Skip to content

Kinderroof

Ik sta op een verlate nieuwjaarsreceptie. Je kent het wel. Vrouwen drinken witte wijn. Ik een pilsje. Een zwetende man loopt rond met bitterballen en vlammetjes. Iedereen doet alsof het leuk is. En dan is het leuk. 

Ik sta bij een groepje. Een man vertelt over een succesvol schoolleider. Hij heeft de concurrentie in een krimpgebied leeg getrokken middels profilering. Technasium. Econasium. Wetenschapsprogramma’s. Excellentietrajecten. Kunst. Vierkleurenfolders met blije kinderen en glimlachende leraren. Ontworpen door een gerenommeerd reclamebureau. Zijn school floreert. Zijn omgeving wankelt. De beloning voor deze succesvolle schoolleider is een vlucht uit de cao. Hij wordt bestuurder.  De verhalenman blaast over zijn bitterbal en zegt; typisch winwin, iedereen wordt hier beter van. 

Ik kijk hem aan, wil iets zeggen. Want dit is aperte onzin. De succesvolle schoolleider speelt namelijk een typisch nulsomspel. De winst van de een is het verlies van de ander. Niks winwin. En op zich, het eigen belang vooropstellen, het is begrijpelijk, want het bekostigingsstelsel van de bedrijfsmatige school nodigt hier helaas toe uit. En concurrentie kan ook best kwaliteitsverhogend werken. Maar niet hier en niet zo. 

Leerplichtige kinderen kiezen een keer een middelbare school. Daar blijven ze. Ze gaan bij slecht onderwijs niet op zoek naar een andere partij. Vaak beseffen ze niet eens dat leraren slecht zijn, ze kennen de andere situatie niet en zo lang de scores redelijk lijken, vinden ze het best. Pubers zijn beperkt tot niet geïnteresseerd in onderwijskwaliteit en kiezen steevast voor de eigen vriendengroep in die veilige eerst gekozen omgeving. Inwisselbaarheid speelt in de middelbare schoolcarriere geen rol. Concurrentie is daarom ook geen zuiverende kracht.  

Dat weet die succesvolle schoolleider ook en hij gaat op zoek naar de eigen winst tegen de laagste inspanning. Dus als de inspectie landelijke kwaliteitsproblemen constateert, zoals lage motivatie, een op de drie gangbare lessen is matig, 20% op vier havo doubleert, is zijn antwoord; zo is het overal. Daar kan ik niks aan doen. En dus maakt die schoolleider zich niet druk over betere leraren of betere lessen. Daarmee valt immers geen concurrentievoordeel te behalen. Wat rest is toeters en bellen bovenop het gangbare lesprogramma. En daar wordt het onderwijs inderdaad niet beter van, maar het trekt wel kinderen over de drempel, dat maakt de school groter, en ja, het heeft iets van kinderroof.

Ik wil dat zeggen. Maar ik zeg het niet. Want dan ben ik weer die zure klootzak die anderen hun succes misgunt. Een Chardonnay mevrouw verlost me van het tandenknarsen door te vragen naar mijn nieuwe huis. Ik laat haar op mijn telefoon de foto’s zien. Ze vindt het prachtig. Een huis met een ziel. Inderdaad, mijn ziel is thuis. Ik zet mijn bier weg en vertrek.

Published inColumns

4 Comments

  1. TjakaTamsma TjakaTamsma

    Uw tandenknarsen wordt helaas niet gehoord door de beleidsmakers die deze “marktwerking” (meer concurrentie graag) bedacht hebben. Dijsselbloem is niet meer beschikbaar om een tweede vernietigend rapport op stellen over het onderwijs.
    Dat moeten de onderwijs-uitvoerders zelf doen – zie Tjeenk Willink’s ” Groter denken, kleiner doen “. En ja, dat zal veel bloed zweet en tranen (en tijd) kosten, want het grootste gedeelte van de Nederlandse kiezers (daar alleen zijn de politici, cq beleidsmakers bang voor) heeft andere dingen aan zijn hoofd (geld tekort, voetballe, casino-bezoek en the Voice). De regenten die in Den Haag het neoliberale verdienmodel verdedigen spelen het oneindig spel. Dus als BON dreigt te scoren veranderen ze gewoon de spelregels. En zo gaat het op tal van terreinen – zorg, rechtspraak (zie Tjeenk Willink). Kijk naar “het roer moet om” in de zorg. Drie jaar na een breed gedragen actie dreigt alles te verzuipen in het zompige beleidsmoeras. Voldoende samenwerking van tot actie bereide burgers (gele hesjes op het Malieveld ?) is nodig – zijn er genoeg ouders die uw tandenknarsen horen, begrijpen en u willen steunen ?

  2. Dank voor de reactie. Ik schrijf hier reeds twintig jaar over. Niet met de intentie gelijk te krijgen. Ik weet niet eens of ik dat gelijk ook heb. Wel vind ik het belangrijk om het gesprek op gang te helpen. En na dat gesprek zien we wel verder.

  3. Yola De Baets Yola De Baets

    Ton, jouw boek zou een billboard moeten zijn om de aandacht van de overheid te krijgen.
    Wat jij schrijft klopt volledig met mijn persoonlijke ervaringen in het onderwijs. Als docente Frans sinds 20 jaar al, ervaar ik jaarlijks de wisseling van de wacht. Ook al ben ik goed gekwalificeerd en is de Franse taal mijn moedertaal, toch krijg ik aan het eind van het jaar te horen dat de relatie met de school stopt. Het is werkelijk ontmoedigend.
    Achteraf ben ik ook weer blij en ga ik op zoek naar een nieuwe school. Een school waarvan ik steeds weer opnieuw hoop dat je als docent wat meer mag bepalen wat je in de klas doet en hoe je de cijfers geeft.
    Het vastzitten , of het aan de ketting hangen van mensen die 10 jaar geleden hebben besloten hoe de Franse lessen moeten worden gegeven en hoe de becijfering moet worden uitgevoerd voelt eventjes goed, maar later merk je dat je je creativiteit niet kwijt kan. Ik denk dat daar vooral een oorzaak zit van burn-out.
    Ik ken nog niemand die daar een link legt.
    Dat zou toch eens iets moeten zijn om uit te zoeken.
    Het is zo belangrijk om je creativiteit kwijt te kunnen en daarin ook te worden gewaardeerd. Juist in het onderwijs.

    Ik lees jouw boek “het bezwaar van de leraar” op pag 76.
    ” Een op de vijf leraren krijgt volgens het CBS ooit een burn-out. Dat komt door de uitdijende organisatie….”
    Ik lees dus nooit iets over het ontbreken van de mogelijkheid om je eigen creativiteit in te zetten.
    Ik denk dat daar nog wel eens goed onderzoek naar gedaan zou kunnen worden.

    Enfin, Ton ik lees nog even je boek verder en als jij “onderwijs op krediet hebt ontwikkeld dan wil ik graag bij jou komen werken in de toekomst.
    Hartelijke groet en groot compliment voor de moed die je hebt bij het schrijven van zo’n goed boek.
    Yola De Baets

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *