Skip to content

Lerarenroman dicht kloof tussen kennis en doen

Dit artikel verscheen eerder in het juni nummer van Het onderwijsblad, uitgegeven door de AOb. Dit is de versie voor eindredactie.

In 1964 schreef Bel Kaufman het boek Up the down staircase. Uitgeverij Atlas brengt in 2020 de vertaling uit. Een tijdloos en bij vlagen hilarisch boek over de leraar, zijn omgeving en de praktijkkennis die helpt bij de omgang met de dagelijkse drukte op die ene school. Wat maakt dit soort van boeken toch zo waardevol? 

Leraar is net als arts, politieagent, advocaat of topsporter een ervaringsberoep; je leert door doen. Maar je kunt niet zomaar beginnen met lesgeven. Nou ja, in Nederland kunnen zij-instromers dat wel, maar in de rest van de wereld moet je eerst doorgronden wat je onderwijst en weten wat we van onderwijzen weten. Na die noodzakelijke kennisbasis begint het oefenen in een meester gezel constructie. Je behaalt na een periode van studie en begeleid oefenen je bevoegdheid, het echte leren in het beroep kan beginnen. Al werkend kruipen weten en doen naar elkaar toe. Je wordt beter, plezier vervangt spanning, je zelfvertrouwen groeit en je blijft om je heen kijken. Je praat met collega’s, leest, doet nieuwe ideeën op, innovatie en routine gaan het interne gesprek in jouw hoofd aan. Zo ziet de weg naar een steeds betere lespraktijk eruit. Maar wat lees je dan? 

Formele en informele kennis

Over het leren en werken van docenten is door wetenschappers volop geschreven. Honderden artikelen met formele kennis zijn aan me voorbijgegaan. Een aantal daarvan heb ik voor kennisgeving aangenomen. Neem het toonaangevend werk van Carol Tomlinson over omgaan met verschillen. In de VS zijn de verschillen tussen leerlingen groot, mijn klassen zijn op niveau gegroepeerd, Tomlinson is prima, maar zonder red ik het ook. Voor artikelen over de relatie tussen de leraar en zijn klas geldt eigenlijk hetzelfde. Ik kom uit een onderwijsgezin, leef met en tussen leraren, wat ik vanuit de traditie doe, sluit redelijk aan bij wat uit onderzoek blijkt. De in 2007 overleden Jere Brophy en David Merrill helpen me daarentegen wel bij de invulling van mijn lessen. Merrill leert me dat bij het organiseren van instructie verbinding van nieuwe kennis met de werkelijkheid en het eerder geleerde een noodzakelijke voorwaarde voor succes is.  Brophy onderzocht de motivatie van leerlingen om te leren op school. Motivatie is dan het product van de waarde van de inhoud en het gevoel de taak te kunnen volbrengen. Bij omzetten van vakkennis naar leren in de klas sturen Merrill en Brophy dagelijks mijn handelen.

Maar die wetenschappelijke bevindingen zweven ook ver boven een werkvloer waar die ene leraar met die ene klas erg veel dingen tegelijkertijd doet. Schrijvende leraren dichten dan met door ervaring gevoede praktijkkennis de kloof tussen weten en doen. Toppers in dit genre zijn Frank McCourt en Daniel Pennac. Pennac beschrijft in Schoolpijn (2008) zichzelf als de onmogelijke leerling. Van daaruit ontwikkelt hij een strenge mildheid, met oog voor lastige pubers en respect voor hun autonomie. Pennac wil de mens niet veranderen, maar hij verlangt wel leerprestaties. De in 2009 overleden McCourt, bekend van de bestseller Angela’s Ashes, doet in het Teacher Man (2005) hetzelfde. Verschil is dat McCourt eerlijker is over zijn zwarte kant. Pas als hij op latere leeftijd op een eliteschool aan de slag gaat, krijgt hij plezier in het werk.

Het boek De aftrap op van Belle Kaufman past in dit rijtje. Het mag dan in 1964 geschreven zijn, de herkenning is ook nu groot. Sylvia Barrett belandt na haar studie op een middelbare school in New York. Ze is afgestudeerd op Chaucer, heeft onderwijs gevolgd ter voorbereiding op het beroep leraar, maar ze komt al snel tot ontdekking dat die kennis de waarde nul nadert. Of zoals ze zelf zegt; ik heb adolescenten in het echt ontmoet, professor Winters kennelijk niet. Ook de schoolorganisatie die memo na memo verstuurt, belemmert haar eerder, dan dat ze haar iets oplevert. McHabe van administratieve zaken heet al snel Admiraal Zak. En dan zijn er nog de bijdehante leerlingen die vooral zichzelf ontzettend leuk vinden. Het boek is geschreven in de vorm van brieven aan een vriendin, memo’s van bestuur en schoolleiding, kattenbelletjes van collega’s. Een schitterend en vooral ook grappig boek.

Beroepsidentiteit

Vraag blijft; waarom moet een leraar eigenlijk lezen? Omdat de formele kennis het professioneel geweten vormt van waaruit hij of zij de lessen inricht en verantwoord. McCourt, Pennac en Kaufman voegen daar de interactie tussen weten en doen, als ook het daarbij horende praktijkgesjoemel, aan toe. De schrijvende leraren helpen bovendien bij de plaatsbepaling in het beroepenveld.

Kijk, leraar is een rol met vele invullingen. Aan de uitersten van een continuüm staat kennisoverdracht tegenover de omgang met kinderen. Binnen die uitersten vormt zich een identiteit die in mijn geval dichter bij de vakspecialist ligt. Mij zul je op een rellerige avond niet op straat treffen om leerlingen aan te spreken. Dat doen de ouders maar en als die er geen trek in hebben, regelt de politie het, met de lange lat. Maar ik respecteer de collega’s die er op een onrustige avond op uit trekken. En ik zal ze helpen als dat nodig is. 

Onze verschillen, daarover praten en lezen, zodat we elkaars opvattingen en kwaliteiten kennen, maken van ons meer dan de som der delen. Het net uitgebrachte boek van Bel Kaufman helpt bij het op gang brengen van dergelijke gesprekken. Laat die studiemiddag even lopen, lees dit boek, praat met elkaar over de belevenissen van deze lerares in 1964 en wat die betekenen voor jouw kijk op het beroep. Vergeet nooit, als je weet wie je bent, sta je sterker in de klas. Ik zeg, doen!

Published inArtikelen

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *