Dit stuk is 30 oktober gepubliceerd in het FD
Een essay schrijven, kennis van literatuur, kunst en denkbeelden: Franse middelbare scholieren winnen het op veel vlakken van de Nederlandse. En wie ziet hier een 15-jarige protesteren tegen het onderwijs dat hij geniet? Beide systemen mogen dan tekortschieten wat betreft bestuur, aan de Franse mentaliteit kunnen wij nog een puntje zuigen.
Jaren terug neem ik mijn moeder mee naar Parijs. Voor het aperitief staan we voor ons hotel. Mijn moeder rookt een sigaret. Een peperdure Mercedes stopt. Hij wil parkeren. Ik zeg: ‘Dit kan niet.’ Mijn moeder zegt: ‘Hij kan dat.’ De Mercedes tikt met de achterkant een auto aan, met de voorkant ook. De bestuurder stapt uit, knikt, zegt ‘bonsoir’ zonder schaamte en loopt naar een café. Mijn moeder kijkt me triomfantelijk aan.
De foutgeparkeerde en gedeukte Mercedes past het Franse onderwijs uitstekend als metafoor. Leerlingen in eindexamenklassen klagen over grote klassen, lerarentekort en verloederde gebouwen. Autoritaire omgangsvormen en selectieve toelating tot prestigieuze vervolgopleidingen voeden de onzekerheid van de jeugd tot aan de huig. Dat de kots er op een gegeven moment uit spuit is begrijpelijk. Slecht onderwijs treft deze jongeren direct in hun kansen op maatschappelijk succes.
Bij ons werkt dat anders. 40% van de 15-jarigen kan volgens de laatste Pisa-meting amper lezen. Toch gaan steeds meer leerlingen naar havo of vwo en slaagt ruim 90% voor het eindexamen. Vanuit die vergelijking volgt een fundamentele vraag: welk onderwijsbestel is beter? Spoiler: beide stelsels gaan gebukt onder slecht bestuur, maar in Frankrijk leren kinderen meer op school.
Veel aandacht
De opstand van Franse scholieren, waarbij onder meer honderden scholen zijn geblokkeerd, wordt uitvoerig geanalyseerd door de media. Ook in Nederland. Cijfers van scholierenvakbonden laten zien dat er veel verontwaardiging is over lesuitval en grote klassen. De media schetsen een structurele onderwijscrisis die uitgroeide tot een breder verzet tegen het beleid van de Franse president Emmanuel Macron.
Maar hoe ziet het onderwijs in Frankrijk er in de basis uit?
Het Franse lycée général, zeg maar de bovenbouw van wat hier vwo/havo wordt genoemd, kent klassen van gemiddeld dertig leerlingen. In de onderbouw stelt de overheid een maximum groepsgrootte van 25 leerlingen vast. Op de basisschool ligt dat getal op 24. In achterstandswijken zelfs op twaalf.
Eerste schooljaren
Het Franse idee daarachter is: jonge kinderen die minder kennis en vaardigheden vanuit huis meekrijgen, zitten aan het begin van hun schoolcarrière in kleine klassen. Na deze voorzichtige start worden de groepen langzaam groter.
Nederland maximeert de klassengrootte sinds 1983 niet meer nationaal en laat dit aan de scholen. Vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is dertig jaar terug een poging gedaan om invloed te hebben op klassengrootte. Een onderzoek uit de jaren tachtig, gedaan in het Amerikaanse Tennessee, toont aan dat kleinere klassen vooral effect hebben in de eerste schooljaren.
Staatssecretaris Tineke Netelenbos (Partij van de Arbeid) maakte daarom in 1996 geld vrij voor klassenverkleining in de eerste vier groepen van het basisonderwijs. Het onderwijsveld vindt echter dat alle leraren recht hebben op kleinere groepen. Het gereserveerde budget werd uitgesmeerd. Weg geld. Weg effect.
Omdat wij geen maximale klassengrootte kennen, lopen afhankelijk van het aantal aanmeldingen de lokalen vol tot meestal 32. Kortom, in Nederland zijn met uitzondering van de laatste klassen in het vwo de groepen groter dan in Frankrijk.
‘Bij ons staan hbo’ers voor de klas, het opleidingsniveau van Franse leraren is een academische master’
Dan het volgende heikele punt. Bij ons staan grotendeels hbo’ers voor de klas. Het opleidingsniveau van leraren in Frankrijk is een academische master. De meest prestigieuze graad, professeur agrégé, is streng selectief en resulteert na een vakinhoudelijk concours in een baangarantie. Met een mbo-opleiding doorstromen naar de status leraar, via een verkort zijinstroomtraject, is in Frankrijk ondenkbaar.
Het Nederlands startsalaris in het onderwijs is €2500 netto en kent een maximum van €4300 netto. In Frankrijk start de professeur agrégé met €2000 netto en eindigt net boven de €4300. Volgens het Franse ministerie van onderwijs fluctueert het gemiddelde nettosalaris bij een volledige werkweek rond de €3200. Het Franse modaal inkomen ligt overigens €13.000 lager dan in Nederland.
Kortom, de Franse leraar verdient nationaal goed en kan zich meten met de Nederlandse collega.
De Franse leraar gaat met pensioen tussen de 62 en 64 jaar. Een gymleraar geeft bij een volledige werkweek 20 lessen, een professeur agrégé 15 en een leraar op het college, de Nederlandse onderbouw, 18. In Nederland is bij een fulltimebaan in het voortgezet onderwijs 24 lessen het minimum.
Frankrijk kent ook geen structureel en hardnekkig lerarentekort zoals wij. Er is een verwaarloosbaar arbeidsmarkttekort van 0,1%. Wel worden lessen die uitvallen door ziekte niet of laat vervangen. De hamvraag hierna is: wat is de uitkomst van beide stelsels?
Slechter in wiskunde
Het Pisa-onderzoek laat zien dat 15-jarigen in Frankrijk slechter zijn in wiskunde dan de Nederlanders. De natuurwetenschappen liggen gelijk en het lezen is in Frankrijk veel beter dan bij ons.
Een essay schrijven, kennis van literatuur, kunst en denkbeelden: Frankrijk wint. Wiskunde is lastiger. Ik woonde wiskundelessen bij op een lycée en was wel onder de indruk van het vakinhoudelijke niveau. Een pratende leraar schreef het bord vol met kloppende informatie die logisch was voor de goede verstaander. Maar voor de meerderheid van de Franse leerlingen was het niet te volgen. De betekenis achter de instructies werd niet uitgelegd en er was geen sprake van voordoen, nadoen, samendoen. Mijn beste leerling in Nederland kwam niet door de selectie van een ruimtevaartopleiding omdat de wiskunde van Esten, Bulgaren en Fransen beter is. Hij zou geholpen zijn met lessen op dit vakinhoudelijk niveau.
De rest van de leerlingen lag waarschijnlijk te tukken, want dat is nóg een verschil: in Frankrijk is het een stuk rustiger in de klassen.
‘De lyceïsten protesteren en krijgen verbetering, sloebers uit de banlieues plunderen de winkels’
Het onderwijs in Frankrijk oogt verstandig ingericht, maar schudt op zijn grondvesten door slecht bestuur. Bij ons beschadigt slecht toezicht het leren van kinderen al drie decennia. Als het Franse stelsel een gedeukte Mercedes is, dan is het Nederlandse een verroeste Fiat Panda, en reken maar dat die foutgeparkeerd staat.
In beide landen is geld niet het probleem. Frankrijk en Nederland besteden 5,1% van het bbp aan onderwijs. Maar de Franse staatsschuld loopt met €5000 per seconde op. De kapitaalmarkt straft met een rente op nieuwe leningen van twee punten meer dan bij ons. De pensioenen vreten aan het onderwijsbudget en dus komt elk jaar de bezuinigingszeis langs. Leraren moeten later met pensioen en een grotere lestaak staat voor minder pensioenlasten, meer lescapaciteit en kleinere groepen.
Kaasschaafbezuiniging
Maar ja, dan worden vakbonden boos en dus volgen irrationele kaasschaafbezuinigingen zoals het uitstellen van onderhoud aan gebouwen, korten op ziektevervanging en sluipende klassenvergroting in de hoogste klassen.
En inderdaad, leraren worden niet boos, hun leerlingen wel. Omdat het gehele land verarmt is de herkenning groot. Het scholierenprotest gaat next level.
Dit breed gedragen protest tegen de regering ontspoort. Met als cynische maatschappelijke uitkomst: de geprivilegieerde lyceïsten komen in opstand en krijgen verbetering, de kansloze sloebers uit de banlieues plunderen de winkels en betalen daar nog decennia voor.
De vernielingen laten vooral zien dat de hoofdtaak van het funderend onderwijs mislukt – de opvoeding tot burger, het doorgeven van wat wij als samenleving van waarde vinden.
Iedereen die denkt dat het Nederlandse onderwijs dat beter doet, vergist zich. Nederlandse schoolbesturen bezuinigen ook op lesactiviteit en steken al dertig jaar geld in zaken waar geen kind wat van leert.
De klassen zijn hier voller, leraren zijn minder hoog opgeleid en de werkdruk is hoger. In een centraal gestuurd land zou dit direct leiden tot felle, landelijke stakingen. Maar hier wordt het onderwijs per regio geregeld. Dit decentrale bestuur werkt als een bliksemafleider. Omdat er geen centraal aanspreekpunt is, raakt de onvrede versnipperd en dooft het nationale verzet snel uit.
De overheid bewaart zo de rust, maar het onderwijsprobleem wordt niet opgelost. Een bittere conclusie waar je niet vrolijk van wordt.
Lees het volledige artikel: https://fd.nl/opinie/1617282/het-franse-onderwijs-is-nog-altijd-beter-dan-het-nederlandse

Be First to Comment