Skip to content

Er is geen diploma-inflatie

In juli krijgt een aantal leerlingen hun diploma. Maar wat is dat nog waard? Niet zoveel, beweren Ad Verbrugge en Hanneke Klinkert in het debatprogramma Buitenhof. De eerste is universitair hoofddocent en voorzitter van de vereniging Beter Onderwijs Nederland, de tweede geeft les in het vak Nederlands. Zij ervaren de verloedering in hun dagelijkse onderwijspraktijk. Neem de taalvaardigheid. De interpunctie klopt niet, de spelling is waardeloos en het regent stijlfouten. Het is zo erg, dat de Vrije Universiteit tegenwoordig een taaltoets afneemt en daar zakt menigeen voor. De minister onderschrijft deze analyse met een opiniestuk in NRC/Handelsblad en levert tevens de remedie: nieuwe gestrengheid. De bewindsman wil meer instructie en minder zelfontplooiing.

Deze restauratieve boodschap past in tijdgeest, klinkt daardoor redelijk, maar heeft bijzonder weinig met de bestaande onderwijsrealiteit te maken. Hoe streng ik met mijn leerlingen omga, gaat de minister bijvoorbeeld niks aan. Bovendien, met zelfontplooiing is op school helemaal niemand bezig; voldoen aan de eis, daar draait het om. Het daarbij behaalde niveau is uiteraard een zaak van de leraar. De collega Nederlands stelt zich dan ook bijzonder kwetsbaar op; die spel- en stijlfouten hebben leerlingen namelijk van haar geleerd. En die taaltoets op de universiteit? Nergens voor nodig, een slecht geschreven stuk moet gewoon over… tot het goed is.

Het gedoe over de diploma-inflatie, het is cafépraat, quatsch, onzin. Met name dankzij het centraal schriftelijk heeft het diploma nog steeds inhoud en status. De toetsen van nu zijn ook niet makkelijker dan die van vroeger. In tegendeel, het examen economie dat ik dertig jaar geleden als leerling maakte, was stukken eenvoudiger dan het werk dat ik dit jaar gecorrigeerd heb. Het aantal gekende vakbegrippen, de diepgang en de probleemoplossende eisen, het gaat vandaag de dag allemaal veel verder. De score van mijn leerlingen zegt dan ook daadwerkelijk iets over hun kwaliteiten.

Is er dan niks aan de hand? Natuurlijk wel, er zijn kwaliteitsproblemen, altijd. Maar iedereen die doet alsof er vroeger werd geleerd en het hedendaags examen niks voorstelt, handelt in onderbuikgevoelens. Waar die vandaan komen? Van leraren zelf natuurlijk! Die vergeten soms dat de intellectuele kloof tussen henzelf en de eeuwig jonge leerlingen met de jaren groeit. Het denigrerende zinnetje ‘dat ze dit niet weten’ spookt bij alle docenten, op alle niveaus, in elk land, regelmatig door het hoofd. Bij vermoeidheid mondt dat uit in de alles wordt minder tunnelvisie, die zich manifesteert middels de grote afwentelingsriedel: de universiteiten schelden op middelbare scholen, bovenbouwleraren geven de onderbouwleraren de schuld, die vervolgens basisscholen verwijten dat ze het niveau verkwanselen.

Het zijn altijd de anderen, een manier van denken die nog nooit één probleem heeft opgelost. Kortom, de taalvaardigheid moet beter? Oké, vanaf september mogen leerlingen met spel- en stijlfouten in proefwerken pas naar huis, nadat ze de antwoorden in correct Nederlands hebben opgeschreven. Voer deze nationale taalactie twee maanden… en weg is het probleem. Niet het publiek debat telt, maar wat leraren doen… houd het gesprek daarom concreet.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *