Skip to content

Betaal per les (Het onderwijsblad #19)

Eerst is er het gerucht over het afschaffen van de basisbeurs. De vrijkomende middelen moeten de salarissen van leraren verbeteren. De reacties op deze proefballon zijn overwegend negatief. In De Volkskrant schrijft docent Elij Rooijakkers cynisch: ‘Ha, ha, kan ik van die 30 euro per maand salarisverhoging mooi de studielasten voor mijn kinderen betalen! Petje af voor dit lumineuze idee, Plasterk. Een heel tevreden leraar.’

Rooijakkers heeft natuurlijk een punt. Onderwijsbeleid is op deze manier inkomenspolitiek, en deze familie heeft daar last van. Aan het voordeel van de gratis schoolboeken hebben ze niets, maar het wegvallen van de basisbeurs betekent per kind een koopkrachtverlies van 250 euro per maand. Dat is nogal wat. Waar is dat goed voor?

De minister ontving een dringend advies van de Commissie Rinnooy Kan: versterk de leraar. Een kostenpost van ruim 1 miljard euro, maar die versterking is dan ook hard nodig. Tenslotte is de budgettaire teruggang van de laatste decennia verhaald op het werk in de klas en de gevolgen daarvan zijn zichtbaar. Over een paar jaar moet 50 procent van de jongeren een master aan een universiteit of hogeschool halen, maar die doelstelling is onhaalbaar, omdat 60 procent van de leerlingenpopulatie op twaalfjarige leeftijd naar het vmbo gaat, waarna doorstromen naar havo onmogelijk blijkt. Kortom, er moeten betere leraren komen, die kinderen meer leren.

Belangengroepen roepen na deze constatering enthousiast: ‘Eindelijk meer geld voor onderwijs’. Een beetje naïef, want waar moet dat geld vandaan komen? Hogere belastingen jagen het bedrijfsleven weg en bezuinigen op andere begrotingsposten is lastig. Het ministerie van Justitie haalt dagelijks de krant met oplopende criminaliteit, brandende auto’s en ontsnapte gevangenen. Daar staat 5,5 miljard euro tegenover. Dat departement gaat echt niet inleveren voor beter onderwijs, en zeker niet voor een ministerie dat al over een begroting van 33 miljard beschikt.

Minister Plasterk zoekt daarom noodgedwongen in zijn eigen portemonnee. Een verhoging van het collegegeld schijnt een optie te zijn, maar het draagvlak daarvoor is even smal als voor het afschaffen van de basisbeurs. Vergroten van de klassen in het voortgezet onderwijs dan maar? Onzinnig! In de beschaafde wereld is de leerling/leraar ratio nergens zo hoog als hier.

Zo schiet het niet op. Daarom een suggestie: verander het beloningssysteem. Betaal per les! Uitgaande van een werkweek van 25 lessen van 50 minuten betekent dat met de salarisschalen van Rinnooy Kan voor een tweedegrader maximaal 31 euro per lesuur. Voor een hogeschool eerstegrader en een academicus zijn die bedragen respectievelijk 38 en 41 euro. Het te slachten kip met de gouden eieren is het middenkader. Dat is ongeschoold werk, zonder eindverantwoordelijkheid, met een beloning, hoger dan die voor lesgeven… dat hoort andersom te zijn!

Het maatschappelijk rendement van deze wending is enorm. Leraren willen voor de klas, studeren voor een hoger uurloon, het middenkader dunt uit, het personeelstekort verdwijnt en de conrector zit weer net als vroeger telaatkomers achterna. Scholen doen ondertussen waar ze goed in zijn: het verzorgen van onderwijs!

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *