Skip to content

Moed

Jazeker, het gaat de goede kant op. Met het optreden van minister Plasterk en de adviezen van de Commissie Rinnooy Kan, lijken bakens verzet te worden. Meer waardering voor het ambacht in plaats van sturing geven aan de organisatie. Ex-leraren, die zichzelf benoemden tot topmanager en meenden te moeten opereren als ceo’s van Unilever of Shell, krijgen de wacht aangezegd. Als het aan Rinnooy Kan ligt gaat de opleiding in de beloning van leraren meetellen en stijgen hun salarissen sneller. Een positieve ontwikkeling, want door meer geld naar slimmer personeel, nemen zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het aanbod toe, wint het beroep aan status en kunnen scholen selecteren op eruditie en vakmanschap.

Dus ja, ik ben voorzichtig optimistisch. Maar ik draai ook al even mee en al heb meer van dit soort wendingen meegemaakt. Belonen naar opleiding hadden we vroeger namelijk ook. De herstructurering onderwijssalarissen (hos) maakte daar, vanwege het prijskaartje, in 1985 een einde aan. Niet het opleidingsniveau, maar de vervulde functie bepaalde voortaan de beloning. Een academicus met alleen brugklassen kreeg een tweedegraadssalaris. In de decennia daarna is dit principe verder uitgewerkt tot het hedendaagse integraal personeelsbeleid, met alle leraren in schaal tien en de baantjesmachine rond schoolleidingen en bestuurders. Hele organisaties hebben tegenwoordig hieraan hun interne cohesie te danken.

Daar bovenop moet dan een nieuwe beloningsstructuur op basis van opleiding komen. De kosten hiervan belopen volgens de Commissie Rinnooy Kan 1 tot 1,5 miljard euro. Een zuinige schatting, want in 2001 zijn na een zaak bij de Commissie Gelijke Behandeling de reparatiekosten van de hos uitgerekend. Die lagen toen rond de 1 miljard euro. Nu, zes jaar later, vergroten inflatie en welvaartstoename dit bedrag. Bovendien zijn er meer na-hossers en als die allemaal gaan studeren, laten de overschrijdingen niet lang op zich wachten.
Juist ter voorkoming van dit soort financiële tegenvallers heeft het ministerie zich vijftien jaar geleden teruggetrokken uit de arbeidsverhoudingen. Sindsdien zijn gebudgetteerde besturen verantwoordelijk. Zij krijgen ook al jaren extra geld om het leraarschap aantrekkelijk te maken, maar boeken geen resultaat en potten 1 miljard euro op. Moet dan de belastingbetaler opdraaien voor nieuw beleid? Reken maar. Besturen houden hun overladen organisatie overeind en declareren de extra uitgaven voor een nieuwe salarisstructuur bij de centrale overheid. De minister krijgt vervolgens het parlement over zich heen, omdat zijn begroting net zo onbeheersbaar wordt als die in de jaren zeventig.

Verzelfstandigde besturen bepalen en falen, de overheid mag betalen. Het is als methadon pompen in een onverzadigbare junk. Eenmaal van de ergste pijn verlost, wankelt de stakker de straat op, dwangmatig op zoek naar the real stuff. Ook het voortgezet onderwijs herstelt alleen als het cold turkey gaat. In dat gegeven schuilt de kwestie die telt; durft deze minister de sector dat aan te doen? Een commissie aan het werk zetten, een advies omhelzen, met geld smijten, dat is eenvoudig. De plannen vastberaden en resultaatgericht uitvoeren vergt echter moed.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *