Skip to content

Referendum

In het parlement is gebabbeld over het lerarenregister. Inderdaad, gebabbeld. Meer was het niet. Algemene vorming mag een pijler van de democratie zijn, parlementariërs debatteren sinds het afkaarten van middenschool, half jaren zeventig, nimmer gepassioneerd over dit beleidsterrein. Wetten worden net niet Kamerbreed aangenomen. En zo gaat het ook met dat register. De vakbondsbestuurders zijn voor. De vakverenigingen. Volgens de staatssecretaris staat 80% van de beroepsgroep achter het voorstel. Er zijn al 60.000 leraren geregistreerd. Even stemmen, handjes in de lucht en klaar. Waarom zou je ook tegen zijn?

Inderdaad, waarom, waar zit mijn wrevel? Dat vraag ik me af. Want ik wil geen register. Vrije beroepen als artsen, advocaten en notarissen hebben het. Zij zijn eigen baas, de slager keurt niet zijn eigen vlees, en dus handhaaft de beroepsgroep de kwaliteit. Maar jij en ik hebben dat niet nodig. Mijn kwaliteitsontwikkeling is van mij. En van mijn schoolleiding. Ik ben in loondienst. Dus wat wil de school? Wat wil ik? Dat antwoord is altijd lastig. Want als mijn wensen ten koste gaan van de organisatie, moet een ander inspringen en houdt mijn groei die van collega’s tegen. Het evenwicht tussen werk en individuele ontwikkeling, dat is de kwestie. Dat evenwicht vinden we samen. En ja, begrenzing knelt, niet alles kan. Maar zo werkt schaarste. En als ik echt iets wil, lukt dat meestal wel. Professionele ruimte krijg je niet, die pak je. Ik ben verantwoordelijk voor mijn arbeidssatisfactie. Werkgeluk als kwestie van markt en strijd. En binnen dat ingewikkelde krachtenspel gaat een klamme registerdeken voor leraren, door leraren, met ontwikkelpunten, portfolio’s en jargon, me niet helpen. Sterker, de aanzuigende werking op entrepreneurs, die wapperend met registerpunten hun handel in gebakken lucht slijten, niet weer dat drama.

Nu weet ik ook wel, dit is slechts één mening. Maar ik sta niet alleen. Ik ken geen collega die dat register wil. Ook bij schoolleiders zie ik geen enthousiasme. Leraar Frans van Haandel toont bovendien op zijn onderwijsblog aan dat de staatssecretaris liegt over het draagvlak. Slechts de helft van de door hem genoemde 60.000 staat daadwerkelijk geregistreerd. Daar zit dan ook nog eens een stuk koppelverkoop bij. Jij wil een lerarenbeurs? Eerst registreren. Alleen al 2015 betreft dat 10.000 geregistreerde leraren. Kortom, de cijfers zijn vervuild. Journalist en leraar Johannes Visser vraagt in het internetmagazine De Correspondent hoe leraren over dat register denken. Hij scoort vooral het antwoord; ‘huh, wat is dat?’ Echt, beleidstijgers, jullie denken dat wij jullie speeltje willen. Vervolgens herhalen jullie dat mantra onder elkaar en geloven het nog ook. Weer denkt het politiek bestuurlijk complex te weten wat goed voor ons is. Dat stuitend paternalisme verdient een afrekening.

Er zijn 200.000 leraren. Zij moeten zich vanaf 2017 registreren. Anders verliezen ze uiterlijk 2026 hun baan. Vraag nu eens echt of wij dat willen. In een referendum. Iedereen stemt. Verplicht. En als 100.001 collega’s voor zijn, registreer ik me op de dag van uitslag. Maar anders, over mijn lijk. Ontsla me dan. Als je durft.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *