Skip to content

Startbekwaamheid

Deze column is eerder gepubliceerd in het juninummer van Het Onderwijsblad

Het centraal bureau lesbewijs (CBL) Door Ton van Haperen De vergelijking wordt vaker gemaakt. Die tussen de onderwijsbevoegdheid en het rijbewijs. En zo raar is dat niet. Beide zijn een bewijs van startbekwaamheid en je leert echt lesgeven en autorijden pas na het behalen van dat bewijs. Door doen en daarover nadenken ontwikkelen leraren en automobilisten effectieve routines in een drukke omgeving.

Voor leren lesgeven en autorijden geldt daarom; eerst opleiden, dan een bewijs van startbekwaamheid en daarna ontwikkeling. Tot hier de overeenkomst, nu het verschil. Dat verschil zit hem in de procedure rond het verkrijgen van die startbekwaamheid. Zowel autorijden als lesgeven zijn activiteiten die het risico van beschadiging van anderen met zich meedragen. Een nerveuze brokkenpiloot de weg opsturen is levensbedreigend voor elke weggebruiker. Een slechte leraar betekent dat kinderen iets niet leren en dat is voor het leven. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) dekt dat risico af met een strikte nationale procedure en een consequente uitvoering daarvan. Mijn slimme leerlingen sloffen regelmatig gedesillusioneerd wat later de les binnen. Weer gezakt voor theorie. Praktijk lukt ook alleen als je er wat van kan, want een objectieve en onbekende examinator beoordeelt je handelen in lastige verkeerssituaties. Deze strengheid regeert met harde hand. Je mag in dit land niet zomaar de weg op. De Mexicaanse vrouw van mijn zoon heeft een rijbewijs, maar mag hier alleen autorijden als ze beide examens opnieuw doet. Terwijl, echt, als je in Mexico Stad kan rijden, kun je het hier ook.

Vergeet niet, kinderen iets laten leren is complexer dan autorijden. Toch ontbeert de toegang tot het beroep leraar de strengheid van het rijbewijs. De zij-instromer mag zonder bewijs van startbekwaamheid voor de klas. Mocht diezelfde zij-instromer ooit de F-jes getraind hebben, krijgt die vanwege de Erkenning eerder Verworven Competentie een vrijstelling tijdens de opleiding. De beoordeling op die opleiding gebeurt door docenten die het onderwijs verzorgen, en dus niet door een objectieve examinator. Een voedingsbodem voor genadezessen. De inhoud van de opleidingen verschilt ook nog eens, een veelheid aan pedagogisch didactische opvattingen woekert als onkruid in een slecht onderhouden moestuin. Zo heeft de ene opleiding meer met vakinhoud en tentamens, terwijl de ander druk is met competenties, ontwikkeling in de beroepspraktijk en portfolio’s. Tussen deze twee uitersten ontwikkelt zich bont palet van eigen opleidingspraktijken.

Zet het achter elkaar; kinderen leren minder op school, dat komt door een kwalitatief en kwantitatief lerarentekort, de procedure waarmee je leraar wordt is divers in opvatting, uitvoering en bovendien boterzacht in de examinering. Kijk nou, het rijbewijs leert, het kan anders. Richt daarom een Centraal Bureau van Lesbewijzen (CBL) op, met een theorie- en een praktijkexamen, afgenomen door een objectieve examinator. Nationaal gegarandeerde startbekwaamheid, de enige echte oplossing voor het kwalitatief lerarentekort. ​

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *