Karl Dittrich is de voorzitter van de NVAO, de instantie die in Nederland en Vlaanderen opleidingen in het hoger onderwijs keurt. In de Volkskrant stelt hij dat hedendaagse kwaliteitsproblemen alleen oplosbaar zijn als naar alle sectoren wordt gekeken. Daarom doet hij een voorstel: richt een staatscommissie op. Na de rapporten van Rinnooy Kan en Dijsselbloem weten we wat er mis is. Nu wordt het tijd te bepalen waar het naartoe moet. Als belangrijke vraag noemt hij: Wat is de rol van de overheid?
Dittrich wil een nieuw grand design. Alleen al door het noemen van deze besmette term is hij een verademing. Want wat is het nodig. Twee decennia bestuurlijke autonomie hebben de sector vooral anarchie gebracht. Neem als voorbeeld de chaos rond de arbeidsvoorwaarden. Eerst het masterplan dat de docent moet redden, het Convenant Leerkracht. Alle partijen zijn akkoord, de Hbo- en Mbo-raad trekken zich als een donderslag bij heldere hemel terug… inmiddels doen ze weer mee. Oké, kan gebeuren, één keer dan. Maar rond de collectieve arbeidsovereenkomst voortgezet onderwijs herhaalt deze knipperlichtprocedure zich. Kranten publiceren de afspraken op de binnenlandpagina’s, werkgevers schrikken daarvan en willen ineens opnieuw onderhandelen.
De kwestie is: deze onbetrouwbaarheid lijkt structureel te zijn. Het systeem met een overheid die belastinggeld over de muur gooit bij besturende ex-leraren, die zich vooral identificeren met de rol van maatschappelijk ondernemer – het werkt niet. Het technocratisch gesjacher met de werkdruk middels oud-Oost-Europese taakbelastingsformulieren, de loonsverhogingen die de inflatie amper bijhouden, de ondoorzichtigheid van het onderhandelingsspel, dit alles leidt op de werkvloer tot een gevoel van vervreemding en frustratie. Daardoor brokkelt de betrokkenheid bij het werk in de klas af. De erosie van de arbeidssatisfactie kent overigens meerdere bronnen, zoals de overdreven aandacht voor organisatiedoelstellingen, de nonchalante omgang met onderwijskwaliteit, een curriculum dat het evenwicht tussen vakinhoudelijke eindtermen en het leren van kinderen al lang kwijt is, de chaotisch ingevoerde gratis schoolboeken, de onuitvoerbare maatschappelijke stage en de zichzelf voedende tentakels van de zorgbureaucratie… het Nederlands onderwijs beleeft zijn eigen jaren dertig.
De tijd is rijp voor een nationale correctie. De kredietcrisis toont het failliet van het westerse gedachtegoed rond de terugtrekkende overheid, met invulling van het daardoor ontstane machtsvacuüm door een managementkaste. Onze regering koopt uit hoofde van het algemeen belang zelfs een solvabele particuliere bank op. Ligt een grotere bemoeienis met het onderwijs dan ook niet voor de hand? Ook daar vereisen nogal wat existentiële vragen namelijk een helder antwoord. Hoeveel geld heeft de belastingbetaler over voor kwaliteit? Welk onderwijs komt voor rekening van de collectieve sector? Wat is particulier? Hoe ziet een slim bekostigingsstelsel er uit? Wat leren kinderen op school? Waarom moet dat? Op welke leeftijd selecteren we? Hoe definitief is die keuze? Wat is een goede leraar? Wat doen we met de slechte? En wie is eigenlijk de baas op school: de overheid, het bestuur of het personeel? Een zoektocht naar een alomvattende, nieuwe, grondslag… meneer Dittrich, alstublieft, begin zo snel mogelijk!
Be First to Comment