Skip to content

Het zijn de lessen

Op zich is de zaak eenvoudig: als mijn bond vraagt te staken, dan doe ik dat. Verlaten van dat beginsel betekent namelijk uitlevering van het gezamenlijk belang aan de willekeur van de bestuurlijke elite. Maar toch, deze keer voelt het niet goed. Bonden en werkgevers krijgen een conflict over de werkdruk. In hun technocratische werkelijkheid is dat een ratatouille van klokuren, lesweken en taakbelastingformulieren. De buitenwereld begrijpt daar niks van en wat gaat het dan mis in de beeldvorming.

Werkdruk is ineens een moeilijk woord. Dus gaan journalisten op onderzoek; leraren leggen in kranten uit hoe hard ze werken. Ze gaan zich daarbij te buiten aan gedetailleerde beschrijvingen van arbeidshandelingen. De gemiddelde Nederlander denkt: ‘Ik heb het ook druk, maar minder vakantie, jullie krijgen bovendien al een miljard van de minister en blijven zeuren… rupsje-nooit-genoeg!’
Schoolleiders en werkgevers voelen zich sterk in dit krachtenspel en spelen hun troef uit: de gratuite remedie. Werkdruk zit hem niet in de lessen, maar in het surveilleren en de vergaderingen. Bovendien verschillen leraren. Vandaar de oplossing op maat. Een schoolleider in de Volkskrant: ‘Een centrale regeling waarbij iedereen een paar uur minder les hoeft te geven, zal niets veranderen. Geef mij dat geld, en ik neem voor de één een onderwijsassistent aan en geef de ander meer loon waardoor hij weer fluitend naar zijn werk gaat.’

Precies daar zit het gevaar. Leraren zijn gebaat bij een transparante, collectieve regeling, maar helaas dreigt uitlevering aan het paternalisme van dit soort schoolleiders. Met de deur dicht bedenken zij wat jij en ik als zwaar ervaren in ons werk. Het daarbij ontwikkelde schoolbeleid is het horrorscenario. Volle klassen en veel lessen voor een relatief kleine groep leraren, maken geld vrij voor de baantjesmachine rond de schoolleider. De volgende stap is de inzet van vakantiedagen, zogenaamd om de werkdruk te spreiden. Een leugen eerste klas, want elke leraar werkt al in de vakantie. Lesgeven lukt namelijk alleen dankzij een voortdurende herinterpretatie van het verhaal in de klas. Vergelijk het met een journalist. Die schrijft één groot stuk per week, kan dat in een paar uur, maar krijgt de tijd om informatie in te winnen en te checken. Wij geven 25 lessen waarin we abstracte inhouden verbinden met wat bij kinderen leeft, controleren op het geleerde en administreren de resultaten. Een boek lezen, nadenken over wat werkt en wat niet, deze noodzakelijke voorwaarden voor succes ontwikkelen wij in onze vakanties.

Er hangt verlies in de lucht. Connaisseurs die nooit voor een klas staan, domineren de media, hebben het druk met hun particuliere machtspositie en spelen met onze voeten. Want de werkdruk, dat zijn de lessen! De landenvergelijkende feiten spreken voor zich: de Nederlandse leraar heeft de meeste lessen, de grootste groepen en de minste vakantiedagen. Eis daarom wat in de rest van de wereld gebruikelijk is: een maximumaantal lessen. Doe dat met het mes tussen de tanden. Reken maar dat buitenstaanders die boodschap wel begrijpen.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *