstonderwijs op onze scholen zo waardeloos is en uiteraard ook uit de doeken gedaan hoe e.e.a. dan wél moet worden georganiseerd. Ik zag namelijk al aankomen dat het rapport net als z’n voorgangers door het werkveld straal genegeerd zou gaan worden en dat de karavaan op hetzelfde dwaalspoor zou doorsukkelen. Ik mocht me verheugen op een persoonlijke reactie van dhr. Jonker, waarin hij liet weten vanwege de toonzetting erg om mijn brief te hebben moeten lachen, maar ook dat hij mijn epistel zou doorspelen naar andere instanties die bij het wel en wee van het kunstonderwijs zijn betrokken. Enfin, kort maar goed, verder niets meer over gehoord, terwijl de zaken bij het oude zijn gebleven, simpelweg omdat er teveel zakelijke en persoonlijke belangen mee gemoeid zijn om iets aan de bestaande situatie te willen veranderen. Daar doet de onderwijsinspectie niets aan, net zo min als dat het loodzware Dijsselbloemrapport van 2008 ook maar enig tegengewicht in de schaal heeft weten te leggen.

  2. Tja, Martin, als ik een ding zeker weet, al die rapporten, stukken, debatten, het haalt niks uit, verandering vereist arbitrage en leiderschap vanuit opvattingen gedeeld door een ruime meerderheid van de uitvoerders.

Leave a Reply to Ton van Haperen Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *