Skip to content

Hoe verder?

Eerder verschenen in het juli-nummer van Het Onderwijsblad

Daar sta ik dan, in juni, voor een klas met tien kinderen, iPad op de muziekstandaard, de overige twintig kijken en luisteren thuis mee. Nou ja, de wifi krijgt al die beelden maar moeizaam verwerkt, ze verstaan me slecht, mijn chaotisch bordgebruik helpt ook niet en even eerlijk, mijn aandacht gaat grotendeels naar de mensen die voor me zitten. Kortom, we komen er wel uit, omdat we elkaar goed kennen, maar het is minder, veel minder. Hoe verder in september?

Niet zo. Ik kan geen werkrelatie opbouwen als ik die kinderen niet bij me heb. Stel je hebt een nieuwe klas met 20 kinderen, zij komen binnen, hoe gaat dat? Zij gaan achterin zitten. Ik roep dan. Sta allemaal op, ga ergens zitten, te beginnen bij de eerste banken. Waarom? Ik heb contact en nabijheid nodig. Mijn uitleg, ach, dat kan elke econoom, maar kinderen laten leren, het verbinden van nieuwe economische begrippen met wat ze weten en zien, verlenen van betekenis, begeleid inoefenen van vastliggende oplossingspaden, systematisch bekritiseren van uitkomsten, in de organisatie daarvan zit mijn meerwaarde. En achter dat scherm zitten ze allemaal op de achterste bank buiten het lokaal. Mijn les lost op als klontjes suiker in een kop koffie. Een enkeling drinkt die met smaak leeg, de rest niet en dat is in strijd met regel een van het lesgeven; de leraar neemt iedereen mee!

Maar hoe dan? Herstel begint bij rust in het hoofd. Volkskrantjournalisten als Kalshoven en Keulemans blijven maar achteraf tamboeren op de irrationaliteit van het sluiten van scholen in maart, deze onrustcampagne is een topper in de categorie zolderkamerpreken van zelfbenoemde wijsneuzen. Toen Nederland de scholen sloot, zaten wereldwijd 1,5 miljard kinderen thuis. In New York overleden tientallen onderwijsmensen aan het Coronavirus vanwege te laat ingrijpen en in juni sluit Israël 90 scholen omdat het besmettingshaarden zijn. Scholen openhouden was, zeker hier in Brabant, levensgevaarlijk. Maar het lijkt ook zo te zijn dat als je niet in een haard zit, het risico laag is. Kinderen voegen bovendien weinig aan dat risico toe, waarna je kan concluderen dat die nationale anderhalve meter met eenrichtingsverkeer in schoolgebouwen, verkleinde klassen, over de top oogt. Laat leerlingen afstand houden van hun leraar, ventileer en bij besmetting gaat een school over op drie weken afstandsonderwijs.  

Op deze manier is alles redelijk normaal en dat is broodnodig, want nog een keer geen centraal examen betekent dat de lijn ‘minder leren op school’ een versnelling krijgt en we zaten al zo dicht bij nul. Om dat te voorkomen heeft het Nederlands onderwijs een nationale leider nodig die op basis van kennis en wijsheid beelden uitzet, de harten en hoofden van leraren wint, arbitreert en vooral ook handhaaft. In andere landen is dat een minister.

Published inColumns

2 Comments

  1. H. Philippens H. Philippens

    Verstandig stuk. Zou leidend beleidsstuk moeten zijn voor Arie en de veertig ocw-ers

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *