Deze column is eerder verschenen in het januarinummer 2024 van Het Onderwijsblad
De PISA uitslag was zoals verwacht. Bar en boos. Met als dieptepunt de leesvaardigheid. Het percentage slecht lezende 15-jarigen lag 20 jaar geleden op 10, drie jaar terug op 24 en nu op 33. Bij de andere onderdelen lopen de lijnen eveneens recht naar beneden. Rekenen zweeft nog boven de bodem, lezen ligt er gestrekt op.
Alle onderzoeken wijzen in dezelfde richting: kinderen leren steeds minder op school. En ja dat is erg. Oneerlijk ook. Dit betekent namelijk dat het leren thuis vaker het schoolsucces bepaalt. Minder leren op school tast bovendien de maatschappelijke cohesie aan, omdat onze gemeenschappelijke kennisbasis implodeert. Volgens het onderzoeksbureau Schoen Cooperman weet 25 procent van de jongeren weinig van de holocaust. Ga dan maar eens met elkaar in gesprek. En ja, minder leren op school is ook nog eens slecht voor de verdiencapaciteit van dit land. De Amerikaanse econoom Hanushek heeft de relatie kwaliteit van onderwijs en groei van het bbp overtuigend aangetoond.
Kortom, met deze PISA raakt de poep de ventilator. Voor de zoveelste keer. Maar niemand is onder de indruk. Minister Paul reageert met: een kwestie van een lange adem. Ja joh, dan tikken we over de drie jaar de 60% domme lezers aan. Vakbonden en werkgevers wijzen naar het lerarentekort en willen een deltaplan, een synoniem voor meer geld. Ja, joh, zie het succes corona-leerachterstanden-subsidies. Huiswerkinstituten, geluksprofeten en De Efteling lopen zich al warm voor een volgende graai uit de belastingruif. En dan de leraren. Ze haben es nicht gewusst. Zij falen namelijk nooit. Alles wat misgaat ligt bij de beroepsgroep aan de directie, de besturen, de politiek, die vreselijke ouders en de werkdruk natuurlijk. Dit collectief externaliseren gaat met steun van andere partijen als vanzelf over in onder het tapijt vegen. Want even eerlijk, kinderen krijgen in rumoerige lokalen waar de hardroepertjes de baas zijn, steeds vaker les van leraren die weinig met kennis hebben en zelden een boek lezen. Dit alles mogelijk gemaakt door schoolbesturen en lerarenopleidingen die het met van alles druk hebben, maar niet met het leren van kinderen vanuit wat we daarvan weten.
Geen werkgever, geen vakbondsbestuurder, geen leraar, geen lerarenopleider, geen politicus zegt: we hebben een gezamenlijk probleem, mijn rol hierin was niet goed, ik excuseer me voor het beschadigen van kinderen en beloof plechtig dat ik er alles aan doe om de volgende keer een beter resultaat te overleggen. Het ontbreken van zo’n excuus is het moreel failliet van een sector too big to fail.
Ik ben leraar, ben daar altijd waanzinnig trots op geweest, maar nu, als ik een restaurant zit en de ober vraagt me bij het openen van een fles wijn, wat doe je eigenlijk, is mijn antwoord; ik ben werkloos.

Ton waar is jouw excuses dan als leraar? Die mis ik in jouw ophelderende tirade. Geloof me als ik zeg dat iedereen in het onderwijs en daarbuiten zich hiervoor aansprakelijk voelt. Afschuiven is enkel een coping mechanisme.
De leraar voelt zich schuldig en twijfelt aan zichzelf bij iedere les die hij geeft.
Directie ziet zijn fouten in het afschaffen van belangrijke kennisvakken die algemene kennis bevorderden in het verleden.
De overheid heeft spijt van het blootstellen van onze kinderen aan onbeperkt veel afleiding in de vorm van streamingdiensten en vloggers met een gemiddelde woordenschat van kaketoe.
Ouders hebben spijt van het feit dat ze liever op hun telefoon zitten dan een avondje voorlezen aan hun kinderen.
Laten we aan de slag gaan in plaats van ons voordoen als de verheven docent.
Tja, verheven docent, die snap ik niet helemaal, ik geef gewoon les en zeg af en toe wat ik ergens van vind. En excuses aanbieden? Heb ik gedaan. Zie https://wnl.tv/2023/12/06/leraar-schaamt-zich-kapot-voor-leesniveau-nederlandse-kinderen-het-is-een-clusterfuck-waarom-is-niemand-in-paniek/
Ha Ton,
Dank voor al je scherpe berichten en columns.
Korte vraag: in je tweet van 17-01 bericht je over pisa-vakken; dat aantal lesuren in Nederland ligt 10% onder gemiddelde.
In dat pisa-rapport kan ik die gemiddeldes niet terug vinden; welke bron heb je gebruikt?
Groeten,
Jasper
zie: PRODUCTIVE TIME IN EDUCATION, A review of the effectiveness of teaching time at school, homework and extended time outside school hours, Jaap Scheerens (Ed.)
With contributions from Jaap Scheerens, Maria Hendriks, Hans Luyten, Peter Sleegers and Cees Glas. Bladzijde 31
Nieuw Onderwijsconcept
Kansengelijkheid in het onderwijs is kansengelijkheid in het leven
Sloop de muren tussen VMBO, HAVO en VWO
Commerciële bijlesbureaus niet nodig
In plaats van de doorstroomtoets en de leerkracht van de basisschool te laten bepalen wat de mogelijkheden van een leerling zijn in het voortgezet onderwijs, zouden we het onderwijs ook anders kunnen organiseren.
De uitslag van die toets en de beoordeling van de leerkracht bepalen of een leerling naar het VMBO, HAVO of VWO gaat. Ben je eenmaal ingedeeld dan is het zeer moeilijk om daaruit te ontsnappen en via een bypass of door stapeling op een schooltype te komen dat bij nader inzien beter bij de leerling past. Hierdoor ontstaat ook de druk van ouders op het advies van basisschool omdat de ouders weten dat deze momentopnamen erg beslissend zijn voor de vervolgopleiding, beroepskeuze-mogelijkheden en uiteindelijk maatschappelijke carrière van hun kind. Bovendien werkt dit systeem segregatie in de hand hetgeen ook niet wenselijk is. Door deze indeling op hun elfde of twaalfde en door de verschillende eisen die er dan aan de leerlingen die op de verschillende schooltypes zitten gesteld worden ontstaat de ongelijkheid vanzelf. De leerlingen ontwikkelen een attitude ten opzichte van de school , de leraren, de aangeboden leerstof die past bij hun schooltype. Maar ook het mechanisme dat leerlingen die jarenlang de langzaamste van de klas waren als vanzelf naar het praktijkonderwijs gaan omdat we die geen plezier doen door ze nog langer in een klas te laten zitten met snellere leerlingen, terwijl die zich vervelen, draagt bij tot inefficiënt onderwijs
Oplossing:
Als we de trimesters (ongeveer 3 maanden netto onderwijstijd) van ieder leerjaar voortaan levels gaan noemen om aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen, dan komen we tot de volgende indeling:
Level 12 (duur: 4 jaar) is ongeveer gelijk aan het eindniveau van het VMBO.
Level 15 (5 jaar) is ongeveer gelijk aan het eindniveau van het HAVO.
Level 18 (6 jaar) is ongeveer gelijk aan het eindniveau van het VWO/Gymnasium.
Alle opleidingen van het beroepsonderwijs (MBO, HBO) en van het Wetenschappelijk c.q. Universitair Onderwijs geven aan welke startkwalificaties je moet hebben om te kunnen beginnen aan betreffende opleiding.
Bijvoorbeeld:
Je wilt rechten gaan studeren aan een universiteit. Om daar aan te kunnen beginnen vraagt deze opleiding dat je onderstaande levels op het voortgezet onderwijs hebt behaald (hoogte level slechts ter illustratie) :
Nederlands: level 18 Frans: level 18 Engels: level 18 Duits level 16 Latijn: level 16 Wiskunde: L 15 Natuurkunde: L 12 Scheikunde: L 12 Aardrijkskunde: L 12 Biologie: L 12 Geschiedenis: L 15 Economie : L 15
Voorbeeld 2:
Je wilt verpleegkunde gaan studeren op MBO niveau. Deze studie vereist dat je met onderstaande levels van het voortgezet onderwijs komt:
Nederlands: L 15 Frans: L 12 Engels: L 15 Duits: L 12 Latijn: L 12 Wiskunde: L 15 Natuurkunde: L 15 Scheikunde: L 15 Aardrijkskunde: L 12 Biologie: L 18 Geschiedenis: L 12 Economie: L 12
Dit systeem is efficiënter en geeft de leerlingen ook de mogelijkheid om zonder veel tijd te verliezen te switchen naar andere vakken als blijkt dat de interesses toch anders zijn dan eerst gedacht.
Creatieve vakken zoals bijvoorbeeld muziek, tekenen , maar ook bijvoorbeeld drama, dans, fotografie of film moeten zeker gegeven worden voor de algemene ontwikkeling en/of om de leerling zijn/haar talenten te helpen ontdekken. Hetzelfde geldt voor sport-oriëntatie en levensbeschouwing. Om een brede algemene ontwikkeling te garanderen zou je voor vakken die niet onmisbaar zij n voor de studie- c.q. beroepskeuze van de leerling een minimumlevel (bijvoorbeeld 12) kunnen eisen.
Zitten blijven bestaat niet meer. De leerling moet hooguit een level van een vak opnieuw doen als de leveltoets niet gehaald wordt.
De stempels VMBO, HAVO en VWO verdwijnen.
Levels zijn qua leeftijd heterogeen en men zit ook regelmatig bij verschillende vakken in een ander level. Nadeel? Dacht het niet, juist een goede voorbereiding om goed te kunnen functioneren in de maatschappij.
Te duur vanwege het aantal docenten dat nodig is? Dat zal meevallen. Ik denk dat een docent wel drie of vier levels in een lesgroep van 25 leerlingen kan begeleiden.
Voordelen:
• De grote verschillen van de jongerencultuur op Vmbo, Havo en Vwo worden opgeheven zodat de segregatie van deze groepen doorbroken wordt en een veel betere integratie zal plaatsvinden.
• Van commerciële bijles-instituten wordt waarschijnlijk minder gebruik gemaakt omdat het inherent is aan dit systeem dat je je zwakke punten kunt verbeteren door gewoon een ‘Level’ over te doen. Het ongewenste ‘inkopen van onderwijsniveau’ door rijke ouders zal minder voorkomen waardoor het onderwijs democratischer wordt met gelijke kansen voor iedereen.
• Tussen de leeftijd van 12 tot 16/18 ontdek je op een natuurlijke wijze wat je interesses, talenten en ambities zijn en wordt de keuze en de route naar het MBO, HBO of Universiteit duidelijk. Bijsturing en switchen blijft lang mogelijk zodat er minder onderwijstijd verloren gaat.
• Leerlingen zijn meer geïnteresseerd en gemotiveerd.
• Docenten kunnen veel efficiëntere lesgeven omdat de ‘levels’ qua kennisniveau, ambitie en motivatie veel homogener zijn dan de huidige ‘klassen’.
Bovenstaande is een korte samenvatting van mijn ideeën. Altijd bereid voor nadere toelichting.
Met vriendelijke groet,
Henk Pols
Molenstraat 10a
5554JP Valkenswaard
0612420901
henkenmiekepols@gmail.com