Skip to content

Pontius Pilatus Politiek (PPP)

Denk jij wel eens aan de fusietoets? Weet je eigenlijk wat het is? Dat vroeg ik mijn collega’s. Het resultaat was bijzonder; geen leraar vindt hier iets van.

Een beetje ondankbaar, die desinteresse, want de nieuwe wet probeert jou en mij te beschermen tegen bestuurders die vooral bezig zijn met organisatiedoelstellingen en dromen van dependances tot in de verste uithoeken van de wereld. Dat wat wij doen, lesgeven, wordt dan al snel bijzaak. Precies daarom beteugelt de minister de megalomane drijfveren van de managementkaste met de slogan; niet groter dan nodig, kleiner waar het kan. Vanaf 2010 zijn fusies onderworpen aan een strikte procedure: eerst overleg met betrokkenen, daarna een akkoord van de medezeggenschapsraad, gevolgd door een fusie-effectrapportage, die de minister dan weer toetst. Met het argument regionale monopolievorming mag de bewindsman de paringsdans dan bijvoorbeeld beëindigen.

Op het eerste gezicht prima, die wettelijke bescherming van de menselijke maat en de keuzevrijheid. Maar het is ook rijkelijk laat en bovendien in strijd met de prikkels die het bekostigingsstelsel uitzendt. Het zijn namelijk de kleine besturen die in verhouding het meeste geld aan onderwijs onttrekken. Zij hebben relatief grote reserves nodig om zich tegen risico’s in te dekken. En nou wordt voor die dwergen fuseren ineens vreselijk ingewikkeld. Dat is raar. Eerst roept de politiek tegen schoolbesturen ‘houd zelf de broek op’. Als ze zich vervolgens volvreten, zodat die niet afzakt, is het weer niet goed. De Raad van State ziet dan ook niks in de nieuwe wet. Het adviesorgaan merkt fijntjes op dat het bewijs voor samenhang tussen schaalgrootte en kwaliteit ontbreekt, de fusietoets de administratieve belasting vergroot en de handelingsvrijheid van onderwijsinstellingen beperkt.

Maar weet je wat erger is? Deze nieuwe wet helpt jou en mij helemaal niet. Het is een typisch geval van Pontius Pilatus-politiek; deze minister laat ons aan het kruis bungelen en wast zijn handen in onschuld. Neem mijn bestuur, dat heeft al 70.000 leerlingen, zit in een protserig kantoor en waar die paperpushers de hele dag mee bezig zijn, geen leraar weet het. Het vorig schooljaar is precies één teken van leven uit de bureaucratenburcht vernomen; een nieuwe decentrale CAO. De vakbondsvertegenwoordiger meldde trots werkdrukvermindering. Het resultaat? Ik doe dit jaar precies hetzelfde als voorheen! Geeft niks hoor. Die werkdruk regel ik zelf wel, met de mensen om me heen. Maar daarmee blijft zo’n bestuur een onzichtbaar hemellichaam, lichtjaren verwijderd van de werkvloer.

Punt is, de fusietoets verandert niks aan de bestaande situatie. Dus dan liever niet. Laat ze maar. Mijn bestuur wil meer synergie in de markt? Een groter weerstandsvermogen? Ik weet nog wel een leuke partner met ruim 35.000 leerlingen. Samen op naar de 100.000! Dat is weer een kantoor minder. En daarna doorgaan, nog meer leerlingen, nog meer collega’s. Zo fuseren we door tot we uiteindelijk opgaan in het enige legitieme schoolbestuur, de democratisch bestuurde Nederlandse Staat. Pas dan begrijpt de belastingbetaler weer waar zijn geld naartoe gaat.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *