Skip to content

Brief aan CvTE en CITO over slecht examen economie vwo 2022

Het examen economie VWO van dit jaar bevat opgaven met leuke contexten en open vragen, maar de combinatie met een wel erg expliciet antwoordmodel is een recept voor ellende. Ik heb daar een brief over geschreven naar de opdrachtgever Het College voor Toetsing en Examens (CvtE) en de makers, CITO. Die brief staat hieronder afgedrukt.

Ik publiceer de brief in het volle besef dat dit niet netjes is, maar ik kan moeilijk anders. Het antwoord van CITO luidt namelijk; wij gaan dit niet lezen, wij zijn slechts de makers, u moet bij de opdrachtgever zijn. Het CvtE laat via een secretaresse weten dat ook zij dit niet gaan lezen.

Zo gaat het vaak in onderwijsland. Bestuurlijke technocraten dekken hun incompetentie toe door hooghartig kritiek naast zich neer te leggen. Het is niet de eerste keer dat ik dit misplaatst zelfvertrouwen bij opzichtig falen ontmoet. Maar daarmee rest me ook niks anders dan publicatie en verspreiding, waarna het weer opiniestukken en media wordt. Het had zo makkelijk anders gekund.

Ik heb op 15 juni een procedurele reactie ontvangen van het CvtE, een inhoudelijke reactie volgt na het tweede tijdvak.

Aan: College voor Toetsing en Examens, vakgroep Algemene Economie

CITO, schrijfgroep economie

Inzake: kwaliteit examen economie VWO en correctie

Geachte heer/mevrouw, 

In 1999 kopte De Volkskrant op de voorpagina ‘fouten in examen economie’. Volgens Arnold Heertje klopte er het een en ander niet. Ik heb vaker met Heertje het ministerie bezocht om te wijzen op fouten in het examen. Met name de vragen over de Phillips curve waar beschamend. Maar de examens waar wij het toen over hadden waren parels vergeleken met het werk van dit jaar. Voor het examen in 1999 haalde ik met gemak een 10. Aan het werk van 2022 begin ik niet eens. En ik ben bang dat een substantieel deel van de leraren economie voor dit werk zelfs geen voldoende haalt. En dat komt niet door een gebrek aan vakkennis, maar door een open vraagstelling  gecombineerd een zeer expliciet correctievoorschrift. Dit gevoel wordt breed gedeeld door de collega’s.

Ik corrigeer een eindexamen op de volgende manier. Ik lees de vraag, kijk wat de leerling heeft, ga op zoek naar wat die goed doet, kijk of ik dat kan verantwoorden met het antwoordmodel en geef de punten, of niet. Mijn tweede correctoren doen het andersom. Zij hebben eerst hun eigen werk nagekeken, vanuit de daarmee opgedane ervaring en opvattingen hanteren ze het correctievoorschrift en gaan op zoek naar wat daarvan afwijkt. Dus als een leerling bij vraag vier over een suboptimale situatie schrijft; ze gaan er allebei op achteruit, geef ik de punten en halen de tweede correctoren er minimaal een punt af, omdat de woorden suboptimaal en lagere omzet niet genoemd zijn en ja, die staan in het correctievoorschrift, maar wat mijn leerling schrijft is wel hetzelfde. 

Dit zijn situaties die u uitlokt. Ik zal een bijlage bijvoegen met voorbeelden van erg open vragen gecombineerd met een vlijmscherp correctievoorschrift. Dat is unfair want leerlingen hebben het correctievoorschrift er niet bij, zij beantwoorden een vraag vanuit een beschreven context.  En dus ontstaat er frictie tijdens de tweede correctie. Mijn tweede correctoren van dit jaar zijn integere mensen die keurig hun werk doen, weliswaar met de bias van hun eigen correctie. En als ze mij aanspreken op mijn slordigheid en nonchalance, alle begrip. Maar zo gauw hun handelen doorslaat naar fout rekenen van wat vakinhoudelijk verdedigbaar is, gaat de frictie in de overdrive. Zij vinden elke afwijking van het correctievoorschrift fout. Ik vind dat niet en verantwoord dat met artikel 3.3 van het correctievoorschrift. Dat artikel zegt: indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in geest van het beoordelingsmodel. Maar de explicitering van het antwoordmodel -als de export niet genoemd is nul punten- maakt collegiaal overleg over inhoud nagenoeg onmogelijk.

Ik ben een groot voorstander van het Centraal Examen, maar op deze manier, stop er maar mee. Dan doe ik het liever zelf. Een centraal examen hoort aan te sluiten bij wat kinderen in een vak leren tijdens de lessen. Maar u geeft leerlingen eerst te weinig tijd, vraagt nooit rechtstreeks naar vakkennis, zet eerst een aantal taalvallen uit in een breed uitgemeten context, daarna komt de econoom, politicus of persoon die iets zegt, waarna de leerling aan de slag moet met open handelingswerkwoorden als verklaar of analyseer. Een leerling kan daar vakinhoudelijk verantwoord van alles op zeggen, maar het correctievoorschrift is zo nauwkeurig dat het veel van het goede wegmaait. Het antwoordmodel is als een heftig medicijn; het bestrijdt onbetrouwbaarheid, maar het differentieert niet en de bijwerking is onrechtmatig puntenverlies. Dus als u vraagt naar negatieve externe effecten en maatschappelijke kosten rond een leasebedrijf met fietsen, schrijft de leerling; meer fietsen is minder auto, is minder overlast en stank. Goed, zou ik denken. Nee hoor, ze moeten een voorbeeld noemen van een paar regels terug. Maar in de vraag staat niet; leg met dit voorbeeld uit.  

Ik weiger mijn leerlingen met zo’n antwoord voor de bus te gooien. Het is mijn plicht de behaalde score te kunnen uitleggen aan ouders en leerlingen. Kan ik dat niet, dan resulteert dat in klachten en zelfs rechtszaken, zoals een paar jaar terug bij het examen Frans. Voor de duidelijkheid, onder dwang van de tweede correctoren heb ik ze na anderhalve week vechten alsnog voor de bus gegooid. Ik kon niet anders, maar na enige reflectie zeg ik; ik doe dit nooit meer. 

Ik heb op basis van het bovenstaande voor u een aantal vragen;

-begrijpt u dat het steeds verder expliciteren van het antwoordmodel niet tot minder, maar juist tot meer conflicten tussen de eerste en tweede corrector leidt? En is het niet zo dat tweede correctoren verschillend hiermee omgaan, de een heeft daar geen zin in, de ander vindt het heerlijk, en is het dan niet zo dat ook dat gegeven de betrouwbaarheid van de toetsing aantast?  

-hoe ziet u de rol en verantwoordelijkheden van de examinator en de gecommitteerde? Is het de bedoeling dat de gecommitteerde bij elk interpretatieverschil zijn gelijk afdwingt? Of geeft de mening van de examinator, die de kinderen en het vak kent, en op basis van regel 3.3 uit het correctievoorschrift op zoek gaat naar wat zijn leerling vakinhoudelijk goed doet, de doorslag? 

-mocht het antwoord op de vorige vraag enkel het antwoordmodel als geldend benoemen, waarmee feitelijk de gecommitteerde benoemd is tot examinator, is het dan niet beter om gesloten vragen te stellen en een machine de correctie te laten doen?

-ik heb mijn les dit jaar wel geleerd, overkomt me dit nog een keer dan vraag ik meteen om een derde corrector, ik neem geen verantwoordelijkheid meer voor het fout rekenen van goede antwoorden, mijn vraag is dan; is het zo dat het aantal derde correcties de afgelopen jaren is toegenomen? 

-wat doet u aan de kwaliteit van de examens? Leerlingen moeten de vragen kunnen beantwoorden conform het antwoordmodel, dan moeten dat model en de vraagstelling toch echt beter. Gaat u dit verbeteren en hoe gaat dat dan?   

-wat is de rol van vakoverstijgende vaardigheden in het examen economie? Een vraagstelling gelardeerd met uitgebreide contexten lijkt steeds meer op een semantische jungle met polyinterpretabele teksten. Voor mijn Syrische vluchteling, een econoom in de dop, echt, hij heeft meer aanleg voor het vak dan de meeste collegae, was dit een kansloze missie. Is dit eigenlijk wel eerlijk?

Een antwoord zou fijn zijn. 

Met vriendelijke groet,

Ton van Haperen 

Ton van Haperen is 37 jaar leraar economie aan een middelbare school, 25 jaar vakdidacticus aan de EUR (tot 2006) en de Universiteit Leiden, hij heeft verschillende vakdidactische boekjes en lesmethodes geschreven.

Bijlage; voorbeelden van vragen en correctievoorschrift

Ik kan elke vraag analyseren en dan komt er eigenlijk elke keer iets vreemds naar voren. Het gaat bij 4 en 5 al mis. Maar ik zal een paar voorbeelden benoemen, naast de voorbeelden in de brief.

Vraag 10

ii. De eigen economie is afhankelijk geworden Cinai. De vraag is; leg deze stelling uit. Dat ziet de leerling meteen want de importwaarde stijgt sterk, de exportwaarde amper. Maar de voor de hand liggende observatie is fout volgens het correctiemodel. De leerling moet de import en de export noemen, de totale handel. Maar waarom zou die dat doen? Tijdens Corona hadden we een tekort aan mondkapjes, pijnstillers, want die importeerden we. Daar zit die afhankelijkheid. Nul punten. Als ik het werk had moeten maken, had ik deze vraag fout gehad. En dat is geen argument, ik weet het.

Vraag 15 en 16. Een schema afgedrukt. Verklaar met behulp van figuur 1 dat een lagere groei van de lonen kan leiden tot een lagere groei van de arbeidsproductiviteit, dat globalisering een negatieve invloed heeft op de loonquote. 

Die kinderen lopen het schema af met positieve en negatieve verbanden. Schrijven die netjes op. De verklarende constatering is, als de een stijgt, stijgt de ander ook, zo werkt het bij een +. Het is een logisch antwoord op de vraag. Maar het antwoordmodel wil uitleg van die verbanden. Vraag dat dan en neem als handelingswerkwoord ‘leg uit’ en dus niet ‘verklaar’. Of nog scherper, leg met een voorbeeld uit. Of, leg het positieve verband tussen de groei van de lonen en arbeidsproductiviteit uit. Overigens zorgt het schema enkel voor verwarring, zonder het schema hadden die vragen ook gekund en gegarandeerd meer goede antwoorden opgeleverd.

17. Rekensommetje van 17 valt het een ander over te zeggen, laat ik gaan.

18. is een dieptepunt. De vraag gaat over de loonquote. Het begint met een onbegrijpelijk en vooral fout verhaal. Flexibele arbeid zijn vaak zzp-ers, die verdienen per uur niet minder, zoals in de tekst gesteld, maar meer. Ter verduidelijking; als ik vervangen word door een leraar van het uitzendbureau Maandag dan verdient de vervanger 75 euro per lesuur. Ik word prima betaald, maar dat haal ik op geen stukken na. Maar erger is, dit inkomen zit niet in de loonquote, maar hoort als toegerekend loon zelfstandigen bij arbeidsinkomensquote. Hier staat misleidende informatie. Het antwoord heeft ook weinig met economie te maken, het is de verklaring van een onbegrijpelijke tekst, wat dan ook meestal resulteert in gebrabbel. Voor 19 geldt eigenlijk hetzelfde, leerlingen leggen keurig de loonstarheid uit en hoe dat werkt in relatie met de conjunctuurbeweging, maar punten krijgen ze niet.

26. Context bedrijf in leasefietsen, denkt na over prijsdiscriminatie, twee groepen, studenten en overige, verhaaltje, vraagvergelijkingen, de context is prima, maar beslaat ook een hele pagina. Dan komt een goede vraag, met goed antwoord, gevolgd door deze draak; Ellen zegt op basis van tabel 1 dat prijsdiscriminatie mogelijk is. Ze wijst op het verschil in maximale betalingsbereidheid van de twee groepen waardoor voor groep 2 een hogere prijs wordt gerekend. Geef voor deze stelling een verklaring. 

Vraag prima, antwoord niet. Daar is de maximale betalingsbereidheid ineens uitgerekend en essentieel voor het punt. Had dat dan gevraagd (Reken de maximale betalingsbereidheid van beide groepen uit en geef een plausibele verklaring voor het verschil in uitkomst). Nu heb ik het antwoord ‘studenten hebben minder geld en dus zijn ze niet bereid een hoge prijs te betalen’ nul punten moeten geven, terwijl het op basis van de informatie een prima antwoord is.

29. deze vraag is al genoemd in de brief, maar toch nog een ding. Er staat; Het gemeenteraadslid stelt dat de manier waarop Bike Mobility werkt een prikkel inhoudt om negatieve externe effecten te verminderen en daarmee de maatschappelijke kosten verlaagt. De vraag is; leg de stelling van het gemeenteraadslid uit. Goede vraag, kun je op verschillende manieren vanuit de context uitleggen. Maar in het antwoordmodel staat dat je moet uitleggen wat externe effecten zijn, namelijk ‘zitten niet in de prijs van fietsen’. Maar waarom zou een leerling dat in zijn antwoord toevoegen? Het wordt simpelweg niet gevraagd. Als de vragensteller wil dat ze een begrip uitleggen, vraag dat dan! Leg het begrip negatieve externe effecten uit en geef aan hoe het gemeenteraadslid denkt dat Bike Mobility een bijdrage levert aan de verlaging van de maatschappelijke kosten. Mijn leerlingen hadden deze vraag zonder problemen goed gedaan, nu dus niet.

Deze lijst is niet uitputtend. Er zijn veel meer voorbeelden van best redelijke, maar vooral ook open vragen, met een messcherp antwoord, geformuleerd in een correctievoorschrift waarbij staat dat elke afwijking puntenverlies impliceert. Zoals al eerder gesteld; leerlingen hebben dit correctievoorschrift er niet bij en kunnen slechts raden naar de verwachting van de vragensteller. Echt, had 100 leraren economie dit werk een week voor het afnemen van het examen laten maken, gecorrigeerd door mijn tweede correctoren en ik weet zeker, het had geresulteerd in een hoosbui van onvoldoendes. Mooi hoor, dat leerlingen hun leraren moeten overtreffen, maar niet al aan het einde van de middelbare school.  

Published inUncategorized

21 Comments

  1. Han van Spanje Han van Spanje

    Een kristal helder betoog van Ton van Haperen dat een uitgebreid antwoord verdient.

    • En reken maar dat het komt, net als de reactie daar weer op. Dit kan zo maar niet.

  2. Volkomen terechte brief, Ton.
    Het probleem is dat het CvTE geen toets-expertise in huis heeft, en dat het Cito zijn verantwoordelijkheid afwijst. Dat is al decennia zo. Deze beide instellingen vormen een staatje binnen de staat, en hebben urgent democratische zowel als wetenschappelijke controle nodig. Formeel is daar de Inspectie Onderwijs voor, maar ook die ontbeert de nodige expertise.

    • Klopt, het is inderdaad een dodelijke combinatie van een gebrek aan expertise, malle opvattingen en pedant autoritair gedrag. Maar ze zijn nog niet van me af, ik laat me zo niet wegzetten.

  3. Kik Tunnissen Kik Tunnissen

    Go Ton, go. Het is een schande van de bovenste plank. Een N van 1,8!! Dan moet je wel even heel goed bij jezelf te rade gaan.
    Dinsdag opnieuw!! Jippie, grrrr

  4. Beste Tom,

    Deze brief is mij uit het hart gegrepen. Grappig dat jij in de jaren negentig met Heertje naar het CvTE ging. Ik heb die rol van jou daarna overgenomen. Ik heb wat besprekingen met hem gevoerd en brieven geschreven. Het was echter iedere keer hetzelfde liedje. Wij zagen het fout en de discussie werd beëindigd. Ook dit jaar heb ik de nodige klachten ingediend. Helaas niet meer met Heertje. Over de stelling van Ellen heb ik gecorrespondeerd met het CvTE. De leerlingen wordt gevraagd de stelling van Ellen te verklaren, maar dat kan helemaal niet want de stelling is onjuist. Om een hogere prijs te kunnen rekenen is het helemaal niet nodig en is het ook niet voldoende dat de maximale betalingsbereidheid hoger is. Het CvTE gaf als antwoord dat de examenmakers op dit antwoord aanstuurden. Ik denk dat ze daarmee de kern van het probleem hebben aangegeven. De examenmakers hebben een antwoord in hun hoofd. De leerlingen moeten dat antwoord geven, terwijl de vraag daar vaak nauwelijks aanleiding toe geeft.

    • ja, dat is het precies, sturen op een antwoord, zonder dat de vraag daar aanleiding toe geeft. Maar jij hebt nog gecorrespondeerd met het CvtE, ik krijg niet eens antwoord (nou ja, op twitter, we hebben de opmerkingen meegenomen in de toerekening van de N-term, wat impliceert, en nu niet meer zeuren). Maar ik wil gewoon een inhoudelijke reactie en ik ga door met vervelend zijn tot ik die krijg.

  5. Claudia Claudia

    Wat ontzettend goed dat u zich op deze manier om uitleg vraagt. Wat ontzettend jammer dat studenten hier de dupe er van zijn geworden.
    Als tweede correctoren zich zo aan de letter houden, dan heb je die toch niet nodig in de vorm van een weldenkend mens? Dan kan een computer dat ook. Dan zijn we weer een stapje verder in de verschraling van het onderwijs.

    Nogmaals goed dat u zich zo verzet tegen het gekozen systeem, dat aan inhoudelijkheid ontbreekt.

  6. Richard Don Richard Don

    Helemaal mee eens dat het examen een heel slecht opgesteld examen was. Dat geldt trouwens ook voor het havo examen. Perse moeten benoemen van een woord “consumptie” bij ruil over de tijd. Het is vergezocht. Toch vind ik een gedetailleerd antwoordmodel beter dan alles over te laten aan de correctoren wat betreft onderverdeling. Het belang bij goede scores brengt docenten soms in een lastige positie om de grenzen op te zoeken.
    Maar eerste stap kan worden gemaakt door opstelling van vragen en antwoordmodel drastisch te verbeteren.
    Er is wel eens gesteld dat cito de vragen eerst anoniem uitzet scholen. Ik geloof er niets van. Sommige vragen worden door bijna geen leerling goed gemaakt. Die zouden via een simpele controle op correlatie er uitgehaald moeten worden. Verder is er onverklaarbare neiging geweest om de examens op te rekken. Nergens voor nodig. 25 deelvragen voor 3 uur is een goede vuistregel. Zo moeilijk hoeft het niet te zijn. Bij de moderne vreemde talen (niet taalgevoelig?) Is alles via gesloten vragen geexamineerd. Kan bij economie ook voor een deel.
    Nog een vuistregel. Begin en eindig niet met de lastigste opgave. Ontdoe het examen ook van alle taalpuzzels, en zoek het meer in variatie van de contexten en toepassing van vaardigheden en kennis. Inderdaad elk jaar denk ik,het kan niet slechter..dus het zal vanzelf volgend jaar wel beter gaan en ik doe even niets meer met irritatie.Misschien kan ik en vele collega’s ons aanmelden bij een stuurgroep.

    • Renée Damen Renée Damen

      Bij mvt wordt niet alles met gesloten vragen geëxamineerd.
      Dat is al jaren niet meer het geval. Ook wij, docenten Frans, hebben regelmatig discussies over tweede correctie en interpretatie van antwoorden.

  7. Nico Jongerius Nico Jongerius

    Helemaal eens Ton! Ik heb mij nog nooit zo geërgerd als dit jaar.

  8. Astrid Astrid

    Dit verhaal doet me denken aan de wijsheid van mijn eigen pa. Die leerde me vroeger al: “stomme vraag, stom antwoord”.

    Verder doet de handreiking van het SLO voor het schoolexamen economie op blz 55-57 een belangrijke “handreiking” die recht doet aan de erkenning van de vakinhoudelijke/vakdidactische expertise van een bekwame en bevoegd eerste graad docent economie. De notabene op blz 57 van deze handreiking zou ook helpend zijn als het gaat over de beoordeling van deze vraag van het centraal schriftelijk. We hebben per slot van rekening niet voor niets het vier-ogenprincipe en standaardisatie van bekwaamheden ipv standaardisatie van antwoorden. Leidt misschien wel tot wat meer “goede” antwoorden maar vanuit het oogpunt van visie op toetsing; wat is dan het ergste wat kan gebeuren?
    http://www.experimentenvoorindeklas.nl/attachments/File/Handreiking_schoolexamen_economie_SLO.pdf

    https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/855/original/VO108_Handreiking_visieontwikkeling_schoolexaminering_DEF_LOS.pdf?1575452393

  9. Alexandra Alexandra

    Schandalig en arrogant dat deze brief niet in behandeling wordt genomen.

  10. Arjan de Lange Arjan de Lange

    Dank voor deze vlijmscherpe analyse. Met een taaloerwoud wordt begrijpend lezen getoetst. Dat hoort bij het vak Nederlands thuis. In dit geval niet bij economie. Overigens zie je dit fenomeen ook bij de beta vakken ontstaan. Is dat de reden van de hoge N-termen?

  11. René de Hosson René de Hosson

    Wat mij naast de genoemde voorbeelden ook zo ergerde waren de gespiegelde deelantwoorden met bijbehorende deelscores.
    Men stelt een vraag over een sutuatie in hoogconjunctuur en ook in laagconjunctuur. Beide moeten beschreven worden voor elk 1 punt deelscore. Als je een foutje maakt bij de uitleg bij hoogconjunctuur dan maak je die gespiegeld ook bij laagconjunctuur. Meteen 0 punten. Waarom moet die vraag zo? Dat dubbele vragen levert niets extra’s op. Vraag het bijvoorbeeld alleen bij hoogconjunctuur voor 2 punten dan resteert er bij een foutje nog iets aan punten.
    Deze gespiegelde ellende komt voor bij vraag 5 en 18.

    Waarom is het verder nodig om te spreken van “huidige waarde” in plaats van “contante waarde”?

    Waarom is het nodig om een afrondingsfout af te straffen bij vraag 17? Zo flauw bij een examen. Bovendien maken de examenmakers zelf een rekenfout in het correctievoorschrift bij vraag 17: de derde berekening komt uit op 105,29 ipv 105,27.

    Bij vraag 13 ii wordt eerst verslechteren en dan verbeteren genoemd. Doe dat toch andersom net als in het antwoordmodel. Die volgorde is logisch. De vraagstelling brengt leerlingen in verwarring.

    Het moeten noemen van zowel vergrijzing als hogere risico-aversie anders geen punt is ook volkomen doorgeslagen bij vraag 23.

    Daarnaast was het examen met 29 vragen veel te lang, mede omdat in veel vragen 2 of zelfs 3 deelvragen werden gesteld.

    Waardeloos, zelfs een beginnend docent kan een betere toets maken.

    • Het is inderdaad beschamend, maar vooral; heb wel een leerling die precies op deze manier 0,1 tekort komt voor een voldoende en dus slagen. Incompetentie heeft altijd ook nog eens gevolgen.

  12. Yvette van Gastel Yvette van Gastel

    Dag Ton, ik sluit me bij alle vorige commentaren aan. Ik ben zelf ook hard teruggefloten door mijn tweede corrector en heb daar een slecht gevoel aan over gehouden. Alsof ik mijn eigen leerlingen aan het bevoordelen was door ze bij een goed, maar afwijkend antwoord van het cv toch punten te geven.
    Je voorbeelden van vraagstellingen die schuren met het antwoordmodel zijn allemaal spot on. Mijn vraag is alleen, waarom deze brief op je eigen website en niet als opiniestuk in een landelijk dagblad? Daar sorteert het hopelijk meer effect.

    • De publicatie op deze manier was eigenlijk een tijdkwestie (een opiniestuk daadwerkelijk in de krant krijgen hangt af van de ruimte die ze daar hebben). Het stuk is ook duizenden keren gelezen, dus ik denk het effect eender is. Maar gezien de zelfgenoegzame houding van CvtE en CITO zullen er zeker nog opiniestukken en vervolgacties komen. Dit is onacceptabel.

  13. Me dunkt dat een leraar die opkomt voor een faire behandeling van zijn leerlingen recht heeft op een inhoudelijk antwoord.

  14. R.A. de Hosson R.A. de Hosson

    Het herexamen valt ook wel weer genoeg op aan te merken:
    – lekker lang weer
    – ook weer vele subvragen waardoor je flink wat extra te beantwoorden hebt
    – correctievoorschrift strak ingedeeld met vele deelscores van 1, kortom geen tot weinig ruimte voor afwijkingen
    – maar liefst 3 vragen (=10%) over externe effecten, moet dat nou?
    – enz. enz.
    Ze leren nooit van fouten, waarom zouden ze: het cvte is onfeilbaar.

    • Dat is inderdaad meer van hetzelfde, er gaat daar echt iets niet goed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *