Skip to content

Denkers en doeners

Er zijn mensen die het werk doen en mensen die over het werk nadenken. De onderlinge relatie is zinvol als die wederkerig is. Vanuit daaruit manifesteren zich mogelijkheden tot verbetering. Leraren proberen uit, trekken conclusies en stellen in overleg met denkers bij. Ontwikkeling van een sector als een dialectisch gesprek tussen innovatieve opvattingen en op de werkvloer opgedane routines.   

Helaas is de werkelijkheid een andere. Ontmoetingen tussen denkers en doeners stranden meestal in wederzijds onbegrip. Hoe komt dat? Omdat de ijle werkvloervreemde retoriek van denkers die wederkerigheid blokkeert! Een paar voorbeelden. 

Andreas Schleicher is onderwijsbaas van de OESO, de club die rijke industrielanden met elkaar vergelijkt. Van hem moet het onderwijs anders en daarbij braakt hij de bekende vernieuwingsclichés uit; ‘google weet alles, met kennis onderscheidt je je niet, de wereld beloont je voor wat je met die kennis doet’. Dat laatste is op zich juist. Zonder toepassing en verbinding met het eerder geleerde is nieuwe kennis betekenisloos. Google vergroot precies daarom het belang van het hebben van kennis. De explosief groeiende informatiestroom kun je alleen alleen productief aanwenden als je veel weet. Vanuit de verbinding daarmee kun je namelijk nieuwe informatie omzetten in kennis.  

Een ander voorbeeld. Claire Boonstra. Boonstra is onderwijsinfluencer, geeft geen les, is geen onderzoeker, maar gebrek aan kennis en ervaring weerhoudt haar niet van een gedreven bemoeienis. Van haar komt deze. ‘Waarom wordt iedereen gedwongen hetzelfde te leren? Datgene wat een kind echt goed kan, wordt vaak niet getoetst. Denk aan iemand die niet goed kan schrijven, maar wel heel goed kan tekenen en zich daarin veel liever zou willen ontwikkelen.’ Tja. Een kind beseft slechts beperkt wat het kan en wil. En dus maakt het op school kennis met wat we weten, kunnen en maatschappelijk van belang vinden. School is geen talentfabriek waar je doet wat je leuk vindt. Voetballers, gitaristen en stratenmakers zijn niet goed geworden op school, maar daarbuiten, na kennismaking met heel veel meer dan waar ze vandaag de dag de kost mee verdienen. Omgang met taal en getallen, weten waar we vandaan komen en wie we zijn, begrip van de inrichting van de samenleving, daarmee organiseert school maatschappelijke cohesie. De cohesie bepaalt hoe we met elkaar omgaan.  

Kortom, Schleicher, Boonstra en andere mallerds uit de coterie van onderwijsdenkers, het is gelul om niks met een agressieve subtekst; jullie leraren doen het verkeerd. De logische gestrekte-middelvinger-reactie luidt; kom eens voordoen, met je zoek op en doe wat je leuk vindt, op vier havo, met 32 leerlingen, vier lessen per week, werk waar de Schleichers en de Boonstras de neus voor ophalen. 

De wig tussen onderwijsdenkers en doeners groeit. Elke dag. Niet handig, want denken zonder doen is als drummen zonder drumsticks. Niemand hoort je.   

Published inColumns

3 Comments

  1. M.i. kent de kloof tussen denken en doen in het onderwijs een lange en vooral hardnekkige traditie. Tijdens mijn opleiding heb ik (uiteraard) kennis genomen van het gedachtegoed van pedagogen en onderwijskundigen. Mijn opleiders zagen echter geen kans een voor ons studenten handzame verbinding te leggen tussen theorie en praktijk. Deze gingen zodoende elk een eigen leven leiden. Ik meen dat dit euvel zich op alle pedagogische opleidingen aldoor heeft voorgedaan, met als gevolg dat een vruchtbare discussie tussen theoretici/plannenmakers en praktijkmensen niet mogelijk is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *