Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer van Het Onderwijsblad
De film L’Abandon over de beestachtige moord op geschiedenisleraar Samuel Paty trok in Frankrijk ruim 500.000 bezoekers. Dat de film nog niet is vertoond is een gemiste kans.
Samuel Paty is vermoord omdat hij zijn werk deed. In de klas bracht hij in 2020 het grondrecht vrijheid van meningsuiting ter sprake. Hij liet daarbij spotprenten zien met daarop afgebeeld de profeet Mohammed. Een door een leerling opgehitste Tsjetsjeense jihadist heeft hem vervolgens vermoord. Volgens president Macron een islamistische aanslag. Een aanval op de waarden van de Franse republiek. Tot hier het grote verhaal. De ultieme misdaad tegen een collega en onze westerse samenleving. Dit mag nooit meer gebeuren.
Faciliterende onderstroom
De film L’Abandon, die in Frankrijk op 13 mei in premiere ging, gaat over de laatste elf dagen van Paty. Elf dagen van toenemende spanning die een collega steeds verder isoleert en fataal wordt. De faciliterende onderstroom die de moord mogelijk maakte is interessant. Elke school kent namelijk zo’n onderstroom. Kwaadspreken, wegkijken, een twijfelende schoolleiding, de rol van ouders, de oplopende spanning. Jonge mensen denken nu eenmaal in absolute waarheden, praten daarover in eigen kring, een voedingsbodem voor buitenmaatschappelijke opvattingen. De omgang van de volwassen wereld hiermee is even precair als belangrijk.
Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Ulrike Meinhof en Andreas Baader waren in mijn jeugd de leiders van de terroristische Rote Armee Fraktion (RAF). Zij overleden in dezelfde tijd als mijn opa. Mijn opa was een lieve oude man, ik bezocht hem regelmatig. Meinhof en Baader waren moordenaars. Zij pleegden zelfmoord in de gevangenis. Ik huilde om hun dood, niet om die van mijn opa. Ik verkeerde in die tijd in extreem linkse kringen. Ik en mijn sektegenoten waren ervan overtuigd dat de overheid ze had geliquideerd. Hoe dan ook, mijn sympathie voor moordende terroristen was even sneu als dom. Mijn ouders spraken daar met mij over, net als leraren en vrienden met meer verstand. Tot hier een door mijn sociale context geneutraliseerde vergissing. Maar toen in 2004 conrector Van Wieren in Den Haag werd vermoord, plakten 30 leerlingen grote papieren met de naam van de dader en adhesiebetuigingen op auto’s. De dader was een vervelende leerling, de vermoorde conrector een gerespecteerd man die gewetensvol zijn werk deed. Deze kinderen hadden kennelijk niet een sociale omgeving die tegen ze zei; dit moet je niet doen.
Polariserende kwesties
Zo lang als het onderwijs bestaat, is omgang met deze onderstroom onderdeel van het beroep leraar. Maatschappelijk polariserende kwesties, ruzies, vechtpartijen, onaangenaamheden, in- en uitsluitend gedrag, pesterijen, meestal is het mild, zonder grote gevolgen, maar jij en ik kennen het. We weten ook hoe daarmee om te gaan. Een zowel normerend als begripvol pedagogisch didactisch klimaat, gezonde gezagsverhoudingen van waaruit eenieder zijn verantwoordelijkheid neemt. Is de collegiale code echter ieder voor zich in een rommelige en luidruchtige omgeving, met een leerlingenpopulatie die weinig steun van thuis geniet, een leerlingenpopulatie die feitelijk wordt opgevoed door religieuze, politieke of zelfs criminele subculturen, in zo’n klimaat teelt het risico op calamiteiten welig.
Precies daarom moeten jij en ik naar die film kijken. Vooral ook omdat de Franse onderwijsfilm compromisloos, confronterend en dus leerzaam zijn. Neem bijvoorbeeld Entre les murs (2007). De film laat aan de hand van een reeks ongemakkelijke scenes zien hoe een keihard werkende leraar op een achterstandsschool een leerling op dubieuze gronden van school gestuurd krijgt. Ook het recente Un metier serieux (2023) toont leraren vol in de wind. Deze twee films haalden de Nederlandse bioscopen. L’abandon niet.
Hype-zoekende media
In Frankrijk deed L’abandon veel stof opwaaien. Het Franse politiek spectrum kent een leeg midden met drukte op de flanken. De dader is moslim en dus schiet links in de racismereflex, wil de film verbieden. Rechts wijst naar problemen rond massa-immigratie en beschuldigt links van toedekken. Het ‘how can I make this about me’ gedrag van politici, hun symbiotische relatie met hype-zoekende media, dit vreugdevuur der ijdelheden, het vertroebelt de blik op waar dit echt over gaat. Want ja, de moordenaar is een zelfbenoemde jihadist. Maar het is ook een afschuwelijk incident, opgehitst door kinderen, met een twijfelachtige rol van ouders en omgeving, in een samenleving die elke dag over de drempel van scholen rolt. Wat daar dan gebeurt is nogal essentieel. Samenleven begint immers met doorgeven wat wij van waarde vinden. Scholen voeden samen met ouders en omgeving kinderen op tot burger. Wat is dan het gezamenlijk referentiekader dat bepaalt wie zich aan wie of wat aanpast? Hoe organiseren we bindende en begrenzende vorming in de dagelijkse praktijk? Hoe ziet de daaruit voortkomende frictie tussen afkomst, opvattingen en vorming eruit? Hoe bemiddelen en arbitreren we? Hebben leraren daar een idee bij, een idee waar ze zelfvertrouwen aan ontlenen? Weten ze zich gesteund? Of zijn ze verlaten?
De Nederlandse leraar praat hier te weinig over. Laat daarom deze film zien, ga daarover in gesprek, pas op elkaar en vooral, verlaat je collega niet.

Be First to Comment