Skip to content

Schijnbeweging

Het nieuwe algemeen vormend programma Onderwijs 2032 is niet het resultaat van een nationale brainstorm. De inhoud stond vooraf vast. Aldus journalist en leraar Johannes Visser in dit blad. Die brainstorm was wel beloofd. Vanwege het draagvlak. En de grote schijnbeweging die moet suggereren dat 200.000 leraren Onderwijs 2032 omarmen, is inmiddels schaamteloos doorgeschakeld naar de volgende fase. De met geld van de staatssecretaris gefinancierde onderwijscoöperatie forceert met debatten in treurige zaaltjes en hippe internetdialogen legitimatie voor de vernieuwing. En als het dan straks misgaat, volgt de klassieke jij-bak; ja, leraren van Nederland, jullie wilden dit, nu niet klagen. Precies daarom dienen alle partijen de medewerking aan Onderwijs 2032 subiet te staken.

Want het gaat mis. Gegarandeerd. Allereerst omdat de haastig georganiseerde inspraak geen enkele waarde heeft. Niemand zal iets van zijn inbreng terugzien in de besluitvorming. De opvattingen van leraren over wat kinderen leren op school zijn namelijk overwegend gevoed door particuliere ervaringen. Op die ene school. In dat ene vak. Meningen bewegen dan al snel richting prietpraat. 

En alles wordt erger. Want onderwijs 2032 gaat nu ineens ook over zeggenschap voor leraren. Door bijvoorbeeld eigen invulling van kennisdomeinen op school. Zo worden jij en ik eigenaar van ons onderwijs. Maar daar is een nationaal curriculum helemaal niet voor. Bovendien, vakoverstijgende gesprekken over lesinhoud en ontwerp zijn per definitie lastig. Kijk, ik heb een vak gestudeerd dat vanuit het kenobject schaarste naar de complexe wereld om ons heen kijkt. Economie gaat over verstandig kiezen en samenwerken ten behoeve van welvaart. De vakaanpak is een combinatie van vertellen van een verhaal, laten zien in grafieken en rekenen met algebra. En dan zeggen mijn collega’s aardrijkskunde en geschiedenis; dat doen wij ook. Ongeveer dan. Welkom in het kennisdomein mens en maatschappij. Maar dat is niet zo. Onze vakken verschillen fundamenteel. En ik wil geen kennisratatouille voor pubers. Sterker, een nationaal curriculum hoort me te beschermen tegen deze handel in onwaarheid.

Onderwijs 2032 verdient een snel einde. Een select groepje collega’s is er gesubsidieerd mee bezig. De rest werkt en haalt de schouders op. En deze onverschilligheid is terecht. Het verhaal hangt van rariteiten aan elkaar. Kernvakken, okay, die bestaan, maar daarna doet wartaal het licht uit. Vakoverstijgende vaardigheden, persoonsvorming, niet leren maar opzoeken, allemaal quatsch. Niveau leerstijlen bij dat rare studiehuis. Wie heeft het daar nog over? En ja, het huidige programma is een vanuit opvattingen van vroeger doorgefokt fragmentarisch gedrocht. Dat kan inderdaad anders en beter. Maar verander een curriculum zoals het hoort. Eerst agendeert de politiek het probleem. Vervolgens schetst een commissie van wijzen rustig en bescheiden de contouren van een nieuw programma. Een vervolgcommissie expliciteert. Leraren hebben tot hier niks te zeggen. Over de uitvoerbaarheid hebben ze echter vetorecht. Na het akkoord van beroepsgroep beslist het parlement. Meer expertise. Minder opportunisme. Nu kan het nog. Stop.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *