Skip to content

Onderwijsbeleid is cabaret

Vanaf het volgend jaar beginnen de experimenten en in 2013 is die verplicht; de rekentoets voor het voortgezet onderwijs. Een aardig idee, maar ook niet meer dan dat. Want waarom bijvoorbeeld geen canontoets? Menig parlementariër debatteerde even geleden gepassioneerd over het afbrokkelend historisch besef onder jongeren, want dat tast de maatschappelijke cohesie aan. Nieuwe Nederlanders weten bijvoorbeeld niet wie Willem van Oranje was, identificatie met dit prachtige land wordt dan lastig. En weet je, het is nog veel erger. Als ik mijn 6 vwo, toch brave provincialen, vraag wanneer de tachtigjarige oorlog plaatsvond en waar die over ging, slaan de gezichten om als een kreeft in kokend water. Waar ik me mee bemoei? Ik geef toch economie? Aanstrepen van spelfouten bij een toets vinden ze ook kinderachtig. En als ik lesgeef in het aardrijkskundelokaal, naar de kaart van Nederland staar en vraag; waar ligt Hengelo eigenlijk, krijg ik als antwoord dat GPS dit soort lullige kennis volstrekt overbodig maakt. En ja, ik kan hun redenering volgen, maar zet daar tegenover dat school leert rekenen zonder machine, lezen zonder woordenboek, schrijven zonder spellingscorrector en navigeren zonder GPS, omdat een degelijk vaardigheid- en kennisniveau de enige weg is naar meer kennis en vaardigheid. Maar helaas, het eerder geleerde in het basisonderwijs is broos en vervliegt grotendeels op de middelbare school. Daarom is weinig mis met nationaal toetsen, maar dan wel graag aan het einde van de onderbouw; eerst constateren, dan repareren.

Maar dat gaat niet gebeuren, want ook deze staatssecretaris kiest voor symboolpolitiek. Het begint met een stevig persbericht: “Taal en rekenen zijn de zuurstof van alle kennis.” Dan het compromis van het compromis; een rekentoetsje. Dat wordt twee lessen breuken stampen, iedereen slaagt en de grote vergeter slurpt het kunstje in de zomer achteloos op. En dus grijpt de politiek weer mis in de kwaliteitsverbetering, de zoveelste gemiste kans.

Want wat gaat echt fout in dat rekenonderwijs? De Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) heeft dat uitgezocht. Het falen heeft weinig te maken met ideologie; eigentijds realistisch rekenen is niet beter of slechter dan traditioneel cijferen. Wel daalt het opleidingsniveau van leraren. En ja, daar zit een pijnlijke frictie. Vakinhoudelijk onzekere leraren zijn namelijk ontvankelijk voor ideologieën. Een met collega’s beleden nepwaarheid -of dat nu het nieuwe leren is of een jaren vijftig aanpak- maskeert de gebreken in de eigen kennisbasis. Gelovige leraren met veel onvoldoendes hebben hun legitimerende riedel ook altijd paraat; de kinderen zijn lui, ouders voeden slecht op en het curriculum deugt niet. Ondertussen hebben hordes leerlingen geen idee wat deze mensen van ze willen. Met hulp van thuis voldoen ze incidenteel aan een eis, maar leren niks.

Kortom, het is waar, het onderhoud van basiskennis moet beter in het voortgezet onderwijs. Dat vraagt om een geïntegreerde aanpak. Nationaal toetsen, prima, maar dan op meerdere onderdelen. Zonder oprechte betrokkenheid van leraren is bovendien elk initiatief kansloos. Een bewindspersoon die dat nu nog niet beseft, is grenzeloos naïef.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *