Skip to content

Op een verkeerde havo is een kind tegenwoordig kanonnenvoer

Deze column is eerder verschenen in het decembernummer van Het Onderwijsblad

Havo was, is en blijft een moeilijk schooltype. Met name de bovenbouw is kwetsbaar. Op vier havo doubleert jaarlijks tegen de 20%. De VPRO documentaire 4HAVO, een klas apart toont al in 1992 de machteloosheid van onderwijzen van een middengroep die nog niet goed weet wat ze wil. Sinds de invoering van het studiehuis in 1998 is het elk jaar een beetje slechter geworden. Het kind op een verkeerde havo is vandaag de dag kanonnenvoer. Hoe is het zover gekomen?

In 1992 hadden leerlingen op elke school in een vak evenveel lessen van 50 minuten, verzorgd door een bevoegde leraar. De bandbreedte rond de uitvoering van lessen was smal. Hoe anders is dat nu. Ruim tachtig scholen experimenteren dit schooljaar op havo met praktijkvakken die gangbare schoolvakken met een centraal examen vervangen. Lees, in groepjes dingen uitzoeken. Het ongelijk speelveld zit echter vooral in de schoolorganisatie. Mijn vier havo klas krijgt 4 lessen van 50 minuten. Op een andere school zijn dat twee lessen van 60 minuten. Leerlingen bestormen daarnaast het curriculum zelfstanding in zogenaamde flexuren. Ik denk dan, deze populatie kan en wil dit helemaal niet. Mijn vak is daarvoor ook te abstract. Ik krijg dat 16-jarigen enkel geleerd zoals ik mijn kinderen heb leren oversteken. Kijk me aan en luister, ik leg het uit, vertel het in je eigen woorden, we doen samen een oefening, doe het alleen, nu nog een keer, maar dan moeilijker, mooi, je kan het, next. Vier lessen per week garanderen zo een mooi resultaat. Amper onvoldoendes op 4 havo. Bij het centraal examen bij de beste 10 procent van Nederland. En dat is niet mijn verdienste. Flexroosters, on- en onderbevoegde collega’s, herrie in de klassen, die verloedering vult grotendeels de statistieken. In dit land der blinden kan iedere eenoog wat ik doe. Maar steeds meer scholen schaden kinderen met die verloedering.

Het vorig schooljaar nam voor het eerst het aantal voor het eindexamen gezakte kandidaten toe. Op havo haalde 85 procent een diploma. Zonder centraal examen, zoals tijdens corona, lag dat percentage op 98. Hoe duidelijk wil je het hebben? Scholen zijn van de gratis diploma’s. Maar die tijd is voorbij. In het parlement is een motie aangenomen die vraagt om een onderzoek naar de omrekening van behaalde examenscores naar de definitieve score met de N-term. Want hoe kan het dat 33 procent van de 15-jarigen amper kan lezen en de slagingspercentages hoog liggen? De gure wind van de leerprestaties komt eraan. Die zal vooral op havo slachtoffers maken. Daarom juist daar, tijd voor uniformering via een verplichte lessentabel, een verbod op flexroosters en praktijk-havo, nu even niet. De vakleraar neemt de dolende adolescenten weer bij de hand, zoals in 1992, dat is al lastig genoeg. Maak het niet moeilijker.    

Published inColumns

4 Comments

  1. Jan Jansen Jan Jansen

    Herkenbaar verhaal Ton! Helaas. Zelf ben ik voorstander van een 6 jarig havo

  2. Auke Oldenbeuving Auke Oldenbeuving

    Dank Ton!
    je zegt het goed;
    het is vaak de groep die nog niet weet wat ze wil
    (of waarvan de ouders vinden dat ze niet naar het MBO mogen!)

    Dan is structuur de eneige oplossing.

Leave a Reply to Jan Jansen Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *