Skip to content

Ons onderwijs verwordt tot een selectie- en examenfabriek. Het verdient een radicale en nationale correctie

Op 23 december publiceerde De Volkskrant een artikel van mij over stress en en onderpresteren bij leerlingen in het VO. Naar mijn mening is dit het gevolg van malle pedagogisch didactische opvattingen. Je kunt het stuk met een klik hier lezen.

Hieronder de tekst voor eindredactie

Asha ten Broeke schrijft in haar column (Volkskrant, 8 december) over de psychische schade die prestatieonderwijs aanbrengt bij kinderen. Ze haalt haar huilende dochter aan die mismoedig tussen een stapel schoolboeken constateert dat ze tien toetsen in een week niet kan. Ze blijkt het overigens wel te kunnen, want ze haalt uitstekende resultaten. Dat neemt niet weg; de lange werkweek voor scholieren is een probleem dat met name meisjes op het VWO treft. De rest van de leerlingenpopulatie ervaart aanmerkelijk minder druk, maar doet zichzelf eveneens tekort; zij presteren onder. Wat gaat hier mis?

Om misverstand te voorkomen, het is niet zo dat er nieuwe of meer eisen van de overheid zijn waaraan leerlingen moeten voldoen. De vakinhoud is ook niet moeilijker, eerder makkelijker. Maar de klacht van de dochter van Ten Broeke is toch terecht, herkenbaar en vooral, verdrietig. Je gunt leerlingen vrije tijd om de dingen te doen die horen bij jong zijn. Door koppeling van die ervaringen aan wat ze leren op school ontdekken ze namelijk pas echt wat ze spannend en interessant vinden, toch de basis voor verdere ontwikkeling richting een vreugdevol volwassen leven.

Het fenomeen schoolstress en werkdruk bij leerlingen heeft ook weinig met corona te maken. Zeker tien jaar terug heb ik leerlingen op mijn school hierover geïnterviewd vanuit de vraag ‘hoe doe je dat, lessen volgen en je voorbereiden op een toets?’ De meisjes op VWO deden voor een toets met het leerboek thuis alles opnieuw, dat was uren extra werk. De leerlingen op MAVO en HAVO hadden hier geen last van. Als ik ze vroeg, jullie vrouwelijke leeftijdgenoten op het VWO doen het echt anders, dan keken ze me lachend aan en zeiden; ja, die is gek.

Nu zeggen die vraaggesprekjes niet zoveel. Maar ze illustreren wel een pedagogisch didactisch probleem dat middelbare scholen ontwricht. De OESO constateert herhaaldelijk in landenvergelijkend onderzoek dat het nergens zo onrustig en chaotisch is als in de Nederlandse klassen. Kortom, de Nederlandse leerling doet niet zoveel in de schoolbanken. Een aantal vindt dat prima en heeft het gezellig tijdens een rumoerig samenzijn. De ambitieuze leerling moet het echter zelf doen, buiten de les. Scholen legitimeren dat ook. Eigentijdse onderwijskundige concepten draaien rond sturing op eigen verantwoordelijkheid, gevangen in containerbegrippen als eigenaarschap en maatwerk. Kortom, kinderen met een voortdurend trillende smartphone in de achterzak zijn op de middelbare school op zichzelf teruggeworpen bij het organiseren van hun schoolsucces.

Vooral ook omdat toetsen, steeds vaker georganiseerd in zogenaamde toetsweken, keihard afrekenen. Ook daar verschuiven de pedagogisch didcatische opvattingen. Voor mij geldt, de leerlingen toegelaten tot mijn klas binnen een bepaald schooltype hebben het noodzakelijke niveau. Ze kunnen met de nodige arbeid allemaal een voldoende halen. Het doel van mijn onderwijs is dan ook beheersing van de leerstof. Om vorderingen bij te houden, geef ik af en toe een toets. Veel stelt dat niet voor, we werken een aantal weken hard, ik spreek daarbij mijn verwachtingen uit en besteed de laatste twee lessen aan voorbereiding op de toets. Eigenlijk gaat dit altijd goed en valt iemand uit, ach, we kijken nog een keer, verrichten een extra inspanning, komt goed. Ik ben de meester, zij de gezel en ik neem ze mee naar een voldoende niveau. Maar in mijn opvatting sta ik wel steeds vaker alleen. Niet beheersing, maar selectie lijkt tegenwoordig de bedoeling te zijn. Een normaalverdeling van de scores een tot tien, opgehaald is vrij geroosterde toetsweken, dat model domineert.

Deze opvatting verdient een radicale en nationale correctie. Neem de gemiddelde 4 vwo-leerling, die is al een aantal maal geselecteerd, van die selectie een continu proces maken, de school als examenfabriek, in een rommelige leeromgeving, gelegitimeerd met de term eigenaarschap, dat is voor de leerling die zijn school serieus neemt onnodig zenuwslopend. Saillant detail, het levert in het leerrendement evenmin iets op. Kinderen leren namelijk binnen dit model aantoonbaar minder.

Het duo onderpresteren en stressklachten op de middelbare school is een gevolg van malle pedagogisch didactische opvattingen rond eigen verantwoordelijkheid en selectie. De bestaande dominante lespraktijk is in de literatuur die beschrijft wat we weten van onderwijs onvindbaar. De oplossingen liggen dan ook voor de hand. Beter orde houden staat voor een hogere intensiteit van lessen, zodat leerlingen op school en in de klas meer gaan leren. De toetsen meten voortgang en zijn geen afrekening. Falen is ook niet erg, na benoemen van deficiënties, herstellen leerlingen onvoldoende scores. Harder werken op school, normaal doen over toetsen en weg is de sloopkogel stress en onderpresteren.  Kinderen leren meer, ervaren succes, hebben daardoor meer plezier binnen en buiten school en daar worden we allemaal beter van.

Published inColumns

2 Comments

  1. Lidwien Daniels Lidwien Daniels

    Beste Ton, van Haperen,

    In het stuk van de VK wordt in de zin “kinderen leren binnen dit model namelijk aantoonbaar minder” naar een lijvig rapport van de Onderwijsinspectie verwezen . Zou u aub de passage kunnen aangeven waaruit dit blijkt ?

    Bij voorbaat dank voor uw reactie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *