Skip to content

Onderwijsministers maken verkeerde investeringskeuzes.

Op 13 juli gepubliceerd op Onderwijsblog NRC, klik hier en je kunt het lezen.

Hieronder de tekst voor eindredactie.

Ruim 1200 leraren hoorden op 1 juli van uitvoeringsorganisatie DUO dat ze het volgend jaar geen beurs krijgen die hun studie financiert. Hiermee bespaart het ministerie 10 miljoen euro. Vlak voor de verkiezingen in maart gaven de ministers van onderwijs Van Engelshoven (D66) en Slob 8,5 (CU) miljard euro uit voor het wegwerken van leerachterstanden ontstaan door corona. De zuinigheid bij de studiebeurs, de spildrift bij de achterstanden, andersom was verstandiger geweest. Want ook na de waarschijnlijke redding van de studiebeurs door de Tweede Kamer, middels het aangenomen amendement Nijboer (PvdA), gaat hier iets fundamenteel mis in de prioriteitsstelling in de Nederlandse onderwijspolitiek.

Wat gaat hier mis? Kijk mee terug. Vlak voor de kerstvakantie gaan de scholen gedeeltelijk dicht. De verkiezingen naderen. De politiek toont daadkracht en presenteert eind februari 8,5 miljard voor het wegwerken van leerachterstanden ontstaan door corona. Hoe die achterstanden eruitzien, hoeveel ervan zijn, waar ze zich bevinden, op dat moment weet niemand dat. Inmiddels blijkt dat de eindtoets op de basisschool en de examens in het voortgezet onderwijs normaal gemaakt zijn. Informatie over achterstanden die het miljardenbedrag rechtvaardigt, bestaat niet. Net als zicht op effectieve aanwending. Vandaar dat de algemene rekenkamer constateert dat het risico op verspilling van gemeenschapsgeld is dit geval erg groot is.

Zet daar de lerarenbeurs tegenover. Die bestaat sinds 2008. Leraren krijgen de mogelijkheid zich middels studie te ontwikkelen in hun werk en mogen de kosten declareren bij het ministerie van onderwijs. De lerarenbeurs werkt tot 2020 probleemloos. In juli van dat jaar gaat het mis. De aanvraag van 2400 leraren wordt onverwacht afgewezen.

Dat is nodig omdat minister Slob het bedrag voor die lerarenbeurs van 82 miljoen in 2019 teruggeschroefd heeft naar 78 miljoen in 2020, gevolgd door een extra verlaging naar 50 miljoen. De laatste verlaging was een overheveling naar een ander potje. Daardoor ontstond een tekort dat is weggewerkt door de afwijzing van 2400 beurzen.

Tussen 1 april en 15 mei van dit jaar mochten kandidaten zich opnieuw inschrijven. Door de eerdere negatieve ervaring kropen gemotiveerde leraren tijdens de eerste minuut van die eerste april achter de computer. De software van DUO kon de aanvragen niet aan, ging regelmatig plat, bevestigde inschrijvingen verdwenen, zijn ook nooit teruggevonden en om half tien in de ochtend van 1 april was het budget op. 1200 leraren grepen mis.

Deze slordige procedure resulteert in een wrange conclusie. In dit begrotingsjaar geven de ministers van onderwijs miljarden extra uit aan achterstanden die niemand kent, tegelijkertijd bezuinigen ze miljoenen op studie en ontwikkeling van leraren. Handig is anders.

Nederland heeft namelijk een lerarentekort. Wethouders van de grote steden willen ter bestrijding daarvan bovenop die 8,5 miljard nog meer geld. Ze dreigen zelfs met schoolsluitingen. Het dreigement van de wethouders sloft op het gemak door de media en trekt als een magneet naar resultaat. Politiek bedrijven middels beeldvorming werkt nu eenmaal. Het oppompen van het budget gaat de komende jaren gewoon door en het helpt geen zier.

Vergeten wordt namelijk dat het lerarentekort al vanaf 1995 bestaat. De ervaring leert; er is altijd iemand die voor 15 euro per uur voor een klas gaat staan. Een school gaat niet zo snel dicht. De sloper lerarentekort is ook niet kwantitatief, maar vooral kwalitatief. De onderwijsassistent deed een mbo-opleiding en leert kinderen in groep drie, waar geen bevoegd onderwijzer voor te vinden is, lezen. Een tweedegraads leraar heeft een hbo-lerarenopleiding en bereidt zonder de benodigde vakkennis 6 vwo voor op eindexamen en universitaire studie. Ziehier het echte drama. Dit is waarom kinderen minder leren op school. Een gegeven dat het belang van thuis in het schoolsucces vergroot. Precies daar zit de echte kansenongelijkheid.

De veranderde instroom van leraren, de groeiende onbevoegdheid, het is wat het is. Maar vanaf die constatering maken we er wel het beste van, middels sturing op ontwikkeling in het beroep. Leraar is niet alleen werken, maar ook studeren, beter worden, gefaciliteerd met bijvoorbeeld zo’n lerarenbeurs, waarna meer weten en kunnen resulteert in een hoger salaris. Het was daarom wijzer geweest een paar miljard van de achterstandengelden hieraan te besteden. Leraren krijgen lukt namelijk nog wel. Ze houden is een stuk lastiger.

Slimmere leraren blijven voor het onderwijs behouden omdat ze plezier ontwikkelen in hun werk, zelfbewuster verstandige oplossingen kiezen in een complexe omgeving en succeservaringen organiseren. Hierdoor leren kinderen meer op school. Ziehier de welvaartswinst die dit land dankzij deze ministers misloopt. Foutje, bedankt.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *