Deze column is eerder verschenen in het decembernummer van het onderwijsblad
De onderwijsraad constateert wat jij en ik al even weten; kinderen leren minder in taal en rekenen. Maar wat leren ze eigenlijk op school? Daar gaat het curriculum over. En ook daar gaat iets niet goed, want vanaf 2014 zit dat curriculum voor PO en VO in een vernieuwingsproces. Het begint met ‘onderwijs 2032’. De toenmalige staatssecretaris Sander Dekker loopt een school in, vindt het maar ouderwets en dat moet anders, een andere samenleving vereist ander onderwijs. Een commissie gaat aan de slag en komt met de aardige, vaardige, waardige leerling die niet zoveel hoeft te weten, want kennis kun je opzoeken, zo gaat het leren op school, straks, in 2032. Een orkaan van kritiek volgt, op naar de volgende commissie, curriculum.nu. Teacher in the lead, vorming van burger en persoon, kennis verspreid over leergebieden met bouwstenen. Kortom, van alles wat, onbegrijpelijk vooral, afschieten is niet nodig, het stort vanzelf neer. Hoe verder?
Mijn oplossing is: beschrijf de kennis, toets die een paar keer centraal en laat de vorming aan school en ouders. Beschrijf die kennis ook expliciet, zodat leraren los van lesmethode begrijpen wat ze aan welke doelgroep onderwijzen en waarom dat een goed idee is. Met die opvatting schuif ik in Utrecht aan voor een presentatie van een volgende curriculumcommissie die bestaat uit wetenschappers en pleit voor een cyclische herziening. De eigentijdse term doorzettingsmacht valt. Een nieuwe commissie, naast alles wat er al is in onderwijsland, gaat curriculaire knopen doorhakken. De directeur-generaal van het ministerie mag reageren. Ook zij zegt inhoudelijk niks. Het gaat anderhalf uur enkel over procedures. Na 2032 en curriculum.nu is dit Kafka in overdrive. Wat kinderen leren, keuzes daarin, toetsing, welk probleem we aan het oplossen zijn, geen woord daarover. Uitvoeringsproblemen als vakinhoudelijk matig opgeleide leraren die niet meer van het curriculum weten dan dat in het leerboek na paragraaf 1 paragraaf 2 komt, het dientengevolge minder leren op school, de daardoor groeiende kansenongelijkheid, niemand noemt het. En de zaal? Die doet alsof die luister, fijn dat we erbij mogen zijn, zoiets.
Op de terugweg denk ik; wat is dit? Tien jaar bezig met een nieuw curriculum, we merken er niks van in de klas, gaat ook niet gebeuren. Een Seinfeld gevoel borrelt op. Standup comedian Jerry Seinfeld brainstormt in de gelijknamige televisieserie met zijn vriend George over een pitch voor televisiemagnaten. Jerry vraagt; wat pitchen we? George antwoordt schaterend; it’s a show about nothing! Wat we kinderen leren, hoeveel lestijd we daarvoor vrijmaken, in welke vorm we het gieten, met wat voor leraren we dat doen, verstandige opvattingen over mijn werk, veeg ze bij elkaar, het is minder dan niks. Het beroep leraar zweeft in een zwart gat. Plop, weg zijn we.

Be First to Comment