Skip to content

Kies gewoon partij

Wat een eigenaardige bewindsman hebben wij toch. Maanden heeft minister Plasterk het druk met van alles, behalve onderwijs. Zo bevat zijn portefeuille lerarenbeleid en in het bijzonder de arbeidsvoorwaarden. Maar als het gesteggel tussen vakbonden en werkgevers een collectieve arbeidsovereenkomst in de weg staat, vindt hij daar weinig van. Letterlijk in het parlement: ‘Ik zou niemand gelukkig maken door partij te kiezen.’ Maar dan: een rapport van de Onderwijsraad* doet zijn afwachtende grondhouding omslaan als melk op een warme zomerdag. De raad stelt dat besturen veel fuseren, daardoor ontstaat kartelvorming, wat de keuzevrijheid belemmert en de organisatie ondoorzichtig maakt. Plasterk reageert subiet en kondigt een fusietoets aan. De menselijke maat moet terug.

Mooi, die menselijke maat, maar die fusietoets is een lachertje. De politiek heeft de scholen in de jaren negentig aan de bestuurders cadeau gedaan. Dankzij het grondrecht ‘de vrijheid van onderwijs’ en het bekostigingsstelsel zijn zij koning, keizer en admiraal. Via de lumpsum komt bij hen voor elke leraar eenzelfde bedrag binnen, de zogenoemde gemiddelde personeelslast. Daarvan kopen ze schoolboeken, betalen het personeel, eigenlijk doen ze er alles van, want in de aanwending van middelen zijn ze autonoom.

Deze financiering van de soevereiniteit in eigen kring maakt schaalvergroting vanzelfsprekend. Door samenwerking neemt de financiële slagkracht toe, wat het bevoegd gezag verzekert tegen tegenvallers als een vergrijzend personeelsbestand of een hoog ziekteverzuim. In dit stelsel is bestuurlijke schaalvergroting zelfs voor leraren, ouders en leerlingen gunstig: meer geld maakt namelijk meer mogelijk. Het zijn dan ook vooral de kleine besturen die geld onttrekken aan het onderwijs met grote klassen en een zware lestaak. Zij potten noodgedwongen excessief op, omdat dezelfde risico’s een relatief grote reserve noodzakelijk maken. Dat gegeven maakt het reële resultaat van een fusietoets ronduit cynisch: schaalverkleining zal de nationale reserve – het opgepotte geld van alle scholen samen – doen toenemen.

Eigenlijk is het altijd mis, klein is niet fijn en groot slaat dood. Maar in beide situaties geselt dezelfde wet de leraar, het geld stroomt niet naar zijn klas. Bestuurlijke autonomie is namelijk het equivalent van een focus op organisatie en een groei van managementactiviteiten. Dat verdeelt het personeel in ‘lesgevers’ en ‘anderen’. De anderen maken plannen, formuleren doelen, bedenken strategieën en zijn actief in het toe-eigenen van middelen. Leraren geven les, zijn passief in het gevecht om het budget en eisen daarom collectieve afspraken die hen beschermen. Maar de anderen hebben daar geen trek in, want dan moeten zij snijden in eigen vlees. Minder heidagen in patserige conferentiecentra, inkrimpen van het functiegebouw en vergroting van de lestaak voor het management: het zijn onbespreekbare beleidsopties.

Vraag is, wat wil de minister met deze fricties? Kennelijk weinig. De vrijheid van onderwijs is onaantastbaar, het falen van de lumpsum onbespreekbaar. Jou en mij centraal beschermen ziet hij als partij kiezen waar niemand gelukkig van wordt. Plasterk rommelt in rotte fundamenten. Die fusietoets is de volgende horde termieten!

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *