Ik heb niet zoveel met PISA. Het landenvergelijkend onderwijsprestatieklassement. Wat maakt mij het uit dat vijftienjarigen in Estland uitstekend presteren? Raar land. Klein ook. Donker in de winter. Wel fijn dat de sommetje uitkomen. Op die leeftijd dan. Want na het diploma willen die gasten, met dat steenkolenengels van ze, maar al te graag aan onze universiteiten studeren. Omdat het hier beter is. Kortom, ja, er zijn verschillen, maar maak het niet groter dan het is. En dat hebben we dus wel gedaan. Er is iets veranderd. Door die maniakale PISA focus op prestaties. Het gehamer op excellentie door de politiek. Cum laude in de algemene vorming. Die bullshit.
Sinds een jaar of vijf ben ik mentor op vwo. Daar ontmoet ik veel verdriet. Enkel en alleen bij de volgens de media oh zo fantastisch presterende meisjes. Het verhaal is altijd hetzelfde. Prachtige rapporten in de onderbouw. Een keuze voor een bètaprofiel. De scores gaan omlaag. Veel vijven en zessen. Ze halen een diploma in zes jaar. Maar het is zooooo vreugdeloos en deprimerend. Ziekmeldingen, klachten over prestatiedruk, burnout-achtige verschijnselen, wanhopige ouders. En dan ben je zestien zeventien. De tijd dat de omgang met de buitenwereld een eigen invulling krijgt. Middels ontdekken van de liefde. De roes. Het feest. De eenzaamheid. En zij proberen dat ook, maar krijgen de trappers niet rond, komen niet in een prettige en avontuurlijke overlevingsattitude.
Mijn collega’s geven pushende ouders, maatschappelijke overwaardering voor bètavakken en de politieke excellentiewind de schuld. De meisjes zeggen dat ze succes hadden in de onderbouw, daar werden ze getoetst op wat ze in de les leerden. En nu, soms staren ze naar zo’n toets, herkennen niks, hebben het idee het verkeerde hoofdstuk geleerd te hebben. Dat is nooit zo. En ze werken hard. Maken uren. In de les hebben ze geen enkel vertrouwen. Voor de toets doen ze alles over. Het hoofdstuk uit het boek. De opgaven. Daarna zoeken ze op internet examenopgaven over het onderwerp en leren de antwoorden uit het hoofd. En als het zo niet lukt, volgt de inschakeling van het huiswerkinstituut. In het examenjaar zijn de charlatans van de commerciële trainingen razend populair.
Met leren heeft dit niks te maken. Deze meisjes verlenen geen betekenis. Voldoen enkel aan de eis. Na de toets lost de leerstof op. Als een bruistablet in een groot glas water. Ingenomen tegen de leerpijn. En terwijl die in de statistieken geweldig presterende meisjes niks opsteken op school, zijn ze ook nog eens ongelukkig. Het is bloed, zweet en tranen. Alles voor later. Later wordt alles beter. Niet dus. Het duo vreugdeloos en vruchteloos geselt hen voor altijd. Plezier in de omgang met kennis leer je als je jong bent. Op school. Daarbuiten. Vanuit belangstelling, inspiratie, spanning, verwondering.
Shanghai is de nummer één van PISA. Hier zeggen we dan meesmuilend; leren voor de toets, huiswerkbegeleiding, opjagen, stress. Dat willen wij niet. Nee, we hebben het al. Het is hier Shanghai. Met slechtere prestaties. Tel uit je winst.
Be First to Comment