Skip to content

Het verdriet van de leraar is al 50 jaar onderdeel van het onderwijs

Dit artikel is 15 december gepubliceerd in De Volkskrant

Een slechte leraar schaadt kinderen, en helaas is de kans dat dit gebeurt groot in de huidige onderwijsrealiteit. Gelukkig is allang bekend wat de oplossing is: leraren die zich blijven ontwikkelen in het beroep. Dwing dit nu eens af.

Als kind zat ik in de tweede helft van de jaren zeventig bij mijn vader op school, hij was de rector. Uit die tijd herinner ik me een incident. Mijn vader kwam chagrijnig thuis. Het rooster moest opnieuw, want ik zou Nederlands van meneer J. krijgen.

De kans op een voldoende bij deze leraar was, zeker voor de zoon van de rector, nul. J. was een groothandelaar in onvoldoendes, voorzitter van de personeelsraad en had vanuit die rol moeite met mijn vader.

Kortom, J. kon niet lesgeven en had een autoriteitscomplex. Hij was een wandelend vat vol onvervulde verlangens. Mijn vader speelde in het weekend het nulsomspel ‘eigen-kind-eerst’ en maandag lag er een nieuw rooster. Met een andere leraar Nederlands slaagde ik voor mijn examen.

Overspannen

Dit incident is van vijftig jaar terug: een tijd zonder personeelstekorten in het onderwijs, mét vakinhoudelijk hoogopgeleide leraren, werkzaam in een sector die goed presteerde. Toch waren leraren ook in die tijd nog wel eens overspannen. Niemand keek daar vanop. Dat gedoe met kinderen, in zo’n volle klas, het klassieke voorbeeld van routineuze one-trick-ponyarbeid.

Publicist en psycholoog Leo Prick constateerde in de jaren tachtig dat de leraar op jongere leeftijd dan gebruikelijk ontvankelijk is voor een midlifecrisis. Leerlingen blijven even oud, de leraar wordt ouder en door herhaaldelijk hetzelfde doen ontstaat existentiële twijfel, onrust, verveling en ontevredenheid, overgaand in mentale moeheid en een behoefte aan levensveranderende beslissingen.

Maar de leraar neemt zelden levensveranderende beslissingen. Vaste aanstelling, salaris, hypotheek en gezin resulteren in risicomijdend gedrag. De midlifecrisis wordt geïncasseerd, gevolgd door een decennialang verblijf op meestal dezelfde school. Het professionele pad versmalt. Eigenaardig en wereldvreemd gedrag worden manifest.

Dalende leerprestaties

Vandaag de dag is er veel veranderd. Polderprominent Alexander Rinnooy Kan constateerde in 2007 een kwalitatief en kwantitatief lerarentekort. Volgens landenvergelijkende- en veldonderzoekendalen de leerprestaties. En overspannen heet voortaan burn-out. Volgens een onderzoek van de vakbonden had 25 procent van de leraren in 2021 burn-outklachten.

Het verdriet van de leraar is dus al vijftig jaar onderdeel van het werk. De veranderende omstandigheden maken het er niet beter op. Natuurlijk, de meerderheid beheerst zich en opereert binnen een acceptabele bandbreedte. Maar een middelbare school met 10 procent ‘giftige’ leraren heeft een probleem. Slechte examenresultaten en doorstroomcijfers resulteren in het verdict onvoldoende. Uit een steekproef van de Onderwijsinspectie blijkt dat 20 procent van de scholen in 2024 onvoldoende was.

De verdrietige leraar koppelt dit falen aan werkdruk, maatschappelijke onderwaardering, slechte leiding, ongemotiveerde leerlingen en lastige ouders. Deze snelkookpan, gevuld met een cocktail van extern attribueren, maakt de schoolleiding machteloos. Aanspreken resulteert in rellen, rumoer en ziekmeldingen.

Met meneer J. liep het overigens slecht af. Hij stond aan het einde van zijn loopbaan in verwarde staat op een druk plein het verkeer te regelen. De politie heeft hem van de weg gehaald. Zo gaat dat. Vaten tot de rand gevuld met onvervulde verlangens slaan ooit lek. Maar in het proces daar naartoe schaden verdrietige leraren jarenlang kinderen. Hoe verder?

De oplossing is internationaal beschreven en bekend: een leraar is geen one-trick-pony als hij zich ontwikkelt in het beroep. Routines en innovatie dragen de beroepsrisico’s verveling en chaos in zich. Routines en innovatie met elkaar verbinden, middels een dialectisch gesprek, precies dat staat voor in het beroep de trap oplopen, van de ene etage naar de volgende. De leraar ontmoet tijdens zijn reis naar boven mensen van naam en faam in zijn vakgebied, luistert, leest, kijkt bij collega’s, praat vanuit die opgedane inspiratie over omzetten van werkende kennis, opvattingen en onderwijspraktijken naar een betere eigen lespraktijk.

Verbetering

De school als lerende organisatie. Het is vaak bepleit, maar helaas nooit uitgevoerd. Waarom toch? Leraren geven 24 lessen van 50 minuten, 36 weken lang. Tijd kan niet het probleem zijn. Het salaris, na twaalf werkjaren tussen de 75- en 95 duizend euro per jaar, verplicht bovendien tot inspanning ten behoeve van verbetering.

De keuze is momenteel aan het individu. Eigen verantwoordelijkheid eerst. Maar als leraren mogen kiezen tussen eerder naar huis of ontwikkelen in het beroep, wint de vrije tijd. Daarom zullen de beroepsgroep en werkgever zich moeten binden aan een werkend en verplicht professionaliseringstraject. De overheid kan via wetgeving leraren dwingen tot deelname, via bijvoorbeeld een beroepsregister zoals juristen en artsen dat ook hebben. Dit verdient een aanvulling in de vorm van een ruimer ontslagrecht. De weigerachtige giftige leraar gaat eruit. Simpelweg omdat zijn vertrek goed is voor kinderen en samenleving.

Het medicijn tegen het verdriet van de leraar bestaat uit een mix van vrijheid, zelfbinding, dwang en proactief corrigerend optreden. Voorlopig krijgt de leraar dat vaccin niet toegediend. Gezien de structureel en aantoonbaar dalende nationale leerprestaties is dat niet langer acceptabel. Kinderen moeten weer meer gaan leren in de klas. Dat vereist betere leraren. Leraren die zich ook na hun bevoegdheid ontwikkelen in het beroep. Dat gaat helaas niet vanzelf.

Published inColumns

One Comment

  1. Rob Verweij Rob Verweij

    Falende leraren

    Na 40 jaar onderwijs in een van de prachtwijken van Nederland, kijk ik met plezier en trots terug op mijn carrière als leraar en coördinator. Hierbij denk ik vooral aan de interacties met leerlingen, de samenwerking met mijn collega’s en de inzet van het ondersteunende personeel.

    Echter daarnaast fronsen mijn wenkbrauwen als ik denk aan de talloze managers en directieleden, hun verborgen agenda’s, hun gebrek aan empathie, hun oeverloze dwang op zogenaamde innovaties (zouden toch verbeteringen moeten zijn?) en vooral hun carrièreambities ten koste van alles en iedereen.

    Mijn leerlingen, die opgeleid werden voor de arbeidsmarkt, liepen stage of werkten gedeeltelijk. Jarenlang stelden zij zelf criteria op, waaraan docenten in hun ogen moesten voldoen en beoordeelden zij mij en mijn collega’s. Criteria waren o.a. actualiteit, orde houden, goede uitleg en leuke lessen. Voor elk criterium gaven zij een cijfer en vervolgens ook een gemiddelde van alles.

    Als coördinator regelde ik de dagelijkse gang van zaken en zorgde met een collega voor de rust op de afdeling. Ook het corrigeren en sanctioneren, zoals schorsen of verwijderen hoorden daarbij. Leerlingen omschreven ons daarbij als eerlijk en consequent en vaak kregen we na een schorsing of verwijdering te horen: “sorry meester en bedankt voor alles”. Helaas werd de coördinator afgeschaft, werd er niet meer opgetreden bij wangedrag en werden docenten niet meer gesteund. Typerend was, dat een stagiair zelf aangifte moest doen toen hij bespuugd was door een leerling. De dader bleef rondlopen en kwam doodleuk de les weer in. Management gaf niet thuis. De docent in opleiding was te bang om aangifte te doen.

    Ton van Haperen schrijft in zijn stuk “falende leraren” , dat docenten tijd genoeg hebben en zich moeten blijven ontwikkelen. Hij heeft het over 28 lesuren van 50 minuten. Ik gaf er 25 van 45 minuten, daarnaast was ik mentor van 2 klassen, begeleidde ik 20 leerlingen op stage (minimaal 4 bezoeken per lesjaar en examinering van stage), hadden we 2 keer per week vergadering, ouderavonden en informatieavonden, voorlichtingsdagen, na- en bijscholing en diverse andere taken ( b.v. Begeleiden nieuwe docenten, contacten toeleverende scholen enz.). Al snel kwam ik op werkweken van 45 uur, telefonische contacten met leerlingen niet meegerekend.

    Mijn conclusie na 40 mooie jaren met leerlingen is, dat onderwijs anders moet worden ingericht, zodat we minder falende of overspannen docenten krijgen.

    Docenten zouden moeten worden beoordeeld door leerlingen en moeten hun status verkrijgen in een team. Van daaruit zouden zij na verloop van jaren managementtaken of directietaken moeten kunnen gaan doen, echter met verplicht behoud van een minimum aantal lesuren.

    Geen directie en manager dus van buitenaf zonder sporen verdiend te hebben in betreffend team en of onderwijs. Immers gebleken is dat management en directies vanuit ivoren torens en a.d.h.v. spreadsheets hun doelstellingen doorvoeren. Zij voornamelijk bezig zijn met hun eigen carrière en blindelings uitvoeren wat hen is opgedragen.

    Dat er daarom zoveel falende en overspannen leraren zijn wijt ik aan hen. Zij beschermen docenten niet, geven geen enkele steun en missen elk gevoel met de werkvloer doordat zij zelf niet de dagelijkse praktijk ervaren.

    Ton ga voor de aardigheid maar eens na hoeveel (oudere) docenten er in de Wia lopen en dus zijn afgekeurd. Hen werd vaak het functioneren onmogelijk gemaakt, omdat zij tegengas gaven en niet alles van management slikten. Je zal schrikken van de aantallen.

    R.Verweij

Leave a Reply to Rob Verweij Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *