Skip to content

Niet alles kan

Eerder gepubliceerd in het Decazine

Op mijn school ben ik mentor. Die speciale zorg voor een aantal van mijn leerlingen is een essentieel onderdeel van mijn beroep. Dit jaar heb ik een groep van dertig 5 vwo-ers onder mijn hoede. Verspreid over twee lesgroepen. Dinsdag het negende uur hebben we een mentorbijeenkomst. De dinsdag heeft ook de vergadermiddag.

Mijn school, net als veel scholen, vind dat de mentor de spil is van de loopbaan-oriëntatie van zijn leerlingen. Decanen sturen het proces vanaf een afstand aan. De mentor voert uit. En het grappige is. Elk jaar hebben de decanen een stagiair die een onderzoek doet naar hoe het nu eigenlijk gaat, in de uitvoering, met die loopbaan-oriëntatie.  En daar komt altijd hetzelfde uit. De uitvoerbaarheid is nagenoeg onmogelijk. Deze bevinding heeft geen gevolgen. Het gaat zo pas twintig jaar. 

Kijk, loopbaan-oriëntatie is van belang, geen twijfel. Niet weten wat je wil resulteert in verkeerde keuzes. Op zich, een ervaring rijker en een illusie minder, overkomt ons allemaal, maar in een vervolgonderwijs met een leenstelsel, een negatief bindend studieadvies en een groeiend aantal burnouts is het persoonlijk verlies van een verkeerde keuze nogal fors. Kortom, het organiseren van meer verstand in de studiekeuze vanuit de fundamentele levensvragen ‘wat kan ik?’ en ‘wat wil ik?’, iemand moet het doen.

Maar het is ook ingewikkeld. Een kind heeft weinig levenservaring, kent vooral de eigen situatie -meestal een comfortabele cocon- is gericht op het bereiken van korte termijn doelen en heeft daar ook vreselijk druk mee. Vanuit deze context reflecteren op het particuliere kunnen en willen is geen sinecure. Vooral ook omdat effectieve informatie rond de mogelijkheden ontbreekt. Er zijn geloof ik 600 universitaire en ruim 2000 hbo bacheloropleidingen. Haal daar maar eens die verstandige keuze uit. 

En die taak krijg ik op mijn bord. Ik heb lang geleden economie en politicologie gestudeerd, werk twee dagen voor de universiteit Leiden, heb zelf kinderen en daarmee houdt mijn kennis van zaken wel op. En dus vind ik mezelf op een middag terug achter de computer met een meisje van zeventien. We zoeken samen, tussen de vergaderingen door, naar een opleiding, want ze weet het niet en moet nu toch iets kiezen. Van haar omgeving. Of ik dat wil regelen. Een uur later is ze enthousiast. Dit is het. Een opleiding in Rotterdam. Ik zeg dat ik daar gewerkt heb, fijne stad, prettige universiteit. En dan betrekt haar gezicht. Te ver. Ze wil wel elke dag paardrijden. En ja, waarom niet? 

Ik weet best, ik moet uit dit vaarwater blijven, met mijn eigen kinderen heb ik het zo niet eens gedaan, zij moesten zelf kiezen en mochten iets voorstellen. Maar daarnaast geldt, ik kan dit niet. Ik geef met 0,6fte achttien lessen, heb een grote mentorgroep en twintig profielwerkstukken. Ik zie elke week in drie dagen 170 leerlingen. De kosten batenanalyse is dan snel gemaakt. En dus spreek ik de ouders van mijn mentorleerlingen aan het begin van het jaar toe. Tijdens dat gesprek leg ik uit dat loopbaan-oriëntatie belangrijk is. Wat ik daaraan doe? Niet zoveel. Het is vooral aan hun, praat erover, verzamel informatie, ga kijken, wees actief. En echt, ze snappen de boodschap. Op die ene zeur na dan. Die benadrukt de verantwoordelijkheid van de school voor het geluk van zijn kind. Hij krijgt als antwoord dat het individu vooral geïnteresseerd is in het eigen geluk en dat van de mensen dichtbij hem. Kortom, het geluk van uw kind is aan u. Ik ben leraar, geen missionaris. Niet alles kan.

Published inColumns

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *