Skip to content

De beste minister ever

Na de val van het kabinet Balkenende neemt André Rouvoet onderwijs voor zijn rekening. Bij zijn aantreden zegt hij over zijn voorganger: “De afgelopen jaren is er in de portefeuille van de heer Plasterk te veel de indruk gewekt dat we een staatssecretaris van Onderwijs hadden en een minister van Feesten en Partijen en Emancipatiebeleid.”[1]Inderdaad, een rare opmerking, gemaakt door een demissionair minister, die bovendien drie jaar met Plasterk heeft samengewerkt. Gelukkig begrijpt Rouvoet dat zelf ook, een dag later biedt hij zijn excuses aan.

Maar daarmee is het verhaal niet af. De boodschap sluit namelijk aan bij bestaande beelden, die domineren onze mediacratie en bepalen de stembusuitslag. Je kent ze wel; Balkenende is een sufferd, Verhagen een rat, Bos een draaikont en Plasterk die feestminister met de hoed. De kwestie is; wat zeggen die beelden over de werkelijkheid? Bij Balkenende, Bos en Verhagen heb ik geen idee, maar voor Plasterk geldt; vrij weinig. Sterker, hij is de beste onderwijsminister van de laatste twee decennia. Zijn voorgangers Ritzen (Pv/dA), Hermans (VVD) en Van der Hoeven (CDA) waren regelrechte vernielers, die slechts handelden vanuit één uitgangspunt; bestuurders zijn de baas, die weten wat werkt, gooi daar die zak met belastinggeld over de muur, zij regelen het. Van kritiek trok deze decentralisatietrojka zich niks aan, dat was in hun ogen gejammer van debielen. En dus konden managers zichzelf excessief belonen, stroomden de reservefondsen vol, ging de focus op organisatiezaken ten koste van het leren van kinderen, verziekte pedagogisch didactische luchtfietserij de arbeidssatisfactie van leraren en verdween, dankzij de gebrekkige kwaliteitscontrole, het leerrendement net zo snel als de bedrijfswinsten in tijden van crisis.

En nee, Plasterk heeft deze problemen niet opgelost, maar herstel begint bij bewustzijn en de wind waait momenteel wel degelijk uit een andere hoek. Bovendien, terwijl zijn voorgangers zich lieten sturen door de ideologie van autonome onderwijsorganisatie, koos hij voor feiten. Zo nam hij het McKinsey onderzoek How the world’s best performing school systems come out on top, serieus. Dat verscheen in 2007 en toonde aan dat kwaliteit van leraren en onderwijsprestaties onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Kwaliteit staat dan voor competitief opgeleide docenten, die zich ontwikkelen in de inhoud die ze onderwijzen en het ambacht dat ze bekleden. Een commissie onder leiding van SER voorzitter Alexander Rinnooy Kan vertaalde deze open deur naar de Nederlandse context, waarna Plasterk op jaarbasis één miljard euro vrijmaakte. Dit geld moet verleiden tot die ontwikkeling van kwaliteit.

Klopt, daar komt weinig van terecht. Nog steeds ontwikkelen bevoegde leraren zich niet in de klas, maar zitten op kantoor naar een beeldscherm te staren, terwijl in de lokalen onbevoegde brokkenpiloten leerlingen in de gordijnen jagen. Dat komt door een politieke miscalculatie. Bij zijn aantreden riep Plasterk; er komt geen stelselwijziging. Maar zonder herstel van de maatschappelijke schade van die drie hooligans voor hem, blijft het een bende. Dus Plasterk, bedankt, maar de volgende keer graag echte verandering… nieuwe structuren vegen schoon.

[1] Zie http://www.nu.nl/politiek/2192567/rouvoet-sneert-voorganger-plasterk.html Voor het eerst verschenen op 24 februari 2010

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *