Skip to content

Stop de onzinexpansie

2007 staat voor een doorbraak in het onderwijsdenken. Het onderzoeksbureau McKinsey en de commissie Rinnooy Kan trappen in dat jaar een open deur in. Kinderen leren meer van goede leraren. Voor bestuurders en politici is dit nieuw. Zij zijn namelijk vooral bezig met kosten beheersen, reorganiseren en vernieuwen. De uitvoerders zijn ze even vergeten. Die schade halen ze in. Er komt beleid. De oplossing? Een lerarenregister. Vanaf 2017 verplicht. Inderdaad, de volgende zeperd in de dop. Ontwikkelen in het beroep doe je namelijk op de werkvloer. Bij je baas. Met collega’s. En niet door punten scoren voor de registerboekhouder. En ja, advocaten, notarissen en artsen hebben ook zo’n register. Maar notarissen, artsen en advocaten zijn eigen baas. In een traditioneel individueel beroep. 

Bij leraren ligt dat echt anders. Vergelijk het met betaald voetbal. Daar is de club de werkgever. Die stelt een trainer aan. Met opvattingen over groei van spelers. Een voorbeeld. ADO Den Haag. Henk Fräser is daar oefenmeester. Fräser is ontevreden over de handelingssnelheid en balbeheersing van zijn selectie. Daarom stelt hij een techniektrainer aan. De verdediger Zuiverloon gelooft daar niet in. Hij is 28 en beter wordt hij niet meer. Een lastig geval. Want je moet wel vooruit willen in je beroep. Volgens oud topspits Marco van Basten kun je een goede voetballer namelijk niet opleiden, die dient zich aan. Met andere woorden, een speler neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn ontwikkeling. Omdat hij beter wil worden. De beste wil zijn. Zijn ontwikkeling deelt hij met zijn collega’s. Die zich daar weer aan optrekken. Maar Zuiverloon heeft geen last van deze drijfveer. Dat betekent waarschijnlijk einde contract. Is er nou echt iemand die denkt dat een register voor voetballers in deze situatie een kwaliteitsimpuls is?

Precies, niet dus. En dat geldt ook voor scholen. Effectieve professionalisering, we weten hoe dat werkt. Leraren ontwikkelen zich vooral via het vak en de bijbehorende didactiek. Dus een cursus omgaan verschillen, in het algemeen, die kan inspireren, aanzetten tot denken. Maar omgaan met verschillen leer je met en van je vakgenoten. Op de werkvloer. Daar zit de reële ontwikkeling. En verder geldt; ook goede leraren dienen zich aan. Zij nemen hun collega’s mee. Zelf doen, met zijn allen, op die ene school, dat is dé succesfactor achter ontwikkeling in het beroep. 

Ja, zullen politici zeggen, kan zijn, maar wij zien geen vooruitgang. En de kwaliteit van leraren moet echt omhoog. Klopt. Maar waarom gebeurt dat dan niet? Omdat schoolleiders het erg druk hebben, maar niet met de kwaliteit van hun personeel. En leraren zijn gevierendeeld door dertig jaar manisch depressief onderwijsbeleid. De ene keer het hyperactieve type Netelenbos Dekker dat woest drukt op de knoppen ‘het moet’ en ‘het zal’. De opvolger is steevast een snurker die zijn tijd uitzit. Dit beleids-jojo-en zuigt elk leven uit de beroepsgroep. Daarom, 2016, laatste kans, flikker dat register uit het raam. En zullen we vanaf dan normaal doen? Op basis van wat we weten? Stop de onzinexpansie!

Published inUncategorized

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *