Elk jaar weer een feest, die examens. Praten met collega’s over de kwaliteit van de opgaven, op zoek gaan naar interpretatieverschillen, die afbakenen, daarna corrigeren en de resultaten duiden; het geeft mijn werk status en plezier. Helaas gooit georganiseerd wantrouwen de laatste tijd wat roet in het eten; jij en ik zouden namelijk sjoemelen bij het corrigeren en onze eigen leerlingen bevoordelen. Daarom trok de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven (CEVO), tegenwoordig het College voor Examens (CvE), een paar jaar terug een stuk van het eindoordeel naar zich toe; het CvE bepaalt met omzettingstabellen het punt van het centraal schriftelijk dat de score na eerste en tweede correctie oplevert. Maar de paranoia raast door. Volkskrantcolumnist Ferry Haan stelt; laat de eigen docent niet als eerste, maar als twee corrector het werk van zijn leerlingen bekijken[1]. Dat is pas eerlijk en objectief.
Het voorstel van Haan hangt al even boven de markt, klinkt ook professioneel en kent daarom medestanders, maar echt, het is onzin. Verandering van de correctieprocedure is namelijk een oplossing voor een probleem dat niet bestaat; jij en ik kijken gemiddeld genomen goed na. Dat komt omdat leraren brave borsten zijn; de pakkans van de tweede correctie voorkomt dat ze hun eigen leerlingen bevoordelen. En nee, dat verzin ik niet, daar is bewijs voor. De hoogleraar Jaap Dronkers vergelijkt al jaren de resultaten van het school- en het centraal examen. Wat blijkt? Met name op het vwo groeien de verschillen. Voor schoolexamens scoren leerlingen constant, maar het centraal levert, ook na de onnavolgbare bijtellingen van het CvE, steeds slechtere resultaten op. Kortom, docenten oordelen streng, misschien wel te.
En nee, daarmee zijn de problemen de wereld niet uit, want leerlingen leren aantoonbaar te weinig. Ook daarvan is de oorzaak bekend; hoe hoger het niveau, hoe slechter de lessen. Steeds vaker staan in de bovenbouw vwo leraren voor de klas die de internationale handboeken nooit gelezen hebben en de grote denkers in hun vak amper kennen. Inderdaad, een ander probleem, maar wel een argument tegen de procedureverandering die Haan voorstelt.
De examens in mijn vak behandelen ingewikkelde problemen. Mijn slimme leerlingen bedenken dan oplossingen buiten het antwoordmodel om. Ik verdiep me daar in, herken de patronen en als ik me laat meeslepen, te ver meedenk, laat ik me graag corrigeren door een collega. Maar andersom, het werk eerst aan een vakinhoudelijke twijfelaar geven, die alle creativiteit fout rekent, daar niet over wil praten, veel te moeilijk, het zijn ook zijn leerlingen niet… ik sta niet voor mijn reactie in, zie de krantenkop al voor me; overspannen docent slaat collega in het gips.
Kijk, ik ben verantwoordelijk voor mijn leerlingen. Jaren aan een stuk beoordeel ik ze, maar bij het sacrale centraal schriftelijk examen ben ik ineens onbetrouwbaar. Kom nou toch, geef ruimte en ja, die gebruik ik, zo lang het vakinhoudelijk althans verantwoord is, want een goede leraar is streng tijdens het leren en soepel bij de afrekening.
[1] Zie: http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5797/Leerling_en_docent_gevaarlijk_aan_zelfde_kant
Be First to Comment