Skip to content

Prem is een held… of toch niet?

Prem Radhakishun was advocaat en maakt tegenwoordig televisie. In zijn laatste programma, de school van Prem, volgt hij tien leerlingen uit groep acht, op weg naar de cito-toets in februari. Wat de kinderen bindt, is dat ze een leerachterstand hebben. In de formule van het programma is dat een gevolg van het falend onderwijs; basisscholen halen niet uit kinderen, wat in ze zit. Om de deficiënties weg te werken, krijgen ze op kasteel Nijenrode extra les en begeleiding. Radhakishun filmt dat, roept daar vrolijk van alles doorheen en houdt de moed er in. Het programma is ongelooflijk saai, maar de reacties zijn veelzeggend.

Minister Ronald Plasterk reageert in beginsel relativerend, maar weet ook dat hij daarmee gedonder krijgt en zegt: ‘Door zo de nadruk te leggen op het ‘halen’ van een hoog schooladvies, diskwalificeert hij de hele grote groep leerlingen die straks naar het vmbo gaat. Terwijl ze daar op goede scholen worden opgeleid voor prachtige beroepen als meubelmaker of buschauffeur. En zelfs als deze leerlingen na een stoomcursus hoger scoren, mag je niet zeggen dat ‘het’ onderwijs heeft gefaald.’ Voor de achterban van de minister is dit te mild. En dus doet de PO raad wat bestuurders altijd doen, de inhoud ridiculiseren en de kritische boodschapper criminaliseren: Radhakishun is een ongenuanceerde schreeuwlelijk. Vervolgens pikt de Volkskrant het onderwerp op en het zoveelste onderwijspolemiekje is geboren. Een onderwijzer verklaart Prem schuldig aan kindermishandeling. Dagelijks bestuurder van de Algemene Onderwijsbond, Liesbeth Verheggen sluit hier bij aan. Zij kwalificeert het optreden van Radhakishun als schadelijk voor kinderen, onderwijs en samenleving. De argumenten luiden: de cito-score is niet belangrijk, met een vmbo-advies is niks mis en niet iedereen kan worden wat hij wil. Prem is een hufter!

Wat een treurigheid. De minister denkt dat het vmbo opleidt voor buschauffeur, de bestuurders van de PO raad ontkennen en de onderwijzers liegen. Want wat is de kwestie? Neem Amsterdam. In 2005 zei burgemeester Cohen tegen het Parool dat 70% van de Amsterdamse kinderen op twaalfjarige leeftijd naar het vmbo gaat. Scholen adviseren in de Randstad structureel laag. Elk onderzoek toont dat aan. Is dat erg? Reken maar! De schooluitval op het vmbo is vijf maal hoger dan op havo/vwo. Bovendien blijkt dat het vervolgonderwijs, de zogenaamde Regionale Opleidingscentra (roc), vooral opleidt voor drop-out. Nederland heeft internationaal gezien een schandalig hoge uitval, met als hoofdschuldige de krakkemikkige verbinding tussen vmbo en roc.

Het echte drama is echter dat het stelsel kinderen op twaalfjarige leeftijd hun dromen afpakt. Het Amsterdams basisonderwijs zegt tegen 70%; jammer, jongens en meisjes, maar dokter of advocaat zit er voor jullie niet in! En we weten verdomd goed hoe dit komt. Het opleidingsniveau van onderwijzers daalt. Niet kunnen rekenen en er toch les in geven is een lastige combinatie. Dit en lage verwachtingen maakt de jeugd in met name de grote steden kwetsbaar. Onderwijzers herkennen doodeenvoudig hun kwaliteiten niet.

Onderwijzers, Plasterk en de PO raad roepen elke keer weer dat iedereen toch zo zijn stinkende best doet. Met andere woorden, this is it… meer zit er niet in. Ingaan tegen dit bestuurlijk defaitisme maakt van Prem Radhakishun een held. Hij helpt kinderen, biedt perspectief… hoop doet leven. Maar toch. Al halen die kinderen allemaal een hoge cito-score –en de kans daarop is groot, want gericht trainen levert resultaat op-, daarna komt het voortgezet onderwijs. En daar is alles veel erger. Al die vakken, met hun eigen aanpak en eisen, gegeven door leraren die van de tweedegraads opleidingen komen. Jaren aan een stuk was op de hogescholen de instroom laag, elke idioot haalde een diploma. Deze mensen staan nu voor de klas, lezen vijf minuten voor uit het schoolboek, slaan op de tafel, roepen ‘aan de slag’ en wachten met de handen in de zij tot het leren begint. Dat is ze namelijk geleerd; de leraar heeft geen monopolie op kennis, kinderen leren zelf, van elkaar en… het gaat niet om de inhoud, maar om het proces. De herrie zwelt aan, de materialen vliegen in de rondte, kinderen surfen langs de TL buizen, de resultaten kelderen en de verwijzingen naar de lagere schooltypen groeien. Dit treurig leerrendement komt volgens deze leraren door een gebrek aan motivatie… de jeugd is niet meer wat die geweest is, ze willen niks, wat weer een gevolg is van nalatige ouders… die voeden niet meer op. Inderdaad, quatsch, maar toch is dit de dominante redeneertrant in de lerarenkamer

Ik ervaar de gevolgen dagelijks, speel zelf regelmatig voor Prem, geef bijles aan verdrinkende leerlingen in de Franse taal, wiskunde, natuurkunde, biologie, maakt niet uit wat… allemaal vakken die ik niet gestudeerd heb. Ja, inderdaad, een beetje oncollegiaal, maar door zo’n uurtje extra uitleg van een amateur, gaan de punten wel rap omhoog. Dat kinderen onderpresteren in ons onderwijs kent dan ook maar één schuldige; de slecht opgeleide leraar. Een probleem dat overigens al een jaar of tien suddert. Hierdoor is een calculerende omgang met de diffuse leercultuur dé determinant voor schoolsucces. Deze eigenschap wordt in ieder geval aanzienlijk hoger gewaardeerd dan intelligentie en creativiteit.

Dus al heeft Prem succes en gaan zijn pupillen naar havo/vwo, na een jaar lopen ze wederom tegen een dichte deur aan. En waar is hij dan? Draait hij the sequel? Of zit hij voor een andere camera te schreeuwen? Mocht dat laatste het geval zijn… dan is Prem een schoft.

Published inArtikelen

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *