Deze column is eerder gepubliceerd in het maartnummer van Het onderwijsblad
De kans is groot dat het examen dit jaar een slachting wordt. De Corona-versoepeling is voor het eerst weg, het leergedrag is problematisch en vaker zakken ligt dan voor de hand. En ja, dit kost sommige leerlingen onnodig een jaar. Best beschamend, want terwijl het geld tegen de plinten klotst, maken wij, als sector, een fundamentele fout; we reageren verkeerd op de pandemie en ruimen die vergissing niet op. Wat is er gebeurd?
Ter vergelijking een voorbeeld. In het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog vielen veel lessen uit. De oplossing was; examenkandidaten krijgen een diploma, de rest begint opnieuw en doet het leerjaar over. De samenleving stond op nul, de welvaart moest nog verdiend worden, het offer was geen probleem, de toekomst zou beter worden. Ook Corona staat voor veel lesuitval, maar nu zijn we stinkend rijk en de angst voor verlies domineert. De pandemie mag kinderen niks kosten, want ze zijn al getroffen, hun mentaal welzijn is aangetast. Ouders trekken deze kaart, schoolleiders, bestuurders en politici knikken begripvol, het examen wordt net niet gratis, kinderen gaan zich ernaar gedragen.
De gevolgen zijn desastreus. Mannetjes met een grote bek, vapen op het toilet, zonder spullen op de bank wezenloos voor je uit staren, het mag allemaal en wordt geduid met een gebrek aan motivatie. Het is echter gewoon wangedrag. Kinderen met hun particuliere grillen zijn steeds vaker de baas. Het daaruit voortkomende onveilige werkklimaat maakt van school een plek om juist niet te leren. Na dit georganiseerd verdriet is het centraal examen de verlate Coronacorrectie. Het vervolg daarop verdient echter wel grondige reflectie, want we kunnen kinderen zo niet nog langer schaden. Hoe verder?
Een school is net als een klas een samenwerkingsverband. Iedereen heeft de continue keuze tussen coöperatief en niet-coöperatief gedrag. Coöperatief staat voor het koesteren van de wederkerigheid in de relatie, zeg maar ‘je fatsoen houden’. Niet-coöperatief staat voor het nastreven van de korte termijn eigen winst. De vele verleidingen die aanzetten tot ‘eigen winst eerst gedrag’ ontregelen pubers al eeuwen. Wij leraren kennen dit fenomeen. We weten ook dat het niet wenselijk is, want coöperatief levert een beter gezamenlijk resultaat op. Organiseren van die eerlijke samenwerking is wat mijn beroep zo zinvol maakt. Het hoeft ook niet moeilijk te zijn, want iedereen is in beginsel coöperatief. Randvoorwaarde is wel dat niet-coöperatief gedrag een zichtbare correctie krijgt. Een leraar is daarom zowel een duif als een havik. Maar dan moeten collega’s en leiding wel in hetzelfde pedagogisch didactisch paradigma bivakkeren. En precies daar is het mis gegaan. Na corona fladderden enkel nog duiven door het schoolgebouw. Het slechte examenresultaat laat de havik in ons weer los. Het zou verdomme tijd worden.

Een waarheid als een koe. Vandaag heb ik dat mijn leerlingen nog eens duidelijk gemaakt dat bepaald gedrag niet getolereerd wordt (lees: een paar strafwerk gegeven).
Daarna wist de rest van de klas zich in een keer fatsoenlijk te gedragen. Het kan wel.
“Zachte heelmeesters maken ( nog steeds) stinkende wonden.” Ooit gebruikte ik die opmerking tijdens een stemtherapie bij een docent. Ons meningsverschil over zijn voornemen om na werktijd een voetbalteam te blijven coachen, was tijdelijk te veel voor zijn stem. Ik gaf hem de “optie” met zijn werkgever af te spreken dat hij omwille van die fantastische vrije tijdsbesteding voorlopig in de ziektewet ging om zijn stem de broodnodige tijdelijke rust te geven. Een bewuste keuze van stem activiteiten om zo de balans te leren vinden tussen stem belasting en belastbaarheid. Hij begreep de boodschap . Later kwam ik hem eens tegen buiten de behandelkamer. Hij herinnerde zich ons gesprek nog bijna letterlijk en vertelde dat het gebruikte gezegde hem tot op die dag inspireerde in motivatie gesprekken met zijn leerlingen.
. Op de lange termijn zijn er alleen maar winnaars als we ons realiseren dat we geen vriendjes hoeven te zijn met diegenen die we begeleiden ongeacht de leeftijd. Respect, het goede voorbeeld geven en het lange termijndoel bewaken. “Mijn patiënten/cliënten “ komen uiteindelijk om hun doel te bereiken en zijn niet geholpen met toegeeflijke vrijblijvendheid. Dat geldt ook voor de volwassenen van de toekomst, de huidige leerlingen/studenten.
Zo is dat! Helemaal eens