Het middelbaar beroepsonderwijs staakt. Dat wil zeggen, elke donderdag stoppen ergens in een regio de docenten met werken. Het actiepunt lijkt legitiem te zijn. Leraren eisen een te behappen maximale lestaak. Nu beloopt die volgens de persberichten 823 klokuren. Werkgevers willen een verhoging naar 1200. Dat is nogal wat, een uitbreiding van 50 procent. In mijn geval zou een volledige werkweek dan toenemen tot veertig lessen. Dat kan toch niet? Met die vraag in het achterhoofd schuim ik het internet af, maar kom het fijne niet te weten. In dit deel van de sector is de laatste jaren zoveel gebeurd, dat een buitenstaander geen zicht krijgt op wat werkelijk speelt. Ik spreek wel eens oud-leerlingen, die op zo’n roc iets doen. Maar zij hebben zelden les en zijn vooral in de weer met projecten, overleg, stages en portfolio’s. Dus wat daar het begrip ‘lestaak’ inhoudt… geen idee.
Maar daarmee is de kous niet af. Die roc’s met hun schaalvergroting, morsige organisatie en onduidelijke vernieuwingsplannen zijn the killing fields van het Nederlands onderwijs. Erger is het besmettelijke karakter van hun drama, want ook dit conflict komt gegarandeerd binnen niet al te lange tijd over de drempel van het voortgezet onderwijs rollen. Ik voel het gesjoemel met mijn lestaak namelijk al aankomen. Een voorbeeld. Een vakcollega in de onderbouw wordt ziek, daar kan zij niks aan doen en we weten allemaal; de vervanger van buiten bestaat niet. Door de strengere inspectie op de urennorm mogen bovendien de lessen niet meer uitvallen. Ik ben op school, heb een bevoegdheid, barst van de tussenuren en het is volkomen terecht dat mij gevraagd wordt in te vallen. Terugkijken leert dat werken met die lagere klassen ook nog eens leuk was. Ze maakten de economiesommetjes zonder problemen en na een vraag gingen al die armen de lucht in, de bijdehante antwoorden volgden. Maar ja, van het een komt het ander. Laatst zat ik met een bovenbouwgroep de Franse grammatica door te nemen, wiskundesommen heb ik ook al besproken. Nog even en ik hang in mijn trainingspak in de ringen een vogelnestje voor te doen. Met mijn motorische kwaliteiten is dat levensgevaarlijk. Kortom, waar ligt de grens?
Is dat niet het punt? Directies willen dat collectieve arbeidsovereenkomsten ruimte bieden om hun personeel flexibel in te zetten. Leraren hebben graag afspraken die hun beschermen. En die zijn ook nodig, want de politiek draait nationaal de duimschroeven aan, dat veroorzaakt blinde paniek in de kantoren, waarna de stress zich naar beneden verplaatst. Dit afwentelingsmechanisme stopt bij de leraar. Die krijgt meer leerlingen te verwerken, terwijl hij al decennia ongeslagen bovenaan staat in de internationale ‘leerling-verwerk-klassementen’. Tijd om een streep te trekken dus. Nu maar hopen dat het conflict in het beroepsonderwijs niet met een sisser afloopt en het virus zich verspreidt. De koorts loopt langzaam op, staken voor minder lessen, dat is even geleden, het kan wel weer een keer.
Be First to Comment