Uit onderzoek blijkt dat kinderen aan het einde van de basisschool werkwoorden nagenoeg foutloos spellen. Maar wat hebben ze daaraan? Niks, want een paar jaar later zijn ze het weer verleerd en maken ze de ene spelfout na de andere. Althans dat stelde onderzoeker Jannemiek van der Gein in het zomernummer van het maandblad Onze Taal.
Erg hè, het voortgezet onderwijs leert kinderen dingen af. Nee hoor, zegt de hoogleraar onderwijskunde Jaap Scheerens, niks aan de hand. Het Nederlands basis- en voortgezet onderwijs is uitstekend; er is geen enkele reden tot ongerustheid. Dat blijkt dan weer uit zijn onderzoek. Maar de Nederlandse onderwijsprestaties zakken toch, volgens de laatste PISA meting? Dat valt reuze mee, hoor ik Scheerens op radio één zeggen. Die daling is vooral een gevolg van het meedoen van nieuwe Aziatische landen, zoals bijvoorbeeld Sjanghai.
Lastig, al die tegenstrijdige onderzoeksresultaten, want wie heeft gelijk? Allemaal natuurlijk en vanaf dan luidt de kwestie; voor welk gelijk kies je? Want ja, het Nederlands onderwijs doet het goed in het PISA klassement, is de tweede van Europa. Maar voor de toekomst telt niet het niveau, maar de beweging en die is dalend. Vergelijk het met voetbal. Feyenoord was veertig jaar geleden stinkend rijk, won in 1970 de Europa Cup I, in 1971 de wereldbeker en in 2002 bracht de club nog een Europese beker naar de Coolsingel. Decennia lang gaan schommelende prestaties en een wanbeleid van investeringen in net-niet spelers als kameraden hand in hand. Maar dan ineens slaat de man de met de hamer zijn slag en is het prestige bedorven; de schulden zijn torenhoog, de prestaties om te huilen en zelfs het stadion is uit de tijd. Het Nederlands onderwijs is als Feyenoord. Rijk in de jaren zeventig, toen leraren goed verdienden en qua beloning tegen het Kamerlid aanschuurden. Maar dan kiest de overheid voor bezuinigen via de autonome onderwijsorganisatie, de salarisgroei zit voortaan in het management. Matig beloonde leraren bevolken ondertussen de overvolle klassen en de vlucht voor leerlingen komt op gang; laag opgeleide leraren vervangen hoog opgeleide vertrekkers.
Uit onderzoek blijkt dat de gevolgen van dit tergend langzaam proces enorm zijn. Toponderzoeker van Stanford University, Eric Hanushek, meet het economisch rendement van leraren en constateert dat een jaar les van een goede leraar het toekomstig jaarinkomen van een groep van twintig leerlingen met 400.000 dollar doet stijgen. Slechte leraren drukken het bruto binnenlands product met miljarden[1]. Sinds een onderzoek van McKinsey weten we dat een goede leraar een academisch denkniveau heeft. De 10.000 uren regel van de psycholoog K. Anders Eriksen leert dat veel lesgeven hem pas echt goed maakt. Maar de Nederlandse leraar is steeds lager opgeleid, maakt liever carrière in de organisatie, dan uren voor de klas en die ontwikkeling kost de samenleving miljarden. Kortom, onderzoek toont onomwonden aan dat binnen nu en tien jaar ons onderwijs volledig naar de kloten is… en net als met Feyenoord komt het vanaf dan voorlopig niet meer goed.
Be First to Comment