Skip to content

Ken uw Montesquieu

Een groep Rotterdamse basisscholen wil een pabo kopen; het schoolbestuur gaat zijn eigen personeel opleiden. Dat is nodig omdat in Rotterdam veel moeilijke kinderen wonen, vaak in achterstandssituaties, daarmee omgaan moet je leren. Bestuursvoorzitter Van Os in de Volkskrant: ‘wij willen dus pabo-studenten die heel bewust voor het vak onderwijzer in een grote stad kiezen. Die kun je het beste maar zelf opleiden.’ Staatssecretaris Zijlstra moet nog zijn goedkeuring aan dit initiatief geven.  

Het idee van de Rotterdamse basisscholen is niet nieuw en heeft ook niks met moeilijke kinderen te maken, die zijn overal. Nee, personeel zelf opleiden en bevoegd verklaren is de natte droom van elke onderwijsbestuurder. Alle grote spelers zijn daar ook mee bezig. Neem mijn werkgever, Ons Middelbaar Onderwijs (OMO). Die vergroot sinds 2001 systematisch de invloed in de opleidingssector. Het begon met convenanten. Daarna kwam de bijzonder hoogleraar, die met geld van OMO de diversiteit in het schoolgebonden opleiden van leraren onderzoekt. Het laatste zinnetje in het bericht over zijn aanstelling in het Brabants Dagblad luidt; ‘daarnaast hebben de Universiteit van Tilburg en OMO het initiatief genomen om een universitaire lerarenopleiding te starten.’ Kortom, nog even en OMO geeft zelf de bevoegdheidscertificaten uit.

Zie hier het natuurlijk bestuurlijk gedrag. Eerst groeien, dan ontdekken dat personeelsbeleid in tijden van beroepsdevaluatie niet eenvoudig is, waarna de grote sprong voorwaarts volgt; zelf leraren opleiden. Maar hoe begrijpelijk ook, het blijft een slecht idee. Want de belangen conflicteren. Het schoolbestuur is werkgever, vraagt personeel en vervult vacatures. De opleiding leert starters omgaan met wat bekend is van het beroep en reguleert toegang tot het aanbod. Samenklontering van deze verantwoordelijkheden leidt tot kwaliteitsverlies, machtsmisbruik en geldverspilling. Concreet betekent dit; stagiaires vervullen vacatures, leerlingen leren daar weinig, leraren vluchten in de niet productieve functies rond het opleidingstraject en een zieke afhankelijkheidsrelatie tussen de beginnende leraar en zijn bestuur vormt zich. Hoe ik dat weet? Nou, begin bij Montesquieu, die leert dat de heerser die zijn eigen wetten bedenkt, uitvoert en rechtspreekt eindigt als een megalomane moordenaar. Vandaar die deling der machten. 

Een schoolbestuur dat personeel opleidt, begeleidt, beoordeelt,  aanneemt en aan zich bindt, is ook zo’n absolute vorst. Dat moet je niet willen. En ach, de staatssecretaris snapt dit waarschijnlijk, die Rotterdamse schoolbestuurders zijn nog even kansloos. Maar de waanzin gaat door, want de organisatie van onderwijs rond autonome besturen negeert Montesquieu, waardoor de dynamiek in de sector per definitie middeleeuws is. Dat kan toch anders? In de rest van de wereld betaalt de burger belasting, geeft de overheid geld aan scholen en die nemen leraren in dienst, meestal opgeleid door universiteiten. Kortom, zonder de fratsen van die rare besturen kan het ook. Waarom veranderen wij dan niet? Geen idee. Maar feit is, de parlementariër die onze achterlijke organisatiestructuur zelfs maar ter discussie stelt, bestaat niet eens… en dus hoor ik mezelf steeds vaker murmelen; ik ben niet gek, ik ben volstrekt niet gek, ik ben helemaal niet gek[… maar ik geef toe; de twijfel groeit.

Published inUncategorized

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *