Skip to content

Alleen nationale regie kan scholen openhouden

Artikel eerder gepubliceerd in De Volkskrant. Dit is de versie voor eindredactie.

Maandag beginnen de scholen in het Noorden. Twee weken later zitten 2 miljoen kinderen in de schoolbanken. Er is echter wel een probleem. Voor de vakantie was corona onder controle, nu neemt het aantal besmettingen weer exponentieel toe. Jongeren spelen daarin een grote rol. Je zou denken, een nationale kwestie, bestuurders en politici springen voor camera’s, benoemen risico’s, zetten beelden van werkbare en wenselijke afspraken uit, organiseren daarvoor legitimiteit, nemen leraren mee en doen er alles aan om nog een nationale schoolsluiting te voorkomen.

Niks van dat alles. Minister Slob en de onderwijsbestuurders hanteren het adagium ‘wij hebben ook vakantie’ en schitteren door afwezigheid. Werkgevers in het VO hebben nog wel om een onderzoek naar ventilatie gevraagd, dat komt er ook, in de loop van het schooljaar en ja, beter ventileren, altijd goed, maar daarmee blijft het wat is, te weinig en te laat. Leraren hebben klassen met 32 leerlingen die schouder aan schouder door gangen schuifelen. De beheersing van dit risico vereist toch echt meer regie. Die nationale regie begint bij de evaluatie van de eerdere ervaring om van daaruit antwoord te geven op de vraag; wat willen we en wat kunnen we?

Half maart gingen alle scholen dicht, kort voor de zomervakantie waren ze weer open. Het kabinet en het RIVM vonden sluiting in beginsel niet nodig vanwege de geringe rol van kinderen in de transmissie en bij een dergelijk risico is het negatief effect van schoolsluiting groter dan de opbrengst. Deze stelling bleek echter onhoudbaar. Wereldwijd zaten op dat moment 1,5 miljard kinderen thuis. In New York kwam de sluiting net te laat, met tientallen overlijdens onder onderwijspersoneel als gevolg. Het RIVM wist bovendien nog niet zoveel van de rol van kinderen in de transmissie van het virus. Een Chinese studie liet een laag risico zien, maar buurlanden baseerden hun handelen op andere studies, met andere uitkomsten.

Inmiddels is over die rol van kinderen meer duidelijkheid. In dit land is iedereen tussen 0 en 18 jaar kind. Maar een mannetje van vier in de zandbak is anders dan zijn zus van 17, die drinkt, vrijt en rookt. Een recente Zuid-Koreaanse studie leert dat kinderen tussen 0 en 10 inderdaad beperkt bijdragen aan de verspreiding van het virus. Maar uit datzelfde onderzoek onder 65.000 mensen blijkt ook dat binnen een huishouden een op de vijf mensen na contact met een corona patiënt tussen de 10 en 19 jaar besmet raakt. Dat is van alle leeftijdsgroepen het hoogste percentage.

Kortom, het risico van het openhouden van basisscholen lijkt gering. Maar middelbare scholen hebben wel degelijk een besmettings- en verspreidingsrisico. Daar staat tegenover, nog eens sluiten en overgaan op onderwijs op afstand, je moet er niet aan denken. Pubers onttrekken zich net wat te makkelijk aan het leerproces, leren daardoor minder en met name als de achtergrond van thuis het verwerven van schoolsucces niet ondersteunt, ontstaan onoverbrugbare achterstanden. En terwijl kinderen minder leren, doemt ook nog eens een malle paradox op. Niemand doubleert en 99% slaagt voor het eindexamen. Dit systeemfalen, niet nog een keer.

Het oplopend aantal besmettingen en de rol van jongeren brengen het voortgezet onderwijs in een crisis met uiterste urgentie. Het begin van het schooljaar is cruciaal voor de vorming van de werkrelatie tussen leraar en leerlingen. Uit onderzoek blijkt; lukt dat de eerste weken niet, dan is het einde verhaal. En een leraar kan geen werkrelatie opbouwen middels een beeldscherm. Uitleg gaat nog, maar leren, verbinden van nieuwe begrippen met het eerder geleerde en de werkelijkheid, verlenen van betekenis, begeleid inoefenen van vastliggende oplossingspaden, systematisch bekritiseren van uitkomsten, de organisatie daarvan vereist nabijheid, contact en controle.

Het probleem is dat middelbare scholieren elkaar, hun ouders en leraren wel degelijk besmetten. De oplossing begint bij nationale gedragsafspraken, vertaald naar de realiteit van een school en als daarbij niet kan wat je wil, wil je wat kan. De ervaring van voor de zomervakantie leert dat de anderhalve meter werkt tussen de leraar en zijn leerlingen, maar niet voor leerlingen onderling. Daarvoor zijn de gebouwen en de lokalen simpelweg te klein. Vanuit die constatering volgen aanvullende maatregelen. Denk aan; het maximeren van de klassengrootte op 20, trajecten op afstand voor kinderen met kwetsbare familieleden, regelmatig testen, mondkapjes in de gangen en vooruit maar, ventileer beter. Wat het ook wordt, de urgentie vereist een helder en werkbaar beeld. De sneuvelbereidheid onder leraren ligt na alle onrust en onzekerheid ver onder nul, waarna Amerikaanse scenario’s in beeld komen. President Trump twittert zijn duimen blauw, dreigt met stopzetten geldstromen en veel scholen in de VS gaan voorlopig niet open.

Het grote zomerzwijgen van minister en onderwijsbestuurders, dat is het echte schandaal. Zij zijn verantwoordelijk voor het bedenken van werkbare oplossingen, de legtimering daarvan en nationale coördinatie van de uitvoering. Gebeurt dat niet, dan raakt in september de poep de ventilator voor de tweede keer. En die bagger krijgt niemand meer opgeruimd.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *