Skip to content

HBO-fraude

Over de analyse bestaat eigenlijk wel consensus. Het kennisniveau van de mannen en vrouwen voor de klas moet simpel omhoog. Vooral de hogescholen met hun tweedegraads opleidingen leveren vakinhoudelijk verminkte leraren af. Op zich begrijpelijk, want betaalbaar vakonderwijs organiseren met één student Duits, twee natuurkunde, drie wiskunde, vier Frans en veertig geschiedenis blijft lastig. De hele groep met colleges onderwijskunde van de straat houden is in ieder geval een stuk goedkoper. Even maakte een dedain jegens zogenaamd verouderende kennis dit soort organisatorische keuzes zelfs legitiem.

Inmiddels weten we beter. Academisch denkniveau en vakinhoudelijke kwaliteiten zijn broodnodig voor succes in het moderne onderwijs. Het organisatiebureau McKinsey toont in een landenvergelijkende studie overtuigend aan dat hoog- en competitief opgeleide leraren beter presteren. Vandaar de inzet van minister Plasterk. Een scholingsfonds van 80 miljoen euro en een LD-functie voor eerstegraads leraren moeten verleiden tot een restauratieve beweging in de richting van eruditie. Zowel bonden als werkgevers committeren zich aan dit beleid.

Het lijkt welhaast een Haagse ziekte, maar ook deze keer wringt het in de uitvoering. De kans dat zittende leraren straks op academisch niveau afstuderen is namelijk nagenoeg nul. Zo is voor tweedegraders, met steeds vaker een verleden in het middelbaar beroepsonderwijs, de universiteit te hoog gegrepen. Maar ja, deze groep wil wel mee-eten uit de door de overheid royaal gevulde ruif en kan terecht bij de eerstegraads-light-trajecten van de hogescholen. Vakinhoudelijk stellen die weinig voor. Het personeel van deze opleidingen bestaat overwegend uit (ex-)leraren uit het voortgezet onderwijs. Enthousiasme in de omgang met kinderen is hun kwaliteit, de betrokkenheid bij de wetenschap nihil. Curriculumontwikkeling krijgt daardoor een eigen dynamiek. De eisen van eerstegraads hbo-instellingen staan in geen verhouding tot wat academisch gevormde leraren moeten kunnen en weten.
Maar dan komt het: schoolleiders gaan zich van dit kwaliteitsverschil weinig aantrekken. Een eerstegrader komt straks ongeacht studieachtergrond in aanmerking voor de felbegeerde LD-functie.  Waarom? Omdat alle partijen belang hebben bij het in stand houden van deze rechtsongelijkheid. Kijk maar. Tweedegraders schrijven zich massaal in op hun oude hogeschool, plakken en knippen wat over ‘leerstijlen’ of ‘omgaan met verschillen’, halen hun eerstegraads en claimen de beloofde salarisverhoging van duizend euro per maand. Werkgevers en bonden betalen de welvaartsverbetering met geld van de minister, zij maken zo gratis nieuwe vrienden. Hogescholen zien intussen de studentenaantallen oplopen en halen op de automatische piloot de belangrijkste organisatiedoelstelling: budgetuitbreiding.

Kortom, de politiek vraagt vakbekwaamheid, wil zelfs academici, betaalt daarvoor en leerlingen blijven les houden van vakonbekwame docenten. Daarmee is de zoveelste hbo-fraude een feit. Flessentrekkerij, dat is het reële maatschappelijk rendement van goedbedoeld beleid in een rotte omgeving. De emeritus hoogleraar Arnold Heertje typeerde de bestuurscultuur van het onderwijs ooit als die van de georganiseerde misdaad. En de eindverantwoordelijke minister? Die past inmiddels aardig in het beeld. Zijn werk is gedaan, de bal ligt bij de instellingen. Met schone handen zet hij zijn fraaie hoed op en oogt dan zelfs als een capo di tutti capi…

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *