Skip to content

Leraren staken niet voor de kick

Eerder gepubliceerd op 6 november 2019 in NRC/Handelsblad en NRC next

Het Nederlands onderwijs verkeert in crisis. Meer geld helpt niet; dat is als het oppompen van een lekke fietsband. Er is rijkdom op kantoor en armoede in de klas,

Vrijdagmiddag presenteerde minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) een akkoord met bonden en werkgevers. Een half miljard voor leraren. In het weekend reageerden juist leraren afwijzend, waarna de voorzitter van de grootste vakbond, de AOb, aftrad en haar handtekening onder het convenant terugtrok. De eerder afgeblazen staking van woensdag gaat gewoon door. De buitenstaander denkt vast: wat een gedoe, het is ook nooit genoeg voor die leraren.

Maar leraren staken niet ‘voor de kick’. Er is iets aan hand. Niet de omvang van het bedrag, maar de aanwending ervan voedt het wantrouwen. Wij leraren weten dat een half miljard, grotendeels incidenteel budget, overmaken op de rekening van werkgevers niet bij ons of onze klas terechtkomt. Er is vaker budget vrijgemaakt voor verlaging van werkdruk. In de 35 jaar dat ik voor de klas sta, heb ik er nooit wat van gemerkt. Sterker, de laatste jaren wordt mijn lestaak alleen maar groter en zijn mijn klassen voller. 

Waar het geld dan heengaat? Naar de werkgevers. En de belangen van werkgevers en werknemers lopen niet parallel. Zij willen innovatie, gebouwen en eigentijdse organisaties. Wij willen kleinere klassen, minder administratie, minder lessen en gelijke beloning voor gelijk werk. Het Nederlands onderwijs is zo ingericht dat zij winnen.

Deze rijkdom op kantoor en armoede in de klas is een rechtstreeks gevolg van eerdere beleidskeuzes. Begin jaren zestig had Nederland net als nu een enorm lerarentekort. Minister Edzo Toxopeus (Binnenlandse Zaken, VVD) maakte daar met generieke loonrondes een einde aan. Dat ging jaren goed, lerarenopleidingen werden populair, maar eind jaren zeventig liep de trein van de rails. De overheid raakte de controle op de openbare financiën kwijt en de bezuinigingsreflex volgde. De lonen daalden, het opleidingsniveau verdween uit de beloningsgrondslag, de hoger opgeleide leraar kreeg niet langer automatisch meer betaald.

‘Warm lichaam’ voor de klas

De verzelfstandiging en budgettering van de schoolbesturen in de jaren negentig resulteert in een bedrijfsmatige uitpak. Het bestuur krijgt beleidsvrijheid, maar kan die alleen financieel invullen als de kosten lager zijn dan de opbrengsten. De leraar is vanaf dat moment vooral een kostenpost. In 2000 maakt de Wet zij-instroom het karwei af. Je hoeft niet eens bevoegd te zijn om voor de klas te staan. Een ‘warm lichaam’ voor de klas voor 15 euro per uur is genoeg. 

Een aantal jaar terug kwam ik in mijn lerarenkamer een man tegen die zich voorstelde als cabaretier. Hij had geen onderwijsbevoegdheid en geen Nederlands gestudeerd, maar hij ging wel het vak Nederlands doceren. Hij kwam sympathiek over, maar binnen drie weken was het een bende in zijn klassen. 

Toen ik vorige maand in  een reportage van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur een klassenassistent het onderwijzerswerk zag doen, dacht ik: het point of no return is gepasseerd. Klassenassistenten beginnen hun schoolcarrière op vmbo-basis-kader, halen vervolgens een mbo-diploma en leren kinderen lezen, schrijven en rekenen, zo ongeveer het belangrijkste werk binnen ons stelsel. 

Het is niet anders. Het Nederlands algemeen vormend onderwijs bevindt zich in een systeemcrisis. Meer geld is dan als het oppompen van een lekke fietsband. Wat we nodig hebben, is regie en coördinatie. We hebben in Nederland 2,5 miljoen leerlingen tegenover 200.000 fulltime leraren. School begint bij lesgeven. Goed lesgeven. Dat zou toch te regelen moeten zijn bij deze getallen.

Onthoofde reputatie

Maar minister Slob neemt geen regie. Hij was in zijn geërgerde reactie op het vertrek van de bonden uit het akkoord als koningin Marie Antoinette die vlak voor de Franse revolutie over de hongerige en woedende massa zei: als er geen brood is, waarom eten burgers dan geen cake. Het liep niet goed af met Marie Antoinette. De reputatie van Slob is onder leraren ook onthoofd. De minister ontkent de problemen op de werkvloer, en doet alsof hij niet weet dat smijten met geld niet helpt. Maar stimuleren dat er nieuw budget komt voor aanvullende eisen, zoals een maximale groepsgrootte van 25 leerlingen en gelijke beloning voor leraren in basis en voortgezet onderwijs? De minister brandt er zijn vingers niet aan. 

Aanhoudende zorg over de kwaliteit van onderwijs is ook voor deze minister zijn grondwettelijk vastgelegde taak. Die kwaliteit wordt door personeelstekorten en slecht bestuur elke dag een stukje minder. Maar ach, zo is het pas twintig jaar. Wat maakt het ook uit!? Meneer de minister, slaap zacht.

Published inArtikelen

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *