Bij het verschijnen van Het Bezwaar van de Leraar interviewde Rik Kuiper van De Volkrant me. In dat artikel hield ik mijn pleidooi voor Bombarderen en Opnieuw beginnen. Het algemeen vormend onderwijs holt achteruit, er is vanaf 1980 tot nu geen enkel moment dat je denkt, ja, het lek is boven. Sterker, alles wordt erger, wat we ook bijsturen. Het algemeen vormend onderwijs kan over de afgelopen vier decennia geen enkele succeservaring overleggen. Vandaar.
Met veel genoegen heb ik het interview met jou gelezen in de Volkskrant van zaterdag 3 april. Ik ben het op veel punten met je eens. Toch heb ik, als leraar die ongeveer 10 jaar in Duitsland woont en werkt, een aantal vragen.
In vele opzichten is het onderwijs in Duitsland een negatieve fotokopie van het onderwijsstelsel in Nederland. Waar jij terecht opmerkt dat de ´trade off´ tussen het potje geld van de overheid en de bestuurlijke autonomie van de schoolbesturen heeft geleid tot een in zichzelf gekeerde bestuurscultuur, zijn scholen in Duitsland dusdanig afhankelijk van geldstromen uit gemeente en provincie dat er van bestuurlijke autonomie eigen nauwelijks sprake is. Iedere school bevindt zich op een kruispunt van verschillende bureaucratische wegen en iedere leraar is een spil in een top-down geleid netwerk. Zo moesten mijn collega´s en ik weken wachten totdat de gemeente toestemming gaf voor aanschaf van een nieuw kopieerapparaat, om maar een praktisch voorbeeld te geven.
Naar mijn mening dienen we te moeten zoeken naar de grenzen van de autonomie, zonder een bureaucratisch monster te willen scheppen. Waar ligt voor jou deze grens?
Mijn tweede vraag betreft het type leerling, of beter gezegd, het mensbeeld dat ten grondslag ligt aan het Nederlandse onderwijssysteem. In hoeverre worden Nederlandse leerlingen voorbereid op een wereld die zich in toenemende mate online afspeelt? Als Nederlandse scholen steeds meer veredelde ´safe-spaces´ dreigen te worden, wat zou dit voor gevolgen hebben voor de mentale weerbaarheid van toekomstige burgers? Als ik jouw verhaal goed heb begrepen, dan zijn leerlingen vooral erg kwetsbaar, gevoelig en breekbaar, eigenschappen die in de huidige publieke ruimte, bevolkt door trollenlegers, populisten en misleidende algoritmen, eerder tot apathie en angst zullen leiden, dan kritische burgers voortbrengen. Zou een overheid ook hier een sturende rol in moeten spelen?
Alvast bedankt voor je reactie. Met vriendelijke groet,
Dank voor je opmerkingen, Daniel. En je hebt natuurlijk gelijk. Met alleen overheid red je het niet. je hebt ook een beroepsgroep nodig die zich gebonden voelt aan een coherent beroepsbeeld en van daaruit handelt. Daarnaast is ruimte nodig tot proberen, want alleen het gesprek tussen routine en innovatie maakt het onderwijs beter. Maar daarvoor is een nationaal gereguleerde geldstroom nodig, net als een zekere eenduidigheid in wat we kinderen minimaal leren. Beheer centraliseren en op school ruimte voor ontwikkeling en verbetering. Dat vind ik de opdracht. Ook je opmerking over de kwetsbaarheid van leerlingen zet me aan het denken. Voor mij zijn hard werken, ontwikkelen van leerbaarheid, een gedegen kennisbasis waarmee je de wereld om je heen beter begrijpt, de kernzaken die kinderen van school moeten meenemen naar hun eerste stappen als participatie als volwassen burger. Die burger is weerbaar en kritisch, noodzakelijke voorwaarden voor een verstandige omgang met een bewegelijke wereld om ons heen. Ik hoop dat je wat aan mijn antwoord hebt.
Beste Ton,
Met veel genoegen heb ik het interview met jou gelezen in de Volkskrant van zaterdag 3 april. Ik ben het op veel punten met je eens. Toch heb ik, als leraar die ongeveer 10 jaar in Duitsland woont en werkt, een aantal vragen.
In vele opzichten is het onderwijs in Duitsland een negatieve fotokopie van het onderwijsstelsel in Nederland. Waar jij terecht opmerkt dat de ´trade off´ tussen het potje geld van de overheid en de bestuurlijke autonomie van de schoolbesturen heeft geleid tot een in zichzelf gekeerde bestuurscultuur, zijn scholen in Duitsland dusdanig afhankelijk van geldstromen uit gemeente en provincie dat er van bestuurlijke autonomie eigen nauwelijks sprake is. Iedere school bevindt zich op een kruispunt van verschillende bureaucratische wegen en iedere leraar is een spil in een top-down geleid netwerk. Zo moesten mijn collega´s en ik weken wachten totdat de gemeente toestemming gaf voor aanschaf van een nieuw kopieerapparaat, om maar een praktisch voorbeeld te geven.
Naar mijn mening dienen we te moeten zoeken naar de grenzen van de autonomie, zonder een bureaucratisch monster te willen scheppen. Waar ligt voor jou deze grens?
Mijn tweede vraag betreft het type leerling, of beter gezegd, het mensbeeld dat ten grondslag ligt aan het Nederlandse onderwijssysteem. In hoeverre worden Nederlandse leerlingen voorbereid op een wereld die zich in toenemende mate online afspeelt? Als Nederlandse scholen steeds meer veredelde ´safe-spaces´ dreigen te worden, wat zou dit voor gevolgen hebben voor de mentale weerbaarheid van toekomstige burgers? Als ik jouw verhaal goed heb begrepen, dan zijn leerlingen vooral erg kwetsbaar, gevoelig en breekbaar, eigenschappen die in de huidige publieke ruimte, bevolkt door trollenlegers, populisten en misleidende algoritmen, eerder tot apathie en angst zullen leiden, dan kritische burgers voortbrengen. Zou een overheid ook hier een sturende rol in moeten spelen?
Alvast bedankt voor je reactie. Met vriendelijke groet,
Dank voor je opmerkingen, Daniel. En je hebt natuurlijk gelijk. Met alleen overheid red je het niet. je hebt ook een beroepsgroep nodig die zich gebonden voelt aan een coherent beroepsbeeld en van daaruit handelt. Daarnaast is ruimte nodig tot proberen, want alleen het gesprek tussen routine en innovatie maakt het onderwijs beter. Maar daarvoor is een nationaal gereguleerde geldstroom nodig, net als een zekere eenduidigheid in wat we kinderen minimaal leren. Beheer centraliseren en op school ruimte voor ontwikkeling en verbetering. Dat vind ik de opdracht. Ook je opmerking over de kwetsbaarheid van leerlingen zet me aan het denken. Voor mij zijn hard werken, ontwikkelen van leerbaarheid, een gedegen kennisbasis waarmee je de wereld om je heen beter begrijpt, de kernzaken die kinderen van school moeten meenemen naar hun eerste stappen als participatie als volwassen burger. Die burger is weerbaar en kritisch, noodzakelijke voorwaarden voor een verstandige omgang met een bewegelijke wereld om ons heen. Ik hoop dat je wat aan mijn antwoord hebt.
Dank voor je reactie Ton, je boek is besteld!
Met vriendelijke groet,
Daniel de Jong